Het theater van de tandenkrul

Met de wildste reconstructies van Helicoprion kun je een theater kunnen vullen. Striptekenaar en Helicoprion-fan Ray Troll heeft dat ook gedaan, op de tekening hiernaast. Ondertussen worstelden paleontologen met de vraag hoe die uitgestorven kraakbeenvis er echt uit zag. Kraakbeen fossileert slecht. Daardoor was Helicoprion alleen bekend van de fossielen met een strak opgerolde tandenrij. Die zijn overal op aarde gevonden. De vraag was waar die tandenkrul zat. De Russische geoloog Karpinsky plaatste in 1899 de krul op de snuit van Helicoprion, maar collega’s verhuisden hem later naar staart, rug of kaak. Amerikaanse paleontologen hebben nu voor het eerst kaakfragmenten van Helicoprion gevonden: zeker is nu dat de spiraal in de onderkaak van Helicoprion zat en dat de bek naar binnen krulde. De tanden in de binnenste windingen lagen ingekapseld in zijn onderkaak. En passant melden de onderzoekers ook nog dat Helicoprion geen haai of rog was, zoals tot nu toe werd gedacht, maar een forse vis die tot de Chimaera behoorde, een groep kraakbeenvissen waar draakvissen levende vertegenwoordigers van zijn (Biology Letters, 27 februari).Achterin de onderkaak van Helicoprion ontstonden aan de lopende band nieuwe tanden, net zoals bij haaien. De oude tanden braken alleen niet af, maar krulden naar binnen, in een behuizing onder het tandvlees. Als Helicoprion zijn kaken sloot, draaiden de ondertanden naar binnen en werd de prooi als door een cirkelzaag in mootjes gesneden. Omdat de tanden nauwelijks slijtsporen vertonen, denken de onderzoekers dat Helicoprion op dieren met een week lichaam joeg, zoals vroege verwanten van inktvissen. Lucas Brouwers Illustraties Ray Troll