'Nog steeds mediteer ik 's ochtends een kwartier op bed'

Docent verpleegkunde Alice Bakker is alleenstaande moeder van Jesse (16). Ze is een aantal maanden ernstig ziek geweest. „Ik heb een enorm vangnet om me heen.”

‘Duidelijkheid en regelmaat’

Alice: „Ik hou van lijstjes maken en schema’s bedenken. Vooral met opruimen is dat handig, gewoon die lijst afstrepen, zonder na te denken of ik er wel zin in heb. Onze hele week is strak ingedeeld, dus regelmaat en ritme is ook echt nodig. Op een gemiddelde dag gaat alles achter elkaar door: werken, sporten, koken en dan daarna naar koor of de buurtcommissie. En één dag in de week naar de universiteit, waar ik een pre-master verplegingswetenschappen volg. Ik weet niet anders, leef altijd in de zesde versnelling.”

Jesse: „Ik heb het net zo druk met school, stage, vakkenvullen bij de Albert Heijn en hockey. We zien elkaar eigenlijk alleen bij het avondeten nog.”

Alice: „Maar we appen wel de hele dag door met elkaar.”

Jesse: „Dan vertel ik mijn cijfers alvast, bijvoorbeeld.”

‘Ernstig ziek geweest’

Alice: „Rustmomenten inbouwen vind ik lastig. Niet alleen maar doorgaan, alles oppakken en aannemen. Twee jaar geleden ben ik een aantal maanden ernstig ziek geweest. Door een cursus mindfulness leerde ik met alle hectiek en doktersbezoeken om te gaan. Nog steeds mediteer ik elke ochtend een kwartier op bed, met behulp van een bandje van die cursus. Heerlijk. De stress van de dag voor me uit schuiven.

„Als ik om kwart voor 5 terugkom uit mijn werk, en ik moet mijn mail nog checken, opruimen en de was doen, ga ik bewust eerst rustig na of dat haalbaar is. Gewoon zitten en nadenken. Meestal kies ik dan voor stilte en rust, zoals met een kopje thee op de bank zitten.

„Om half 10 ’s avonds eindigen we de dag ook weer rustig. Niet meer bellen of mailen, maar gewoon een uurtje met z’n tweeën op de bank zitten kletsen of televisie kijken.”

‘Eerst leidinggevende functie’

Alice: „Ik wil dingen in beweging brengen, waar ik ook ben. Dat is altijd mijn drive geweest. Ik werk drie dagen als lerares verpleegkunde. Daar kan ik die motivatie goed kwijt. Het prikkelt me om te bedenken hoe ik iets nóg beter kan overbrengen. Hoe leer ik mijn studenten omgaan met een stervende, terwijl je in een klaslokaal zit?

„Ik had eerst een leidinggevende functie, maar door mijn ziekte was die baan vergeven. Logisch, maar ik miste die extra uitdaging wel. Ik heb altijd al willen doorstuderen, en dat ben ik nu gaan doen. Eén dag in de week ga ik naar de universiteit, een pre-master voor verplegingswetenschappen. Hierna volgt een 2-jarige master. Ik heb net een toetsweek gehad, daar heb ik twee maanden heel hard voor moeten studeren ’s avonds. Maar de combinatie van praktisch werken voor de klas en studeren voor de universiteit vind ik een fijne afwisseling.”

‘Al tien jaar elke vrijdag Chinees’

Alice: „Twee keer in de maand komt een schoonmaakster. Die is gebleven na mijn ziekteperiode, ik wil nu niet meer zonder. Doordeweeks maak ik na mijn werk een rondje door het huis. Dan doe ik de was, ruim wat op en trek ik comfortabele kleren aan. Daarna begin ik met koken.”

Jesse: „Ik kook op donderdag. Mijn moeder eet het liefst vegetarisch, terwijl ik net als mijn vader veel van vlees hou. Dus dat maak ik dan zelf.”

Alice: „Maar wel biologisch vlees. Eén keer in de maand doe ik alle boodschappen, dat scheelt me veel in tijd. En het bespaart geld: als ik elke dag naar de winkel ga, koop ik meer dan ik nodig heb. Op vrijdag halen we al tien jaar lang eten bij de Chinees in de buurt. Heel gezellig, de hele buurt komt daar op vrijdag halen.”

‘Man hertrouwde met een collega’

Alice: „Ik ben in 2004 gescheiden van mijn man, hij is met een collega hertrouwd en woont nu net over de grens in Duitsland. Maar de band is heel goed, ook met zijn nieuwe vrouw, we gaan soms samen uit.”

Jesse: „Om het weekend komen ze mij vanuit Duitsland ophalen. Mijn stiefmoeder is ook mijn hockeycoach. Ze is veel strenger dan mijn moeder, daar moest ik in het begin aan wennen. Dan gaat ze mijn huiswerk overhoren in de auto.”

Alice: „Ook toen ik ziek was, kwamen ze ’s avonds na hun werk voor ons zorgen. Sowieso heb ik een enorm vangnet om me heen, doordeweeks komen altijd wel buren of vrienden aankloppen. Ze zeggen dat ik altijd zo blij reageer op hulp. Maar ik vind het ook bijzonder. Ik heb daarom mezelf aangeleerd overal ‘ja’ op te zeggen. Ook als ik er eigenlijk geen zin in heb. Het pakt toch altijd leuk uit.”

In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl.