‘Seks is ook ongemak’

Leopold Witte praat bij de warme lunch over zijn toneelstuk 237 redenen voor seks. Een pleidooi voor zwanenliefde.

Leopold Witte: „Mijn dochters komen altijd naar mijn voorstellingen. Maar aan dit stuk hadden ze geen en-ke-le behoefte.” Rechts: de zwaan is het symbool van liefde tot de dood.

We zitten nog niet zo heel lang aan tafel als Leopold Witte, acteur, schrijver en regisseur, zegt dat we het dus niet over seks gaan hebben. Geen details over zijn liefdesleven of dat van zijn vrouw, en niks over zijn puberdochters. Als we al over intieme zaken spreken, dan uitsluitend over die van hém.

Zo.

Nou was ik niet eens van plan om het over seks te hebben. Of eigenlijk wel, maar niet meteen. Hij maakte een toneelvoorstelling die 237 redenen voor seks heet. Hij schreef het samen met acteur Geert Lageveen (51). Ze baseerden het stuk op hun eigen ervaringen, op die van hun vaders en vrienden en doorspekten het met wat wetenschappelijke feiten. Over slakken die tijdens geslachtsgemeenschap van geslacht kunnen veranderen. Dat de daad bij mensen gemiddeld zeven minuten duurt. En dat er 237 redenen zijn waarom mensen het met elkaar doen. De Universiteit van Texas vroeg 2.000 respondenten naar hun beweegredenen.

Reden 108: „Ik hoopte dat het me zou helpen in slaap te vallen.”

Reden 3: „Ik verveelde me.”

Reden 14: „Ik wilde mijn liefde voor die persoon uiten.”

Reden 176: „Ik wilde calorieën verbranden.”

Reden 30: „Ik ben getrouwd en dan hoor je seks te hebben.”

Eerst speelden ze het toneelstuk als lunchvoorstelling, in kleine zaaltjes. Intiem. Maar wegens groot succes maakten ze er een avondvullend stuk van. En nu staan ze tot en met mei voor zalen in het hele land met soms wel zeshonderd man publiek. Ik zag het stuk in het Spuitheater in Den Haag. Op het toneel twee heteroseksuele mannen van in de vijftig. Vrienden. Ze draaien plaatjes uit hun jeugd en ze hebben het – soms met bravoure en dan weer schutterig – over seks. De een zegt dat hij zich een leven zonder seks niet voor kan stellen. De ander vindt het niet zo heel belangrijk. Nu hij ouder wordt, zegt hij, is de behoefte minder.

Met de laatste man lunch ik. We zitten bij Merckelbach in de Amsterdamse Watergraafsmeer, waar Leopold Witte woont. Soms lijkt het alsof alle rollen aan een acteur blijven kleven. Als hij tegenover me zit, zie ik Evert Lodewijkx uit Gooische vrouwen, Max Vervoort uit Rozengeur & Wodka Lime. Zelfs de energiebesparende vader die hij speelde in Essent-commercials komt even langs. Natuurlijk weer net de rollen die hij op televisie speelde, en niet de toneelrollen die hij speelde in een zelfgeschreven stuk als Conijn van Olland of Breaking the news.

Hij wacht geduldig tot de mist van zijn rollen is opgetrokken. Hij weet in welke kaartenbak hij zit voor televisiepersonages. „Ik ben advocaat. Of dokter. En anders de aantrekkelijke man van.”

Hij wikt boven de menukaart. Zal hij iets simpels doen, of de volle mep? Vanavond speelt hij in het theater in Lelystad. Dan kookt en eet hij vroeg en stapt daarna op de trein. Hij kiest voor nu veel eten en vanavond een beetje. Het wordt het lunchmenu. Eerst paté en daarna vis.

Je kunt hem niet helemaal vereenzelvigen met de man op het toneel in 237 redenen voor seks. Maar toch lijkt hij op hem. Een beetje terughoudend, charmant, en al jarenlang getrouwd. Hij zegt dat hij huiverig was toen Geert Lageveen bij hem kwam om een toneelstuk te maken over seks. „Ik had geen zin om provocerend of taboedoorbrekend van alles te roepen. Dat gebeurt al genoeg. Als je een kabelabonnement afsluit voor je televisie, krijg je er gratis twee pornokanalen bij. In alle tijdschriften staan honderden tips om je seksleven te verbeteren. Je krijgt dagelijks een bombardement aan beelden hoe het zou moeten zijn. Daar krijg je last van in je kop. De norm is: je moet goede seks hebben. Heb je dat niet, dan is er iets mis met jou.” Seks, zegt hij, is ook ongemak, schaamte, ontevredenheid. „Doe je het wel vaak genoeg, doe je het wel goed, is dit wel normaal? Dat zijn vragen die iedereen zich stelt, maar liever niet aan een ander. Daar moest de voorstelling over gaan.”

Leopold Witte is geboren in 1959. Hij kwam te laat voor de ‘brave’ jaren vijftig, en was nog niet geslachtsrijp in de ‘wilde’ jaren zestig. Hij was de jongste van zes kinderen. De vier oudste kinderen waren 10 (een tweeling), 9 en 8 jaar ouder. Ze kwamen uit het eerste huwelijk van zijn vader, die een jaar na het overlijden van zijn eerste vrouw, hertrouwde met de moeder van Leopold. En net als de oudere kinderen ging hij naar een rooms-katholieke jongensschool in Haarlem. „In drie mavo kwamen er pas meisjes in de klas. Ik bleef prompt zitten.” Geen idee wat hij tegen ze moest zeggen, of wat hij met ze zou moeten doen.

Blondie

Op het podium spelen de mannen de jongens die ze waren. Ze luisteren naar ‘Denis’ van Blondie, schuifelen met veel te lange meisjes op Santana, friemelen en voelen. Verdwenen onschuld? Tieners van nu schuren en daggeren op schoolfeesten. Ze kennen de woorden voor alle denkbare seks. Ze kijken naar Girls, een Amerikaanse serie die nét weer wat verder gaat dan Sex and the City van tien jaar geleden. Leopold Witte schudt zijn hoofd. „Mijn dochters weten ook niet wat ze tegen een jongen moeten zeggen. Niet als ze hem leuk vinden, althans.”

Ho stop. Over zijn dochters gingen we het dus niet hebben. Ze zijn 12 en 16. „Ze komen altijd naar al mijn voorstellingen kijken. Maar aan dit stuk hadden ze geen en-ke-le behoefte.” Waarmee zijn stelling bewezen is: seks is omgeven door taboes. „En zo hoort het ook.”

Maar hij staat toch met die taboes op de planken? Hij staat toch te vertellen hoe hij zijn vrouw heeft leren kennen. (In Paradiso. Zij vertelt dat ze haar muur geel wil verven. Dat is toevallig, zegt hij. Ik heb een gele muur thuis. Zien?) En Geert Lageveen doet voor hoe hij in de supermarkt alle borsten en billen achterna holt en met meer boodschappen dan de bedoeling was, thuiskomt. Ja, zegt Leopold Witte. „Wat we vertellen is persoonlijk en privé – en echt niet allemaal waar. Maar het is ook universeel en herkenbaar.”

Terug naar hem dan maar. Hoe ging het verder toen hij eenmaal wel wat durfde te zeggen tegen meisjes? „Ik stak het een en ander op van mijn broers. Die waren nogal vrijgevochten. Lange haren, baarden, ze woonden in kraakpanden in Amsterdam. Als ik met een meisje bij ze bleef slapen, belden zij mijn vader om te zeggen dat ik de trein had gemist.” Maar het meeste, zegt hij, leerde hij van het zusje direct boven hem. „Ze legde uit hoe je moest zoenen. En hoe je met meisjes moest omgaan. Zij was feminist.”

Zo terloops mogelijk vraag ik hoe oud hij ‘de eerste keer’ was. „20?” zegt hij. Nee, nee, verbetert hij zichzelf. „19. Ik moest nog eindexamen doen.” Hij kwam pas op z’n 21ste, met een havo-diploma, van school af. „Ik was nogal een trage leerling. Dyslexie. Mijn moeder had me een hele stapel blanco briefjes met haar handtekening gegeven. Als ik geen zin had, liep ik de klas uit. Ben ik ziek?, vroeg ik dan aan de leraar. Of moet ik naar de tandarts? Zegt u het maar.” Zijn vader had zo gevochten met zijn oudste zoons, dat hij er ruimdenkender van was geworden.

Veel van wat zijn vader hem vertelde, vertelt Leopold Witte op het toneel aan het publiek. „Mijn vader deed zijn eerste vrouw een huwelijksaanzoek en vroeg daarna of hij haar nu mocht zoenen. Nee, zei zij. Dat vond ze niet zo nodig. Die verkrampte omgang met seksualiteit is het verdriet van hun generatie. Dat zag mijn vader op latere leeftijd ook wel in. Mij verbood hij niets meer. Soms probeerde hij voor de vorm nog ruzie met me te maken. Dan moest ik ineens om 1 uur ’s nachts thuis zijn. Maar als ik om 2 uur binnenkwam, gaf hij me niet op mijn donder. Daar had hij geen zin meer in. Eigenlijk vond ik dat best jammer.”

Hij is drie jaar geleden overleden. „Hij tekende met zijn duim een kruisje op het voorhoofd van al zijn kinderen en stierf met een glimlach op zijn gezicht. Hij ging naar zijn twee echtgenotes en zijn overleden zoon.”

Op het toneel is Leopold Witte de man die kiest voor het huis- tuin- en keukengeluk. Die een lang huwelijk verkiest boven een woest seksleven. En die de knikkertheorie best snapt. (De knikkertheorie: als je in het eerste jaar van de verliefdheid een knikker in een pot doet na elke vrijpartij, en er in de jaren die volgen een knikker uithaalt bij elke keer, dan raakt die pot nooit leeg).

De Leopold Witte aan tafel is al 23 jaar samen met zijn vrouw. Best lang. Hij knikt. „Maar voor mijn leeftijdgenoten is het toch anders dan voor de generatie van mijn vader. Ik eerst van alles uitproberen.” Samenwonen (met onder anderen Tosca Niterink, actrice), opbreken, met een ander verder gaan. „Ik kreeg op mijn 36ste mijn eerste kind. Op die leeftijd kreeg mijn vader mij, zijn zesde kind.”

Hij heeft nog een stel vrienden die hij kent van toen ze allemaal twintig waren. Ze komen nog regelmatig bij elkaar om te eten. Ze zijn ook allemaal al heel lang met dezelfde vrouw. Bijzonder, zeg ik. Hoezo?, vraagt hij. Nou ja, zeg ik: acteur, grote stad, een op de drie huwelijken strandt. „Misschien komt het omdat wij hebben leren praten over gevoelens. Van die therapiesessies in de jaren tachtig. Ik ken niemand die geen therapeut had. In de jaren negentig vergaarden we rijkdom en kregen we kinderen. Nu bereiden we ons langzaam voor op een leven zonder de kinderen.” Nu hij erover nadenkt; er is een vriend van vroeger, zegt hij, die zijn gezin in de steek heeft gelaten voor een andere vrouw. „Wij, zijn vrienden, hebben harde woorden gesproken.” Hielp het? „We hebben geen contact meer met hem.”

Leopold Witte is geen pauw die met zijn staart zo veel mogelijk vrouwtjes wil lokken. Hij is van de zwanenliefde. Tot de dood samen met dezelfde. „Het geluk zit hem niet in het najagen van de korte kick”, zegt hij. En dan begint hij een zin, die hij steeds halverwege weer afbreekt. Hij grinnikt. „Ik zou nu graag iets heel moois willen zeggen.” Het zou ongeveer zo moeten klinken: „Liefdesgeluk is de overtuiging dat je samen het ongeluk aan zult kunnen.”