'Ook mijn loopbaan nam een nieuwe wending'

6 Voor mij is de aanblik van mijn lichaam zelf nooit het grote probleem geweest, wel de verlegenheid waarmee ik het door de wereld moest dragen.

Jane Snijders: „Als man wilde ik niet gezien worden. Ik voelde walging over mijn mannelijkheid. Let maar niet op mij! Als ik kleding kocht wist ik mij geen raad. Ik holde de winkel in, keek even in de spiegel en was weer weg. Lang probeerde in een schemergebied te leven, zonder operatie. Het werkte niet. Pas toen ik de Filmacademie had gedaan en een netwerk had opgebouwd, durfde ik de stap te wagen. Ik plakte één letter achter mijn naam om aan te geven dat er in de omgang met mij weinig zou veranderen.”

7 Hoewel ik voorlopig graag het woord ‘transseksueel’ gebruik om mijn eigen conditie te beschrijven, zijn er genoeg redenen om dat niet te doen.

„Ik voel mij een vrouw. Als mensen niet naar mijn verleden zouden vragen, stond ik er niet bij stil dat ik een transseksueel ben. Door die term te gebruiken, manoeuvreer ik mezelf in een uitzonderingspositie. Bij het woord ‘transseksueel’ denken mensen al snel aan een labiel iemand. Dat komt doordat het zielige verhaal de boventoon voert in films en boeken. Een transseksueel wordt geportretteerd als een man met brede schouders en kolenschoppen die op hakjes naar de supermarkt strompelt. Daar herken ik mezelf niet in.”

8 Roddelen over iemands geslachtsverandering is niet ongevaarlijk.

„Het kost veel moed om een geslachtsverandering te ondergaan. Om meerdere redenen. Eén ervan is dat je je kwetsbaar maakt voor verhalen van buitenstaanders. Mensen houden er nou eenmaal van om te roddelen over alles wat ‘anders’ is. Dat is meer onmacht dan slechtheid. Ik kan niet ontkennen dat mijn loopbaan een nieuwe wending nam door mijn gedaanteverwisseling. Ik merkte dat ik mij weinig fouten meer kon permitteren. Mensen moesten natuurlijk wennen, maar ik werd er rebels van: als jullie mij niet willen hebben, dan wil ik jullie ook niet! Of ik meer kans had gemaakt op de Nipkowschijf als ik Jan was gebleven? Ha ha ha, wat een vreemde vraag. Daar ga ik niet over nadenken.”

9 De rouw is een bekend fenomeen in de transitie.

„Iemand heeft wel eens tegen mij gezegd: jij hebt jouw oude zelf vermoord. Dat ontroerde mij. Het deed veel pijn om vrouw te worden. Je neemt afstand van de persoon die je was. Je begint een proces waarvan je de gevolgen niet kunt overzien. Dat zou je rouw kunnen noemen, ja. In de periode voor mijn veranderingsproces had ik het erg moeilijk. Het was alsof mijn leven aan een zijden draad hing. Ik heb als geluidsman driekwart van de aardbol gezien. Daardoor verbreedde ik mijn blik en kon ik over mezelf nadenken. Na één van die reizen kwam ik thuis met het gevoel dat ik zou gaan crashen. Nu moet er iets gebeuren, wist ik. Dat inzicht deed mij naar adem happen.”

10 Politiek geeft zorg aan transseksuelen duidelijk weinig prioriteit.

„Het is fijn dat je in Nederland hormoonbehandelingen kunt krijgen en dat transseksualiteit erkend wordt als een soort kwaal. Maar het blijft een persoonlijk gegeven waar je als transseksueel zélf verantwoordelijkheid voor moet dragen. Ik zal nooit de barricaden op gaan voor meer rechten. Waarvoor zou ik moeten vechten? Denk je nou echt dat douanebeambten er op letten of er een ‘m’ of ‘v’ in je paspoort staat? Ze zien een jonge, aantrekkelijke vrouw. That’s it.”

11Er bestaat een lijstje van non-complimenten. ‘Je ziet er wel beter uit dan al die andere transseksuelen’ is een uitspraak waarmee het onuitwisbare voordeel meteen maar plompverloren ter tafel komt.

„Vroeger zou ik een uitdagende houding hebben aangenomen bij zo’n opmerking. Kijk mij, de femme fatale! Nu moet ik er om lachen. Een beetje zelfspot kan geen kwaad. Maak het vooral niet te belangrijk allemaal.”

Lees verder op pagina 20