Het internet zit straks overal, ook ín ons

technologie Het internet bestaat dertig jaar Vint Cerf, een van de geestelijk vaders van het internet, ziet zijn vinding de ruimte ingaan. En het menselijk lichaam in.

Als het internet een land was dan zou het, gemeten naar de hoeveelheid handel in goederen en diensten, op de vijfde plaats staan van ’s werelds grootse economieën. Natuurlijk had Vint Cerf begin jaren zeventig niet voorzien dat het internet zo groot zou worden. Maar dat het de wereld zou veranderen, stond voor hem wel vast. Cerf (69) is een van de vaders van het internet. Hij stond samen met Bob Kahn in 1973 aan de wieg van de technologie die computers met elkaar laat communiceren. Tien jaar later accepteerde het Amerikaanse ministerie van Defensie deze technologie als de standaard. Het markeert de officiële geboorte van het internet, nu dertig jaar geleden.

Begin 1983 bestond het internet uit vijfhonderd computers – in 1969 waren dat er vier. En nu? Naar schatting negen miljard computers en mobieltjes kunnen inmiddels op het internet. Cerf: “Het meest trots ben ik op het feit dat we vanaf het begin een eenvoudige, robuuste structuur hebben gebouwd die volledig decentraal werkt. Juist de vrije en open structuur heeft er voor gezorgd dat het internet zo’n economische en sociale motor is geworden.”

We zijn in Boston. Cerf was daar afgelopen maand een van de sprekers op de jaarlijkse conferentie van de wetenschapsorganisatie AAAS, de uitgever van Science. Cerf kijkt naar een bolvormige weergave van het internet anno 2012. Een verzameling structuren lijkend op spinnewebben, een wirwar van lijnen die netwerken van computers met elkaar verbinden. Cerf: “Kijk eens hoe organisch het er uit ziet. Het lijkt wel een netwerk van hersencellen. Maar pas op, het is een fout om het internet als een brein te zien. Het wordt niet op een dag wakker en heeft dan opeens bewustzijn. Dat is nog steeds science fiction. Maar het plaatje toont wel de kracht van netwerken die zonder enige centrale sturing tot stand zijn gekomen.”

Hij vertelt een anekdote: “In 2003 was ik bij de ‘World Summit on the Information Society’, een VN-top over de informatiemaatschappij. Het internet was toen al lang alomtegenwoordig. Maar nog steeds wilden veel afgevaardigden niet geloven dat het geen centrale controle heeft. Ze bleven maar vragen: ‘Wie heeft de controle over het internet?’ Nou, niemand. Dat is de kracht.”

Tegenwoordig is Cerf in dienst van Google, als chief internet evangelist. Hij denkt na over de toekomst van het internet. Hoe ziet hij de komende dertig jaar?

“De eerste trend die zich sterk zal doorzetten, is mobiliteit”, zegt Cerf. “Mobiele apparaten hoeven zelf niet krachtig te kunnen rekenen. Ze gebruiken gewoon de enorme rekenkracht van het internet. Neem een mobiele telefoon-app als Fitbit. Die kan nu al bijhouden hoeveel je dagelijks beweegt. Rekenkracht hebben we straks op ons en in ons. Dat verandert fundamenteel de manier waarop we het internet gaan zien.”

Google-bril

Een ander voorbeeld. Google ontwikkelt de Google Glass, een bril voorzien van een camera, een microfoon, een speaker en een display dat de brildrager over de zichtbare wereld heen krijgt geprojecteerd. Stel je nou het volgende scenario voor, vertelt Cerf. “Een blinde en een dove dragen allebei zo’n bril. De blinde spreekt tegen de dove. De dove hoort natuurlijk niets, maar zijn bril registreert de spraak, vertaalt deze razendsnel op het internet naar geschreven tekst, en stuurt de tekst naar de bril. De dove kan dan lezen wat de blinde hem vertelt.

De dove op zijn beurt drukt zich in gebarentaal uit tegen de blinde. Maar de blinde ziet de gebarentaal natuurlijk niet. De Google-bril kan straks de gebarentaal zien, op het internet de betekenis ontcijferen en als spraak naar de speaker van de bril sturen. Zo hoort de blinde wat de dove met zijn gebaren vertelt. Het is een gek idee. Maar ook weer niet zó gek.”

Technologie die de communicatie verbetert, ligt Cerf persoonlijk aan het hart. Zelf is hij hardhorend en draagt hij twee gehoorapparaten. Zijn vrouw draagt zelfs in beide oren een cochleair implantaat, dat de werking van het binnenoor nabootst en direct aan het zenuwstelsel is gekoppeld. Dat brengt Cerf bij de tweede toekomstvisie van het internet: een net dat elektronica direct met het zenuwstelsel en met de hersenen verbindt. “Het kunstmatige netvlies komt er aan. Of denk aan chips om met het brein van een verlamde persoon een robotarm of zelfs een exoskelet aan te sturen. Een nog grotere uitdaging wordt het om de computer signalen te laten genereren die het brein interpreteert als geheugen of gedachten. Ik denk niet dat dat binnen dertig jaar gebeurt, daarvoor zullen we eerst veel meer van het brein moeten begrijpen, maar je weet het maar nooit. Er zijn wel gekkere dingen gebeurd.”

Niet alleen gaan we de rekenkracht van het internet in de toekomst overal en altijd bij ons dragen, ook de dingen – de auto, de koelkast, de thermostaat – sluiten we straks massaal aan. “Een verloren sok die je straks dankzij internet gemakkelijk terugvindt, dat zou nog eens een bijdrage aan de mensheid zijn”, grapt Cerf.

In zijn eigen huis laat hij sensoren elke vijf minuten de temperatuur in elke kamer van zijn huis meten. Zo kan hij aan het eind van het jaar de energiehuishouding evalueren en verbeteringen voor isolatie of airconditioning voorstellen. “Een van de belangrijkste kamers voor mij is de wijnkelder. Als het warmer wordt dan 15,5 graden Celsius ontvang ik een waarschuwing op mijn mobiele telefoon. Op een dag moest ik voor drie dagen naar Chicago. Toen ik daar aan kwam, ontving ik zo’n waarschuwing vanuit de wijnkelder. Mijn vrouw was drie weken weg. Zij kon niets doen. Ik kon niets doen. Drie dagen lang kreeg ik elke vijf minuten een waarschuwing. Dat wil je natuurlijk niet. Maar goed, met op afstand regelbare techniek valt daar wel weer een mouw aan te passen.”

Symbiotisch

Door internet zien computers straks de wereld zoals mensen dat doen. Het beschikt over grote hoeveelheden audio, video en tekst en geeft daar betekenis aan, om ons leven te verbeteren. Cerf: “De computer ziet jouw agenda, weet hoe laat het is, weet hoe de verkeerssituatie is en vertelt je bijvoorbeeld dat je beter wat eerder in je auto kunt stappen omdat het verkeer drukker is dan verwacht. Straks zijn computers uitgerust met sensoren die meer waarnemen dan wij mensen kunnen, zoals infrarood- of röntgenstraling. Misschien moeten we computers als aliens zien. Wat mij betreft gaat het er om dat we ze programmeren om onze partners te zijn. Het vormgeven van een symbiotisch netwerk van mensen, computers en dingen heeft de informatica nu in net zo’n revolutionaire fase gebracht als de natuurkunde in de eerste helft van de vorige eeuw.”

Als evangelist benadrukt Cerf dat weliswaar eenderde van de wereldbevolking nu toegang heeft tot het internet, maar tweederde nog steeds niet. Dat deel moet de komende decennia ook toegang krijgen. Het gaat zeker gebeuren, zegt Cerf. “De ruggegraat van het internet die wij begin jaren zeventig ontwikkelden is er robuust genoeg voor. Ontwikkelingslanden zullen een paar stappen kunnen overslaan die Amerika en Europa wel hebben moeten maken. Zoals internettoegang via vaste telefoonlijnen. In Afrika en India zien we dat mensen meteen de stap naar mobiel internet maken.”

Het internet beperkt zich al lang niet meer tot de aarde. Ruimteschepen en satellieten maken er ook al deel van uit. Het interplanetaire internet is een variant op het aardse netwerk, en is in ontwikkeling. Cerf: “Een probleem van internetcommunicatie in de ruimte is dat de afstanden zo groot zijn en dat de planeten draaien. Wanneer datapakketjes heel lang onderweg zijn, zoals in de ruimte, is het aardse internetprotocol niet meer geschikt. Een Marslander die een datapakket naar aarde wil sturen, maar waarvoor de aarde tijdelijk uit zicht is, zou in het aardse protocol het datapakket weggooien. Daarom hebben we een interplanetair internetprotocol ontwikkeld dat datapakketjes net zo lang bij zich houdt totdat de ontvanger wel weer bereikbaar is. Of het datapakketje wordt naar een ruimteschip gestuurd dat op zijn beurt het pakketje wel meteen naar de aarde kan sturen. Huidige ruimteschepen gebruiken die techniek al, maar we zijn nog bezig om het interplanetaire protocol fijn te regelen en er een absolute interplanetaire standaard van te maken.”

Hoe afhankelijker we ons maken van het internet, hoe groter de gevolgen als er een keer delen van uitvallen. Moeten we niet een plan B hebben? Cerf: “O ja, daar maak ik me zorgen over. Ik kan je verzekeren dat die kwestie niet alleen bij Google bovenaan de agenda staat, maar ook elders. Hoe houden we het internet zo robuust en open mogelijk? We zullen betere technologieën moeten ontwikkelen om de privacy van gebruikers te waarborgen. En om te waarborgen dat alleen de juiste personen toegang hebben tot de juiste dingen. Verder moeten we er ook voor zorgen dat we over honderd jaar nog steeds toegang hebben tot de digitale informatie die we vandaag produceren. Dat is niet zo vanzelfsprekend als mensen denken.”

Cerf maakt zich ook grote zorgen over dictaturen die het internet in eigen land willen controleren. “Dat is een strijd die we nog heel lang zullen moeten voeren. Autoritaire regimes misbruiken het argument dat er ook zoveel rotzooi, zoals kinderporno, op het internet circuleert, om informatie naar hun hand te zetten. Het internet moet open en vrij blijven. Elke manier om informatie te filteren zal worden omzeild. Als ik één boodschap voor de wereld heb, dan is het: ‘Alsjeblieft, denk altijd kritisch na over wat je ziet, leest en hoort’. De beste tactiek is niet om wat voor informatie dan ook te onderdrukken, maar om kritisch denken te stimuleren.”