Gedrild, vernederd, bedreigd en bespuugd

Er is het nodige bekend over mis-standen in het turnen. Een boek van ex-turnsters meldt nieuwe feiten. „Dit was mishandeling.”

Als Stasja Köhler in de kroeg wel eens over haar turnverleden vertelt, is vaak de eerste reactie: ‘Joh, dat lijken wel praktijken uit China of het Oostblok.’ Was dat maar waar. Haar ervaringen in Nederland, met een Nederlandse trainer, waren zo mogelijk een graadje erger.

Ze schreef er samen met haar vriendin Simone Heitinga een onthutsend boek over. In De Onvrije Oefening schetsen de voormalige turnsters een beeld van meisjes die zo tussen hun tiende en zeventiende jaar onafgebroken werden gedrild, uitgescholden, uitgevloekt, vernederd, bedreigd, geïntimideerd, gemanipuleerd, gechanteerd, tegen hun ouders opgezet, aan haren getrokken, aan de nek opgetild, bespuugd, geschopt en geslagen.

Köhler, meervoudig Nederlands kampioen, denkt dat turnsters uit China of het Oostblok zelfs beter af waren. „Na afloop van toernooien zag je Roemeense turnsters in leuke jurkjes lopen en cola drinken. Nou, wij mochten ons nooit mooi kleden en al helemaal geen cola drinken. Een vrouw die het Roemeense turncentrum in Deva goed kende, heeft me verteld dat ze nooit heeft gezien dat daar turnsters werden geslagen.”

Met gangbare topsport had hun turncarrière weinig te maken, concluderen Köhler en Heitinga met terugwerkende kracht. Beide inmiddels 33-jarige vrouwen spreken ronduit van mishandeling. Daarvoor verantwoordelijk was Gerrit Beltman, een ambitieuze trainer die kampioenen wilde kweken. Een persoonlijk streven, waaraan turnsters zich ondergeschikt moesten maken, zo maakt het boek pijnlijk duidelijk.

Maar als Beltman turnsters heeft mishandeld, moeten er dan geen juridische stappen tegen hem worden ondernomen? Vanessa Heitinga, de oudere zus van Simone en ook voormalig turnster onder Beltman, vatte in 2008 alle moed bijeen om aangifte bij de politie te doen. Te laat, de zaken waren verjaard. Haar verhaal zou hooguit als steunbewijs kunnen dienen als een andere turnster binnen de verjaringstermijn eenzelfde klacht zou indienen.

Journaliste Köhler en ex-journaliste Heitinga gebruikten hun pen om af te rekenen met Beltman, die hen op een goed moment zelfs in huis nam om volledige controle over de turnsters te kunnen hebben. Ze beschrijven minutieus welke mentale en fysieke vernederingen Beltman hen liet ondergaan. Pijn telde niet. Al stond het bloed in de handen of stierf je van de rugpijn, die bepaalde oefening moest gedaan worden. En als de meisjes dan eens vielen vloekte en schold hij alles bij elkaar – ‘godverdegodverdegodver, ik ben pislink’ was bijna zijn standaarduitdrukking.

Citaat Simone Heitinga:

‘Gerrit staat recht voor me, tegen me aan. Ik kan geen kant op, ik zit klein tussen hem en de muur. Hij grijpt met zijn beide handen mijn keel vast en tilt me aan mijn nek de lucht in, zijn gezicht zo dicht bij het mijne dat ik zijn adem kan voelen. Ik hoor een schraapgeluid, gevolgd door een spuuggeluid, en voel een dikke klodder midden in mijn gezicht.’

Emoties van pubermeisjes deden er niet toe. Of nu de vader van Köhler of de oma van Heitinga overleed, ze kregen vrij voor de begrafenis, maar voor rouwverwerking was geen tijd. Volgens Beltman mocht de dood niet ten koste van de prestaties gaan.

De meisjes moesten bij voorkeur hun haar knippen – lang haar zat in de weg. Ze werden verboden zich op te maken, mochten onder geen beding snoepen en al helemaal geen contact met jongens hebben.

Beltman maakte een dertienjarige Köhler uit voor slet als ze zich in zijn ogen te uitdagend opmaakt en kleedt. Hij trekt Heitinga aan de haren door de zaal nadat ze permanent had laten zetten. En hij is woedend als een net geopereerde Köhler in het ziekenhuis bezoek van jongens krijgt. Op een buitenlandse stage eten de turnsters in een supermarkt een zak snoep leeg. Stiekem en zonder te betalen, omdat hun aankopen bij de kassa door de trainer wordt gecontroleerd. Ze doen het om hun hongergevoel te beteugelen.

Köhler zegt trots te zijn dat ze eindelijk de moed heeft gevonden de misstanden onder Beltman aan de kaak te stellen. En hoe. Er waren eerder al turnsters die een boekje opendeden, maar nooit zo gedetailleerd. Köhler en Heitinga gaan – met dank aan hun dagboeken – een stap verder door de lezer rechtstreeks mee te nemen naar de zaal en te confronteren met afschuwelijke praktijken. Köhler: „Dit verhaal moest verteld worden, omdat er twintig jaar na dato nog turnsters getraumatiseerd hun carrière beëindigen. Ik hoop dat er echt iets verandert in de turnhal.”

Citaat Stasja Köhler, tijdens begrafenis van haar vader:

‘Mijn oma ziet dat het me te veel wordt. Ze wil mijn hand vastpakken, maar ik trek hem snel terug. Het doet me pijn om dat te doen. Ik wil maar al te graag dat ze mijn hand vastpakt. Maar ik wil niet soft overkomen op Gerrit, die achter me loopt. Zijn ogen prikken in mijn rug. Gerrit vindt mensen soft als ze elkaar troosten. Dat zijn mietjes, volgens hem. En ik wil niet soft zijn. En al helemaal geen mietje.’

Nog dagelijks worstelt Heitinga met de geestelijke gevolgen van haar turncarrière. Ze had moeite een sociaal leven op te bouwen en voor zichzelf op te komen. „De gechoqueerde reacties op onze verhalen leerden mij dat onze ervaringen abnormaal zijn. Veel oud-turnster blijken gelijke ervaringen te hebben en zijn ook getraumatiseerd. Voor mij was het schrijven van het boek therapeutisch. Ik ben nu zover dat ik de hulp van een psycholoog overweeg. En dan ben ik er nog redelijk goed uitgekomen. Met mijn zus Vanessa gaat het helemaal niet goed; die lijdt nog elke dag onder haar turnverleden.”

En de ouders, hoe zit het daarmee? Wisten die van niets? Konden die niet ingrijpen? Köhler en Heitinga maken haarfijn duidelijk dat de ouders vaak bewust onwetend werden gehouden. De trainingshal was bij Beltman verboden terrein voor ouders. En als de turnsters thuis klaagden, werden ze daarvoor op de training gestraft. Dus hielden ze hun mond.

Ouders zag Beltman als ballast, als hinderlijke beschermers die de weg naar de top belemmerden. In zijn ogen begrepen ouders topsport niet en moesten ze zoveel mogelijk worden genegeerd. Om die reden nam hij de kinderen in huis, zocht hij een school voor ze en had hij zicht op hun sociale leven. Of beter geformuleerd: zorgde hij dat een sociaal leven onmogelijk was.

Bijzonder hoofdstuk is de confrontatie van Köhler en Heitinga met hun oud-trainer in Calgary, waar hij momenteel werkzaam is. Zij waren er speciaal voor naar Canada gereisd. In een gesprek met Beltman biedt hij de turnsters weliswaar zijn excuses aan, maar zijn de antwoorden niet naar tevredenheid van zijn voormalige pupillen. In hun ogen bagatelliseert Beltman zijn handelingen. En het stoort hen dat hij zich, al dan niet bewust, weinig herinnert. Heitinga: „Hoe is het mogelijk. Het ging niet om incidenten, maar om stelselmatige misdragingen.”

De Onvrije Oefening – Simone Heitinga en Stasja Köhler. (De Geus).