Oppositie mag echt over alles meepraten

Het kabinet wil met alle oppositiepartijen in gesprek. Volgens Rutte moeten de partijen het pakket van het kabinet maar zien als een openingszet.

Alles ligt open en iedereen mag mee onderhandelen. Zo expliciet als vrijdag was de uitgestoken hand van premier Mark Rutte naar oppositie en sociale partners nog niet eerder.

Het kabinet presenteerde na de wekelijkse ministerraad de bezuinigingen en lastenverzwaringen waarmee in 2014 het begrotingstekort onder de Europese norm van 3 procent moet komen. Een pakket van 4,3 miljard euro. Maar, benadrukte Rutte, dat is „ónze opvatting”. „We zijn bereid overal over te spreken.” En „we zullen stap voor stap zien hoe breed dit akkoord kan worden”.

Zowel de sociale partners als de oppositie in de Tweede Kamer moesten het lijstje dus slechts zien als openingszet voor onderhandelingen, zei de premier. Hij zei zelfs dat het kabinet „een klein miljard” financiële onderhandelingsruimte heeft ingeboekt. Zijn minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (PvdA) hield zich iets meer op de vlakte. Het wisselgeld hangt vooral af van de effectiviteit van de bezuinigingen, was zijn voorzichtiger benadering. En de voorstellen mogen dan misschien een voorzet zijn, „het is niet de bedoeling die direct uit het raam te gooien”, zei Dijsselbloem.

Het waarom van Ruttes opvallend open houding is helder. Het kabinet wil bij werkgevers en werknemers draagvlak voor de bezuinigingen organiseren. En steun van een deel van de oppositie is eenvoudigweg nodig omdat VVD en PvdA samen geen meerderheid in de senaat hebben. En dus zijn er concessies nodig.

Alle oppositiepartijen waren eerder deze week kritisch over de uitgelekte plannen. De besparingen zouden visieloos zijn, bijeengeharkt en de noodzakelijke hervormingen zouden ontbreken. Dijsselbloem begrijpt die negatieve reacties, zei hij gisteren. „Ik steek de vlag niet uit, maar het is wel verdedigbaar.”

Ondanks alle kritiek van de oppositie heeft alleen PVV’er Geert Wilders gezegd dat Dijsselbloem niet terug hoeft te komen om te onderhandelen. Voor de rest van de oppositie is het nu afwachten wat het gesprek van het kabinet met werkgevers en werknemers oplevert. Daarna is de oppositie aan de beurt.

Dan rest de vraag wat het regeerakkoord nog waard is, als álles open ligt. Weinig, is de algemene conclusie van de oppositie. Van de bezuinigingen in de gezondheidszorg tot de herindelingen van het openbaar bestuur – alles zou opnieuw ter discussie kunnen staan.

Onzin, zegt Dijsselbloem, die afgelopen week een ronde maakte langs alle Tweede Kamerfracties. „Alle hervormingen in het regeerakkoord blijven overeind. Rond de zorg, wonen en werk. Ik hoor dat de bezuinigingen visieloos zijn, maar ik zie geen mogelijkheid om nog meer op de schop te nemen. Vanuit de oppositie hoor ik ook geen alternatieven.”

Sommige voornemens uit het regeerakkoord komen wel degelijk op de onderhandelingstafel te liggen. Neem bijvoorbeeld de maatregelen rond de WW-duur, waardoor werklozen al na één jaar op bijstandsniveau dreigen te komen. Ook rond de zorg kan nog veel veranderen. „Als we over de nullijn in de zorg gaan praten, kan dat ook gevolgen hebben voor de AWBZ (de langdurige zorg en thuiszorg)”, zei Dijsselbloem.

Volgens de bewindsman is het voorgestelde bezuinigingspakket evenwichtig. Het zorgt er vooral voor dat mensen niet méér gaan verdienen. Maar waarom zou bijvoorbeeld het personeel in de zorg „vrijwillig” een nullijn accepteren, zoals nu in de plannen staat? In ruil voor die nullijn zou er een baangarantie kunnen komen; ook veel waard voor werknemersorganisaties. Dijsselbloem: „Als je gaat bezuinigen in plaats van een nullijn kan dat heel veel banen gaan kosten.”

Het kabinet heeft zijn houding ten opzichte van de oppositie afgelopen week duidelijk moeten aanpassen. Aanvankelijk probeerden ministers op deelonderwerpen akkoorden te sluiten met de oppositie. Het woonakkoord van minister Blok (Wonen, VVD) is daar het sprekend voorbeeld van. Hij praatte eerst met het CDA, omdat die partij alleen al genoeg was voor steun in de senaat. Pas toen dat niet bleek te werken, wendde Blok zich tot de oppositiepartijen D66, ChristenUnie en de SGP.

Dat gaat vanaf nu anders. Gisteren benadrukte Dijsselbloem dat hij met iedereen wil praten die constructief meedenkt. In welke precieze constellatie het kabinet dan uiteindelijk een meerderheid in de Eerste Kamer zou krijgen, lijkt van later zorg.

Alle leden van het kabinet bezwoeren gisteren dat de coalitie de rit uitzit. Zover als VVD-coryfee Hans Wiegel gisteren ging, zal het niet komen. De oud-vicepremier stelde voor dat Rutte en PvdA-leider Diederik Samsom opnieuw gaan formeren, liefst met CDA en D66.

Wiegels voorstel riep niet meer dan een glimlach op bij coalitie en oppositie. Want natuurlijk mag het zo zijn dat de oppositiepartijen nu meer macht hebben dan bij een ‘gewoon’ meerderheidskabinet – de partijen moeten zich onderling wel kunnen blijven onderscheiden. „Die optie is echt voor helemaal niemand aantrekkelijk”, zegt een betrokkene. Rutte bracht nog fijntjes in herinnering dat na de verkiezingen in september bijna alle partijen vonden dat VVD en PvdA samen moesten regeren, als zij eruit kwamen. „En we kwamen eruit.”