En nu een Vaticaanse Lente Graag een paus die is voor de vrijheid

Na Benedictus XVI heeft de rooms-katholieke kerk een paus nodig die intellectueel niet in de Middeleeuwen leeft. Geef ons een paus die openstaat voor deze tijd, schrijft Hans Küng, studiegenoot en intiemste vijand van Joseph – Benedictus – Ratzinger.

De Arabische Lente heeft een hele reeks autocratische regimes aan het wankelen gebracht. Zou met het aftreden van paus Benedictus XVI niet net zoiets mogelijk zijn in de rooms-katholieke kerk: een Vaticaanse Lente?

Het systeem van de katholieke kerk lijkt natuurlijk eerder op dat van een absolute monarchie zoals Saoedi-Arabië dan op dat van Tunesië of Egypte. In beide systemen is geen sprake van echte hervormingen, louter van kleine concessies. In beide systemen wordt een beroep gedaan op de traditie om zich te verzetten tegen veranderingen. In Saoedi-Arabië gaat die traditie slechts twee eeuwen terug; in het geval van het pausdom twintig eeuwen.

Maar klopt dat, met die traditie? De kerk heeft het in feite duizend jaar uitgehouden zonder het soort monarchistisch-absolutistische pausdom dat we vandaag de dag kennen. Het was in de elfde eeuw dat een ‘revolutie van boven’, de Gregoriaanse Reformatie verkondigd door paus Gregorius VII, ons de drie duurzame facetten van het roomse systeem heeft gegeven: een centralistisch-absolutistisch pausdom, de gedwongen geestelijkheid en het verplichte celibaat.

De inspanningen van de hervormingsconcilies van de vijftiende eeuw, de hervormers van de zestiende eeuw, de Verlichting en de Franse Revolutie in de zeventiende en achttiende eeuw en het liberalisme in de negentiende eeuw, zijn slechts gedeeltelijk succesvol geweest. Zelfs het Tweede Vaticaans Concilie, dat van 1962 tot 1965 werd gehouden en zich bezighield met de zorgen van hervormers en kerkcritici, werd gedwarsboomd door de macht van de curie – de pauselijke regering; het bestuurslichaam van de kerk. Uiteindelijk slaagde het concilie er slechts in een paar van de geëiste veranderingen ook daadwerkelijk ingevoerd te krijgen.

Tot op heden is de curie, die in zijn huidige vorm eveneens een product van de elfde eeuw is, het voornaamste obstakel voor iedere grondige hervorming van de katholieke kerk; voor iedere eerlijke oecumenische verstandhouding met de andere christelijke kerken en wereldreligies en voor iedere kritische, constructieve opstelling jegens de moderne wereld. Onder Johannes Paulus II en Benedictus XVI, heeft zich een fatale terugkeer afgetekend naar de oude, monarchale gewoonten van de kerk.

In 2005, ter gelegenheid van een van de weinige doortastende optredens van Benedictus, had ik een vier uur durend gesprek met hem in zijn zomerresidentie in Castel Gandolfo in Rome. Ik was zijn collega geweest aan de universiteit van Tübingen en ook zijn scherpste criticus. Tweeëntwintig jaar lang, dankzij de intrekking van mijn kerkelijke lesbevoegdheid omdat ik de pauselijke onfeilbaarheid had durven bekritiseren, hadden we niet het geringste persoonlijke contact gehad.

Voorafgaand aan deze ontmoeting besloten we onze geschillen opzij te zetten en het alleen over onderwerpen te hebben waarover we overeenstemming zouden kunnen bereiken.

Voor mij, en voor de hele katholieke wereld, was de ontmoeting een teken van hoop. Maar helaas werd het pontificaat van Benedictus gekenmerkt door inzinkingen en slechte besluiten. Hij heeft protestantse kerken, joden, moslims, Latijns-Amerikaanse indianen, vrouwen, hervormingsgezinde theologen en alle hervormingsgezinde katholieken tegen zich in het harnas gejaagd.

De grote schandalen van zijn pausschap zijn bekend: van de Holocaustontkenner bisschop Richard Williamson tot het wijdverbreide seksuele misbruik van kinderen en jongeren door geestelijken, dat door de paus – toen hij nog kardinaal Joseph Ratzinger heette – in de doofpot is gestopt. En tot slot de ‘Vatileaksaffaire’, die intriges, corruptie en seksueel wangedrag in de curie aan het licht bracht, wat de reden lijkt te zijn dat Benedictus besloot af te treden.

Het eerste aftreden van een paus in bijna zeshonderd jaar legt de fundamentele crisis bloot waaraan de rooms-katholieke kerk, die aan ernstige aderverkalking lijdt, al langere tijd ten prooi is gevallen. Nu vraagt de wereld zich af of de nieuwe paus ondanks alles een nieuwe lente voor de katholieke kerk kan inluiden.

Het is onmogelijk de wanhopige behoeften van de kerk over het hoofd te zien. Er is een rampzalig tekort aan priesters. Grote aantallen mensen hebben de kerk verlaten of hebben zich in ‘interne emigratie’ begeven. Er is sprake van een onmiskenbaar verlies aan respect voor bisschoppen en priesters, van vervreemding, vooral bij jongere vrouwen, en van een onvermogen om jongeren bij de kerk te betrekken.

Men moet zich niet laten misleiden door de mediahype van groots opgezette massabijeenkomsten rondom de paus of door het woeste applaus van conservatieve katholieke jongerengroeperingen. Achter de schermen is het hele bouwwerk in elkaar aan het storten.

In deze dramatische situatie heeft de kerk een paus nodig die intellectueel niet in de Middeleeuwen leeft, en die zich niet uitspreekt voor een of andere middeleeuwse theologie, liturgie of kerkconstitutie. De kerk heeft een paus nodig die openstaat voor de moderniteit. Een paus die opkomt voor de vrijheid van de kerk in de wereld, niet alleen door te preken, maar ook door met woorden en daden te strijden voor de vrijheid en de mensenrechten binnen de kerk, en voor theologen, vrouwen en alle katholieken die openlijk de waarheid willen verkondigen. Een paus die bischoppen niet langer dwingt een reactionaire ‘partijlijn’ te volgen, en die een passend democratisch model binnen de kerk in praktijk brengt, geïnspireerd door het primitieve christendom. Een paus die zichzelf niet laat beïnvloeden door een in het Vaticaan wonende schaduwpaus als Benedictus en zijn loyale volgelingen.

Het College van Kardinalen moet gewoon de beste man kiezen. Helaas wordt sinds de tijd van paus Johannes Paulus II een vragenlijst gebruikt om alle bisschoppen bij omstreden thema’s de officiële rooms-katholieke leer te laten volgen, een proces dat wordt bezegeld door een gelofte van onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan de paus. Daarom zijn er tot nu toe onder de bisschoppen geen publieke andersdenkenden.

Toch is de katholieke hiërarchie gewaarschuwd voor de kloof tussen zichzelf en de leken inzake hervormingsvraagstukken. Bij een opiniepeiling in Duitsland bleek 85 procent van de katholieken ervoor om priesters te laten trouwen, 79 procent om gescheiden mensen binnen de kerk te laten hertrouwen en 75 procent om vrouwen te wijden. In andere landen zullen de cijfers niet heel verschillend zijn.

Krijgen we een kardinaal of bisschop die niet gewoon op dezelfde oude weg wil doorgaan? Iemand die weet in welke diepe crisis de kerk verkeert en die de uitwegen kent?

Deze vragen moeten voor en tijdens het conclaaf openlijk worden besproken, zonder dat de kardinalen worden gemuilkorfd om ze in het gareel te houden, zoals bij het laatste conclaaf in 2005.

Als laatste actieve theoloog die nog aan het Tweede Vaticaans Concilie heeft deelgenomen (samen met Benedictus), ben ik benieuwd of er bij het begin van het conclaaf, net als toen bij het begin van het concilie, een groep dappere kardinalen zou kunnen zijn die de rooms-katholieke hardliners frontaal aanpakt en een kandidaat eist die bereid is zich in nieuwe richtingen te wagen. Mocht het komende conclaaf een paus kiezen die doorgaat op dezelfde oude weg, dan zal de kerk nooit een nieuwe lente beleven maar in een ijstijd belanden en het gevaar lopen om te krimpen tot een onbeduidende sekte.

Hans Küng is emeritus-hoogleraar oecumenische theologie aan de universiteit van Tübingen en auteur van het boek Is de Kerk nog te redden? © The New York Times