De militairen zijn weg uit Budel

Defensie bezuinigt één miljard euro. Een verhaal over hoe de lokale economie van een dorp geraakt wordt als een grote legerkazerne zijn poorten sluit.

Op zondagen kon je in Budel „op de koppen lopen”, zegt restaurateur Jurjen van Riet. Maar dat was vroeger, toen de militairen uit de Budelse kazerne nog in het dorp kwamen winkelen, eten en drinken. „Nu kun je hier zondags een kanon afschieten.” De 41-jarige Van Riet zucht. „Het bruisende Budel.”

Het Brabantse dorp onder Eindhoven is al decennia nauw verbonden met de Nassau Dietzkazerne, sinds de jaren zestig gesitueerd aan de dorpsrand. Jarenlang zorgde de gelegerde militairen – vooral Duitsers – voor bedrijvigheid en werkgelegenheid in de kleine gemeenschap met 9.000 inwoners. Maar nu is uitgestorven bij de poort .

Alleen af ten toe zijn er nog soldaten op de kazerne. De ruim 1.200 Duitse militairen zijn zo’n acht jaar geleden teruggehaald vanwege een herstructurering binnen het Duitse leger. Nu wordt de locatie nog door Nederlandse militairen gebruikt, maar lang niet altijd en niet met zo veel. Op termijn – wanneer precies is nog onduidelijk – sluit de kazerne helemaal. Daarmee wil het ministerie van Defensie, dat 1 miljard euro moet bezuinigen, jaarlijks 5 miljoen besparen.

Het is een stuk rustiger geworden in Budel sinds de Duitsers zijn verdwenen, stelt restaurateur Van Riet vast. Samen met zijn vrouw runt hij restaurant De Brasser in het centrum van Budel, dat zoals zo veel kleine dorpen gedomineerd wordt door een grote kerk. Om het dorpshart worden oude panden afgewisseld met nieuwbouw. Op straat is het rustig, de zaak van Van Riet zit halfvol. Lunchende stelletjes zitten aan een kop tomatensoep of zetten hun tanden in een tosti – „de grootste van de regio”, zo meldt de menukaart.

Van de bijna dertig horecagelegenheden die het kleine dorp rijk was, zijn er nog elf over. „Het is hard gegaan”, vertelt Denis Pront, kroegeigenaar en voorzitter van de plaatselijke afdeling van Koninklijke Horeca Nederland. Ondernemers deden goede zaken. Zo ook de pizzeria: „Daar werden hele stapels afgehaald”, vertelt Pront. Die pizzeria is er niet meer. Inmiddels wel weer een andere – daar zag hij laatst weer eens een „legergroen karretje” voorrijden. „Dat komt niet meer vaak voor.”

De kazerne bood werk aan zo’n 175 Nederlandse burgers. Zij werkten in de keuken en de schoonmaak of deden onderhoud aan het materieel. Van Riet heeft in zijn zaak al de nodige afscheidsfeestjes voorbij zien komen. „Mensen die daar dertig of veertig jaar werkten”, vertelt hij. Nu werkt er nog maar een handjevol niet-militairen op de kazerne.

In Grand Café De Bonte Os was het op de maandagavonden vaak druk, herinnert eigenaar Paul Neeskes (63) zich. Vaak kwamen er wel zestig militairen tegelijk bier drinken. En eten. Schnitzels – dat stond speciaal voor hen op de kaart. Van de Nederlandse militairen die daarna kwamen heeft hij „veel minder profijt” gehad.

Schoenverkoper Johan Mathijsen (65) kan precies vertellen hoeveel verschil het vertrek van de Duitse militairen voor hem maakt: tien paar. Zo veel schoenen verkocht hij ze vroeger in een goede maand, vertelt hij in zijn zaak. Zonder die omzet kan hij ook goed rondkomen, zegt Mathijsen, al was die tien paar wel „de slagroom op het gebakje”.

Oud-minister van Defensie Hans Hillen heeft bij de beslissing welke kazernes moeten sluiten geprobeerd die in kwetsbare gebieden te ontzien. Maar, zo besprak Mathijsen laatst met zijn vrouw, „de Nederlandse overheid doet onze regio geen goed”. Het is duidelijk, vindt hij, dat „het CDA geen katholieken uit het zuiden meer op belangrijke posities heeft”.

Een schok zal het niet echt meer zijn voor de gemeenschap als de laatste militairen ook vertrekken, denkt restaurateur Van Riet. „Mensen hier weten dat het dadelijk echt afgelopen is.”

Wat er na sluiting met het kazerneterrein gebeurt, is nog niet duidelijk. De grond is van Defensie, maar de gemeente vindt het „heel belangrijk” dat er een nieuwe bestemming komt. Iets dat banen oplevert, als het even kan. En iets dat voor bedrijvigheid zorgt. Lokale ondernemers fantaseren over een camping.