Rusteloos

Reisschrijvers willen altijd ergens heen en nergens zijn, zegt Ivo Weyel.

„Great God”, riep Robert Falcon Scott toen hij in 1912 de Engelse vlag op de Zuidpool plantte, „this is an awful place. What am I doing here?” Bruce Chatwin (1940-1989), wereldreiziger en reisjournalist, was ook niet altijd te spreken over zijn bestemmingen. Hij vond Parijs „een nachtmerrie”, beschreef Botswana in drie woorden („hitte, stof, spinnen”) en zag Kameroen als een combinatie tussen “Lausanne en een Turks bad, echt afschuwelijk”. Hij verlangde vaak terug naar Engeland, naar het land dat zijn collega-reisschrijver Patrick Leigh Fermor (1915-2011) omschreef als „zo nat als het binnenste van een krop sla”.

Als er al een rode draad is te vinden in het leven en werk van reisjournalisten, is het dat ze altijd overal heen willen en nergens willen zijn. Zelfs als ze ergens de plek van hun dromen vinden, gaan ze er weg. Rusteloze types.

Een recente biografie over Leigh Fermor (Patrick Leigh Fermor: An Adventure, door Artemis Cooper) schetst een prachtig beeld van de man die geldt als een van de eerste en belangrijkste reisschrijvers uit de geschiedenis. Een man met de looks van een model, een fervent vrouwenliefhebber („He was very successfully heterosexual”) en een avonturier non plus ultra.

Waar hij was, heerste chaos. Of misschien wel andersom. Hij maakte molotovcocktails in Palestina, praktiseerde voodoo op Haïti, werd door Ierse jagers afgetuigd nadat hij ze had gevraagd of ze ook seks hadden met de vossen, werd door communisten beschoten, deed aan zonneverering door op een preuts Grieks eiland de danskunst euritmie te beoefenen, poetste zijn tanden in een heilige bron met de tranen die de Heilige Maagd Maria daar ooit had geplengd en hielp op Kreta de Engelsen in 1944 met de ontvoering van een naziofficier. Waar hij niet uit eigen wil vertrok (uit onvrede, heimwee, dan wel wat de Fransen zo mooi omschrijven als ennui), werd hij wel verjaagd door boze inboorlingen, vijandige legers of jaloerse liefdes.

En hoe mooi beschreef hij dat allemaal in lyrisch proza, of het nou zijn wandeltocht was van Hoek van Holland naar Constantinopel (‘op drift als een pelgrim, een bedelaar, een dolende wijsgeer’) of een verblijf in een vunzig bordeel.

Bruce Chatwin, die Patrick Leigh Fermor beschouwde als zijn grote held en voorbeeld, vond zijn laatste rustplaats pal naast het huis in Griekenland waar Leigh Fermor had gewoond. Terwijl Fermor zelf aan het einde van zijn leven eindelijk had besloten terug naar huis te gaan, naar Dumbleton of all places, om naast zijn (vele malen bedrogen) vrouw te worden begraven.