Rechter: te milde straf voor aanzetten tot volkerenmoord

De 66-jarige Yvonne B. is vrijdag door de Haagse rechtbank veroordeeld tot een celstraf van zes jaar en acht maanden omdat zij jongeren in Rwanda heeft aangezet tot het plegen van genocide.

Volgens de rechter doet die straf „geen recht” aan de „buitengewone ernst” van het misdrijf. Hij kan echter geen hogere straf opleggen, wegens de lage maximumstraf die destijds gold voor opruiing tot genocide. Nu is die 30 jaar.

Het OM had levenslang geëist en beraadt zich op hoger beroep. Justitie verdenkt haar ook van massamoord en oorlogsmisdrijven. B. zou als ‘generaal moeder’ opdracht hebben gegeven Tutsi’s uit te moorden.

De rechter acht bewezen dat Yvonne de jongeren „in het openbaar, zichtbaar en hoorbaar” heeft opgeruid. De officier noemde haar eerder „cheerleader van de genocide”. Jongeren die bijeenkomsten van haar hadden bijgewoond, waren later betrokken bij massamoorden op Tutsi’s. Dit kan volgens de rechter niet worden bewezen.

Wel staat vast dat B. heeft bijgedragen aan het gewelddadige klimaat dat uiteindelijk leidde tot de genocide in 1994. Hierbij werd 10 procent van de bevolking vermoord. Volgens de rechter kan daarmee niet worden gesteld dat B. rechtstreeks opdracht heeft gegeven voor de moorden.

Haar advocaat, Victor Koppe, stelt dat de rechter „een verkeerd beeld” schetst van zijn cliënt. Koppe zegt dat de getuigen op wie het OM zijn verdenkingen baseert, bewust valse verklaringen hebben afgelegd omdat ze uit zouden zijn op de Rwandese bezittingen van B. De getuigen zouden eerder haar overbuurman onterecht hebben beschuldigd.

De rechter heeft echter „geen enkele aanwijzing” voor valse getuigenissen. Hij noemde bijna alle verklaringen „alleszins plausibel”. Getuigen hebben „niet of nauwelijks” contact met elkaar en slechts drie van hen hebben een schadevergoeding geëist. Aan andere ontlastende verklaringen, vooral afkomstig van bekenden van B., hecht de rechtbank geen waarde.