Muziek met opvallende ritmische accenten

Gitarist Julian B. Coco was een voorbeeld voor Antilliaanse musici.

Julian B. Coco foto Noor van Mierlo/Marijke Volkers, in memoriam: Liberta Rosario

Het was het jaar van de overstroming, 1953, dat ‘Shon Coco’ Willemstad verruilde voor Nederland. Als eerste gitarist van de Antillen had Julian B. Coco (1923-2013) een beurs gekregen om te studeren aan het Amsterdamsch Conservatorium. Een droom voor de autodidacte, van muziek bezeten Coco: hij zou er goed muziek leren schrijven.

Musicus en docent Julian Basílico Coco was een voorbeeld voor musici op de Antillen. Als geen ander belichaamde hij de muzikale kruisbestuiving die de afgelopen eeuwen op de eilanden heeft plaatsgevonden. Hij legde als Curaçaose cross-overmusicus een basis voor vele musici na hem, als uitvoerder van de ‘oude stijl’ Curaçaose muziek met zijn opvallend ritmische accenten – de Curaçaose wals, de tumba, tambús en danzas, en speelde minstens zo soepel én met flair jazz en klassieke muziek.

In Wie is Julian B. Coco? van Ton Hasebos uit 1963, uitgezonden door de VPRO, vertelt Coco op plechtige wijze hoe hij bassist werd in het Utrechts Symfonie Orkest en als klassiek gitaarleraar aan het muzieklyceum van Hilversum kwam. Daarnaast beschrijft hij in de docu diverse speeltechnieken en stijlen op zijn gitaar, van Spaanse flamenco tot Zuid-Amerikaanse muziek.

Zijn bewerkingen van Antilliaanse composities voor gitaar zijn van grote waarde. Al was gitaar eigenlijk niet zijn hoofdinstrument – dat was de contrabas. Maar dan in een orkest. Solo, zei hij, gaf de bas hem niet genoeg voldoening.

In het Utrechts Symfonie Orkest ontmoette Julian B. Coco zijn vrouw Helena Blans, een violiste. Ze trouwden in 1956 en kregen twee zoons. Coco voelde zich thuis in Nederland, in de omgeving van Utrecht. Aan de andere kant was hij zich zeer bewust van zijn afkomst – opgegroeid in een arm gezin in Otrabanda, Willemstad, waar hij zichzelf cuarta, mandoline en gitaar had leren spelen. Hij kwam nog vaak op zijn eiland, waar hij een musicus met aanzien was geworden.

Coco’s gitaar klonk de voorbije jaren nog weinig – hij liet die „rusten” en speelde alleen nog in eigen kring. „Er is een nieuwe stroom van gitaristen. Je moet je plaats weten en ruimte maken. Ik ben passé”, zei hij toen hij 75 werd. Het eerbetoon dat hem in 2010 ten deel viel op het Antillen Festival in De Doelen in Rotterdam, woonde hij zelf bij. Tot vreugde van de initiatiefnemers; de Curaçaose pianist Randal Corsen en Arubaanse gitarist Marlon Titre.

Het leven duurde hem eigenlijk wat te lang. Tegen zijn vrienden zei hij „te wachten op het einde”. Dat kwam op 4 februari, in het Rosa Spierhuis in Laren. Coco werd 89 jaar. Zijn urn is terug naar Curaçao. In het winkelcentrum Colon in Willemstad werd in 2008 een buste van Coco onthuld, waarop de tekst staat: ‘Leren, het is je enige redding’.