Column

Economen hebben geen flauw benul

Debat-technisch zijn dit armoedige tijden. Het gewichtigste vraagstuk waar we over vechten is het begrotingstekort. Een algemeen, droog debat over geld. Niet geld voor een bepaald maatschappelijk doel, niet meer of minder geld voor een bepaalde sociale groep, nee gewoon over hoeveelheden geld. Zowel in de Verenigde Staten als in Europa als in Nederland luidt de centrale vraag: wat moet de penningmeester doen in tijden van crisis? Keynes of anti-Keynes, cyclisch of anti-cyclisch? Investeren of bezuinigen?

In Nederland vindt dat debat plaats tussen twee vastomlijnde kampen. Het ene kamp huist in ministeries en dicteert zijn argumenten aan de Nederlandse journalistiek. Het andere kamp huist in de academische economiefaculteiten en typt zijn stukjes op de opiniepagina’s van de krant. De economen zijn onvermoeibaar in het bewijzen van hun ‘kapotbezuinigstheorem’. Voor Rutte en Dijsselbloem is bezuinigen een way of life en is het behoud van vertrouwen in de Nederlandse kredietwaardigheid het grootste goed. Beide kampen betogen dat er maar één juist beleid is in tijden van crisis en dat is het tegenovergestelde van de andere partij. Dat doen ze met een dusdanige stelligheid en academische soevereiniteit dat je bijna zou geloven dat het over de zwaartekracht gaat in plaats van over een complex systeem vol onvoorspelbare factoren en massapsychologie.

Die onverzettelijkheid van beide kanten is opmerkelijk. Zoveel begrijpen we niet van de economie. Als je alle vakgebieden zou rangschikken op basis van hoeveel men begrijpt van zijn eigen onderwerp, dan bungelt de economie ergens onderaan. Bovenaan staat wiskunde, waar geen uitzonderingen bestaan. Dan volgt de natuurkunde waarin energie en materie zich volgens de natuurwetten gedragen. Dan volgt de toegepaste natuurkunde: scheikunde. Toegepaste scheikunde: biologie. Dan volgt toegepaste biologie: psychologie. En daar ergens in die regio waar men hypercomplexe systemen bestudeert die barsten van de uitzonderingen, daar volgt ergens de economie. In de biologie is men al nauwelijks in staat om goede modellen te maken die het gedrag voorspellen van bacteriën, zo weinig begrijpt men ervan. Voor klimaatwetenschap geldt min of meer hetzelfde. En economische modellen doen het misschien nog slechter. ‘Natuurwetten’ zijn grotendeels afwezig en elke maatschappij heeft een andere economie met zijn eigen kenmerken en zijn eigen onvoorspelbare kuddegedrag. Oftewel, economen hebben geen flauw benul.

Toch zal je een econoom bij Nieuwsuur nooit iets horen vermoeden. Hij veronderstelt niets. Ook al levert deze nieuwe crisis een schat aan nieuwe inzichten op, de econoom wacht de effecten van beleidskeuzes niet in nieuwsgierigheid af. Hij verklaart dat het rampzalig zal uitpakken en dat het pure domheid is van de politiek om niet te luisteren naar de econoom. Als je een rangschikking zou moeten maken van vakgebieden die het meeste kennis veinzen over hun onderwerp, dan staat economie met kop en schouders bovenaan.

Een politicus als Rutte of Dijsselbloem twijfelt op zijn beurt ook niet, doet niet aan vermoedens, maar verklaart stellig het tegenovergestelde: de beleidskeuzes zullen de economie er weer bovenop helpen. Het is een gevolg van een vreemde mengelmoes van kennis en ideologie die je, zodra het over economie gaat, zo makkelijk door elkaar kunt laten stromen. Of de bezuinigingen inderdaad op lange termijn het beste resultaat opleveren voor de economie, weet Mark Rutte niet zeker, maar hij wil het wel zeker.

Interessant wordt het pas echt zodra het beleid dat vanuit politieke overtuiging over het land is uitgestort, toch niet zulke fantastische gevolgen heeft. Ondanks een aantal jaar van budgettaire anorexia krimpt de economie nog steeds en loopt de werkeloosheid op. Zoals verwacht trekt Rutte er nauwelijks iets van aan en past kennelijk zorgeloos precies diezelfde overtuiging nog eens toe: extra bezuinigingen. De zucht van onbehagen over zoveel koppigheid in de economiefaculteiten van dit land is bijna te horen. Maar Rutte kan niet anders. Ook al levert de uitkomsten van zijn beleid interessante nieuwe informatie op, hij mag hier niet van leren, hij mag geen nieuwe inzichten opdoen en van mening veranderen. Het zou politieke zelfmoord zijn. Zijn ideologieën moeten als natuurwetten zijn, ze moeten altijd en overal gelden.

Dat is jammer. Een beetje voortschrijdend inzicht kan de economie vermoedelijk wel gebruiken.