Een man met een verleden

Iedereen deed of er niets aan de hand was. Herstel. Alle programmamakers van Nederland wilden alles van hem weten. Herstel. Iedereen werd voorzichtig en begon naar woorden te zoeken. Maxim Februari (1963) begint De maakbare man. Notities over transseksualiteit met deze opsomming van de verschillende wijzen waarop de wereld een halfjaar geleden reageerde op zijn mededeling dat hij verder zou leven als man.

De maakbare man is geen filosofische verhandeling, zoals je die van Februari ook wel zou verwachten, maar een ‘Alles wat u wilde weten over transseksualiteit maar niet (of juist wel) durfde vragen aan Maxim Februari’. Hij schrijft kort over zijn jeugd en over hoe hij door te schrijven de man-vrouwkwestie ontweken meende te hebben. „Tot de buitenwereld me opsloot in het interneringskamp van de vrouwelijke schrijvers en vrouwelijke denkers, natuurlijk.”

Verder bevat het boek hoofdstukken over etiquette en ‘foute’ vragen. Daarin komt de moeite aan de orde die mensen hebben om over te schakelen van ‘zij’ naar ‘hij’ (er is ook nog het huiveringwekkende ‘zhij’). Als één ding duidelijk wordt uit De maakbare man, dan is het hoezeer mensen vasthouden aan hoe iemand is geboren, hoe iemand ‘eigenlijk’ is – of beter wás. In dat ‘eigenlijk’ zit ook de grootste discrepantie met de beleving van de transseksueel, die juist meent ‘eigenlijk’ altijd te zijn geweest wat hij na de overgang ook in de ogen van de buitenwereld is geworden.

Februari’s relaas is ontspannen van toon, maar wat minder als hij schrijft over het gehengel naar wat we maar de peniskwestie zullen noemen. Niet ten onrechte schrijft Februari dat andere mensen nooit naar hun penis wordt gevraagd. En, met de droge ironie die zijn columns voor deze krant kenmerkt: „Van vrijwel geen enkele man die we in het openbaar tegenkomen, weten we of hij er een heeft. Nieuwslezers? Politici? Managers? Balletdansers, ja die hebben er een. Maar die krijgen er vreemd genoeg weer geen mannelijker imago door.”

Het mooiste beeld van het boek is een anekdote uit de overgangsfase. Februari gebruikt al een tijd hormonen: zijn stem zakt, zijn haargrens wijkt en hij tilt de zwaarste zaken zonder moeite op. In zijn eigen dorp zorgt dat voor verwarring: meneer, eh, mevrouw. Maar in het naburige dorp, waar niemand hem kent, wordt hij in elke winkel met ‘meneer’ aangesproken. Hij is eindelijk man, maar in eerste instantie wordt hij alleen zo gekend door de mensen die hem niet kennen.

Er zit stellig een mooi lang verhaal in, maar de kans dat Februari dit thema literair gaat uitdiepen lijkt niet groot. Uit De maakbare man spreekt vooral een verlangen om de transitie achter zich te laten. Hij wilde immers geen transseksueel zijn, maar een man. In zijn eigen, even eenvoudige als scherpe formulering: „Een man met een verleden.”