Europese vervreemding

Met het extra pakket maatregelen waarover vrijdag in de ministerraad overeenstemming is bereikt hoopt het kabinet het overheidstekort volgend jaar onder de dwingende Europese norm van3 procent te houden. Of het allemaal haalbaar is zal nog moeten blijken. Maar opmerkelijk is in elk geval wel de plotselinge onderhandelingsdynamiek die de afgelopen dagen op en rond het Binnenhof viel waar te nemen. Met de inmiddels vertrouwde gesloten deuren als symbolisch beeld.

Het kabinet heeft met reden haast, want Brussel wacht op maatregelen uit Den Haag. Deze haast vormt een schril contrast met de sussende woorden die minister-president Rutte nog afgelopen dinsdag in de Eerste Kamer sprak over de bestaande begrotingscyclus. Toen zei hij dat Prinsjesdag „volledig intact” blijft.

Dit geldt ongetwijfeld voor het ritueel, maar zeker niet voor de inhoudelijke kant ervan. Als gevolg van het aangescherpte Europese begrotingsbeleid vormt de derde dinsdag in september niet langer het moment waarop de nationale volksvertegenwoordiging de begroting voor het nieuwe jaar gepresenteerd krijgt, waarna „de beraadslagingen” kunnen beginnen.

Als de minister van Financiën zijn koffertje met de Rijksbegroting aan de voorzitter van de Tweede Kamer overhandigd, zitten daarin stukken die zijn voorzien van een Europees goedkeuringsstempel. Met alle gevolgen van dien voor de beleidsvrijheid van Tweede en Eerste Kamer.

De Raad van State heeft hierover begin dit jaar op verzoek van de Eerste Kamer een overtuigend advies geschreven. Het door premier Rutte consequent gebagatelliseerde versterkte Europese economisch bestuur zal er volgens de Raad van State toe leiden dat de nationale begrotingsprocedure wijzigt. Lidstaten moeten namelijk reeds in het voorjaar hun stabiliteitsprogramma’s bij de Europese Commissie inleveren.

Aangezien het hier niet om vrijblijvende plannen kan gaan, betekent dit dat de politieke besluitvorming in de afzonderlijke landen over de begroting zich van het najaar naar het voorjaar verplaatst. De Raad van State concludeerde dan ook dat de behandeling van de begrotingswetsvoorstellen en het daarbij behorende Belastingplan wat de hoofdlijnen betreft „meer het karakter hebben gekregen van de uitwerking en formalisering van al vastgelegde afspraken”.

Voor een kabinet is het ongetwijfeld een geruststellende gedachte, maar het betekent dat een ‘Nacht van Schmelzer’ waarmee in 1966 het kabinet-Cals ten val kwam, zich straks niet meer kan voordoen. Fractievoorzitter Schmelzer van de Katholieke Volkspartij (één van de voorlopers van het CDA) diende toen een voor het kabinet onaanvaardbare motie in waarin de minister van Financiën werd opgeroepen een aantal substantiële wijzigingen in de voorgestelde begroting aan te brengen. Dit kan de Tweede Kamer niet doen met een begroting waarvan de belangrijkste onderdelen al eerder door Brussel zijn goedgekeurd.

In de ogen van het huidige kabinet zal het allemaal niet zo’n vaart lopen. „Het kabinet deelt niet de visie van de Raad van State dat er sprake is van een verschuiving in de nationale begrotingsprocedures van het najaar naar het voorjaar”, schreef het twee weken geleden aan de Tweede Kamer. Als het door Brussel vereiste stabiliteitsprogramma in het voorjaar eerst met de Tweede Kamer wordt besproken voordat het naar de Europese Commissie wordt gestuurd, is het gat gedicht, meent het kabinet.

Die oplossing is veel te simpel. Een stabiliteitsprogramma waarin niet alleen staat hoe aan de Europese normen wordt voldaan maar ook hoe door Brussel geconstateerde problemen worden weggewerkt (de woningmarkt bijvoorbeeld), is dwingend. En wel zodanig dat de taak van de volksvertegenwoordiging als medewetgever wel degelijk aanzienlijk wordt beperkt.

Het is jammer dat het kabinet zo lichtvaardig met deze door de Raad van State beschreven dreigende uitholling van de rol van het nationale parlement omgaat. Minister Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) heeft zich diverse malen terecht bezorgd getoond over een Europese Unie waarin mensen zich niet meer herkennen. De Raad van State spreekt in dit verband over „democratische vervreemding”.

Het is exact deze houding van het kabinet die de vervreemding voeding geeft.