Tafels vol van bijna niets

Thuiskok Marjoleine de Vos staat zielsgelukkig in een vijzel boemboe te stampen. Verbazend hoe weinig het kost om Indonesisch te koken.

Even is iedereen weer heel opgewonden over al het zout, de suiker en het vet dat ‘de industrie’ in ‘ons eten’ stopt. Vorig weekend stond een interview in de krant met de oprichter van supermarktketen Marqt, een keten die duurzaam geproduceerd voedsel zonder ‘kunstmatige toevoegingen’ verkoopt (welke toevoegingen zijn precies kunstmatig, vraag je je af), en The New York Times plaatste een voorpublicatie van Salt Sugar Fat. How the Food Giants Hooked Us, geschreven door journalist Michael Moss. Het is niet allemaal nieuw, maar het is elke keer weer erger dan je denkt. Bijna alles wordt bepaald door grote industrieën, door grote financiële belangen, door technologie en wat daar dan weer voor industriële en financiële belangen mee samenhangen.

Maar als wij per se minder suiker willen eten, dan is de voedselindustrie ook de beroerdste niet hoor. Dan brengen ze een suikervrij ijsje op de markt, of suikervrije frisdrank. Als we de rommel maar opdrinken en opeten.

Maar langs deze lijn naar beneden mopperend, dacht ik ineens ook: ho. Wat nou ‘we’? Wat nu aan de leiband van de voedselindustrie? Sinds wanneer word je gedwongen om cola te drinken of chips te eten?

Sterker nog: ik drink geen cola en eet geen chips. Nooit. Niet uit braafheid, maar omdat ik er gewoon geen bal aan vind. Niemand hoeft de colarivier in te dammen, geen overheid hoeft in te grijpen in de zout- en vetconcentratie van de chips. Je hoeft ze alleen maar niet te eten.

Dat is natuurlijk ook weer makkelijker gezegd dan gedaan. Niet bij chips en cola zozeer (hoewel, wie opgroeiende kinderen in huis heeft die snákken naar chips praat anders) maar tegen andere producten van de voedingsmiddelenindustrie zeg je minder makkelijk: nee. Kant-en-klare maaltijden vormen voor menigeen een grote verleiding, en anders wel allerlei producten die helpen om snel je eigen eten te bereiden. Al schiet me even niet te binnen welke producten precies, want ook die gebruik ik weinig.

Dat tekent mij als typisch iemand van die bewuste, hoogopgeleide soort die wel zichzelf maar niet de wereld gaat redden. Want andere mensen kunnen helemaal niet zo eten, wordt ons steeds weer voorgehouden. Die moeten wel in goedkope supermarkten boodschappen doen, die kunnen zich echt niet permitteren om bij jouw biologische groenteboer te kopen of zo’n stukje heel duur rundvlees van een koe zonder ecologische voetafdruk te gaan klaarmaken. Elitair is het, dat ‘ik-eet-geen-producten-van-de-voedingsmiddelenindustrie’.

Tja. Het is waar dat alles wat je koopt bij Marqt veel duurder is dan wat je koopt bij Aldi. Maar het is ook waar dat die spullen van Marqt een realistischer prijs hebben dan de spullen in de grote supermarkten. Die laatste worden zo geproduceerd dat ze zo goed als niets meer hoeven kosten, en dat gaat nu eenmaal ten koste van gezondheid, smaak, duurzaamheid, diervriendelijkheid, enzovoort.

En ook is het zo dat de meeste mensen die in de Aldi kopen, daar niet voornamelijk supergoedkope worteltjes of vers vlees kopen, maar ladingen frisdrank, koekjes, zoetigheid, zoutjes, diepvriessnacks. Precies die dingen die de voedingsmiddelenindustrie wil dat ze kopen, maar die niemand echt nodig heeft.

Het is toch heel verbazend dat we, culinair gesproken, zo enorm kijken naar landelijke en boerenkeukens, dus naar het eten van eenvoudige mensen die bepaald geen miljoenen uitgeven aan hun maaltijd, en dat we eten dan intussen ‘duur’ vinden. Eten is niet zo duur. Snoepen is duur.

Gadogado

Neem de Indonesische keuken (laatst weer eens gadogado gemaakt en weer helemaal in de rijsttafelstemming geraakt – heerlijk!). Je hebt bijna niets nodig en met dat bijna niets produceer je tafels vol met het heerlijkste eten. Een eenvoudige groene kool (biologisch te koop voor nog geen twee euro) verandert in ‘sambal goreng kool’ met behulp van wat kruiden en specerijen (koop ze één keer, vries de verse in en je bent voor tijden voorzien). De gadogado bestaat uit wat sperziebonen, spitskool, komkommer, taugé, aardappel, ei en tahoe. En pindasaus. Wie helemáál geen potje meer in zijn keuken wil zien, maalt eerst zelf de pinda’s, anderen kopen biologische pindakaas of pindakaas van de notenwinkel, of zetten zich over de zoete Calvé heen en nemen zes eetlepels uit zo’n potje. Gadogado is vegetarisch, Heel Erg Lekker en goedkoop. Al kun je je afvragen hoe gezond een pindasaus is (er gaat ook santen in, ingedikte kokosmelk en dat is niet bepaald vetvrij), maar enfin, je neemt geen liters pindasaus, en die saus bestaat vooral uit een soepje van kruiden en specerijen. Als je hem zelf maakt tenminste, en niet weer een of andere veel te zoute, te zoete, te vette kant-en-klare saus koopt die bovendien minder lekker is.

Ik heb me zo vaak verbaasd over hoe weinig het kost om Indonesisch te koken, zeker als je de kruiden eenmaal in huis hebt. Op het aanrecht liggen kool, boontjes, tahoe, komkommer en eieren en na een poosje heb je sajoer loddeh (groenten en tahoe in kokossaus), telor besengek (ei in kerriesaus), een komkommersalade, sambal goreng boontjes en orak-arik van kool en ei. Schaaltje rijst erbij en je eet royaal met zes mensen en het smaakt ook allemaal krachtig en heerlijk. Zelfs als je geen supergroenten hebt gekocht. En beter nog: als je zo uitgesproken en lekker gegeten hebt, heb je daarna ook geen behoefte meer aan chocola of koek bij de koffie.

Ach nu ja. Ik preek voor eigen parochie, want een beetje thuiskok wíl helemaal geen slasaus uit een fles of veel te zoute, veel te goedkope vleeswaren uit de supermarkt of voorgekruide, voorgebakken kippenpoten, ja, zo sterk is dat taboe dat een thuiskok helemaal geen kant-en-klare pizza’s lúst. Zo.

In plaats daarvan staat de thuiskok zielsgelukkig met een vijzel en een stamper een boemboe te wrijven en snuift de wonderlijke lucht op van trassi die vies is (die lucht bedoel ik) maar die het gerecht een diepe en interessante smaak geeft.

Je hoeft er niet rijk voor te zijn. Je hoeft er geen keukengenie voor te zijn. Je hoeft er niet dik voor te zijn. En je krijgt toch, maar in andere concentraties, zout, suiker en vet. Want dat willen we nu eenmaal.