Eindelijk wordt het universum wakker

Thomas Nagel, Mind and Cosmos. Why the Materialist Neo-Darwinian Conception of Nature is Almost Certainly False Oxford University Press, 144 blz. € 27

De filosoof Thomas Nagel werd beroemd met zijn essay What is it like to be a bat? (1974). Daarin betoogde hij dat wij ons nooit kunnen voorstellen rond te vliegen met vliesvleugels en echolocatie. Die vleermuisstelling was deel van een intense verdediging van de uniekheid van individuele ervaring.

In zijn nieuwste, al druk bediscussieerde boek tilt de 75-jarige Nagel zijn strijd voor de uniekheid van bewuste ervaringen naar een kosmisch niveau. Hij valt de wetenschap aan waarin een geldige verklaring slechts uit ‘fysieke feiten’ mag bestaan. Nagel vindt dat bewustzijn – of het leven zelf – nooit begrijpelijk zal zijn op basis van alleen ‘materie’. De bestaande bewustzijnstheorieën wijst hij af, zonder er overigens diep op in te gaan.

Nagels punt ligt verder: de bewuste geest, dat unieke product van het leven, moet een eigen plaats krijgen in theorieën over het universum. “Want niet alleen bood de natuur ruimte voor het ontstaan van bewuste wezens met een geest, de natuur is ook nog eens begrijpelijk voor dergelijke wezens. Dit zijn fundamentele kenmerken van het universum, geen bijproducten van toevallige ontwikkelingen die kunnen worden verklaard zonder enige verwijzing naar geest.”

Wij bewuste mensen zijn een extreem belangrijk fenomeen. “Elk van onze levens vormt een deel van het lange proces waarin het universum geleidelijk wakker wordt en zich bewust wordt van zichzelf”, aldus Nagel. Nagel ontkent niet dat de menselijke geest ontstaat in een ‘materieel’ brein, maar dat is niet voldoende als verklaring. Bewustzijn is meer. En redeneringen zijn weer veel meer dan een product van bewustzijn. En morele waarden zijn wéér een zelfstandige stap verder omhoog. Dáárom moeten subjectieve bewustzijnservaring, betekenis, bedoelingen, waarden, redeneringen en verlangens allemaal worden toegevoegd aan de “verder schitterende wiskundige eenheid van het materiële universum”.

Hoe dat dan moet, weet Nagel ook niet precies. Hij ziet niets in een God als verklaring. “Maar ik ben overtuigd geraakt van het idee dat er wel doelgerichte natuurwetten kunnen bestaan (...) dat er dingen gebeuren omdat ze op een pad liggen dat ergens naar toe leidt.” Hij ziet ook niks in een aparte ‘geesteswereld’. Maar hij ziet wel iets in wat hij ‘neutraal monisme’ noemt: “waarin de samenstellende delen van het universum niet alleen een materieel karakter hebben, maar ook een mentaal karakter.” Vanaf het begin van de wereld is er dan al de belofte van leven, van bewustzijn, van logica en van morele waarden. En daar gaat het Nagel om.

Er is veel kritiek mogelijk op dit boek. Waarom wijst Nagel bijvoorbeeld het toch breed levende idee van ‘emergentie’ zo fel af? Dat betekent dat op ieder niveau van complexiteit weer eigen, autonome patronen kunnen ontstaan. Een mier weet niks, maar met een mierennest zou je een gesprek kunnen voeren, schreef Douglas Hofstadter ooit. En wat is eigenlijk het bodemniveau van die agressieve reductie die zou heersen in de wetenschap? Het Higgsdeeltje? Daarover hoor je psychologen toch zelden.

Een andere kwestie is hoe vanzelfsprekend het ontstaan van bewustzijn is. Met hun enorme variatie in soorten en leefomgevingen hebben de dinosauriërs toch ruim honderd miljoen jaar prima zonder geleefd. En de insekten nog steeds. Zonder die toevallige meteoriet van 65 miljoen jaar geleden zou er zelfs nooit ruimte zijn ontstaan voor de slimmere zoogdieren. En dan nòg. Die unieke mens was slechts een laatkomertje in een toen al uitstervende mensapentak. In een enorm heelal dat verder zwijgt – maar goed, misschien verandert dat nog.

Nagel wordt al uitgemaakt voor een lakei van de creationisten, maar dat is onzin. Hij is een slimme man die moedig ingaat tegen een dominant wereldbeeld. Het is verfrissend te lezen welke argumenten hij daarbij inzet. De leukste (en meest onweerlegbare) gebruikt hij aan het slot: “Ik wil wedden dat de huidige gelijkhebberige wetenschappelijke consensus over twee generaties belachelijk zal worden gevonden. Hoewel er dan misschien weer een andere consensus heerst die net zo ongeldig is. De menselijke wens om te geloven is onuitputtelijk.”

Hendrik Spiering