Betaal voor het verhaal

Bas van Putten speelt voor CEO op de achterbank van een ‘unieke’ Bentley Mulsanne.

Voor vierenhalve ton heb je tachtig vierkante meter in Amsterdam-Zuid. Of een Bentley Mulsanne. De Bentley-man houdt elders domicilie, dus dat wordt de Mulsanne. Een vijvenhalve meter lange überlimousine zoals alleen de Engelse elite ze nog bouwt, zowel bij Bentley als Rolls-Royce onder Duitse supervisie van respectievelijk VW en BMW. De perfectie voorbij, groter dan de zon.

De Bentley-man koopt grootheid. Grootheid betekent massa: 2.600 kilo staal, door een achtcilinder turbo met 512 pk op te jagen naar een topsnelheid van bijna 300 kilometer per uur. Absurd? Vraag in dit herenparadijs nooit naar de zin. De snelste Bentley-sedan, de Continental Flying Spur, haalt 326. In Duitsland reed ik er 260 mee, niets van te merken. Dit spectaculair geruisloze spektakel laat zich beleven in met leer beklede herenzetels op het vloeroppervlak van een walk-in-closet, voor wat de hoogste grondprijs van het land zou zijn als er geen wielen onder zaten. De eigenaar rijdt niet eens zelf. Dat doet de chauffeur.

Wat die nu doormaakt, weet ik niet. Hij zwijgt, en ik zit niet achter het stuur. Ik speel voor CEO op de achterbank, verstekeling in een extreme taxi. Wat moet een man daar, staatsman, bestuursvoorzitter, maffioso of gewoon BN’er? Het is de vraag die in je opwelt als je op de snelweg een minister achter in een BMW of Audi langs ziet glijden. Had hij niets te doen, dan reed hij zelf. Bellen kan hij als bestuurder ook. Maar sturen mag hij niet, want hij moet rusten of werken. De auto is zijn stiltecentrum of kantoor. Op de uitklaptafeltjes in de rugleuning van de Mulsanne-voorstoelen – zwart hoogglans, vast en zeker pianolak – kan een laptop staan. Een piepklein laptopje. De Macbook Air waarop ik in de Bentley dit verhaal hoopte te schrijven is te groot. Minpuntje.

Handicap twee: ik ben geen CEO. Ik draag geen maatschappelijke verantwoordelijkheid die mij noopt rijdend kantoor te houden. Juist daarom vond de Bentley-importeur het zinvol dat ik kennismaakte met die kant van de medaille. Ik vond het een geweldig plan, maar eenmaal onderweg zit ik er kleinburgerlijk benauwd mee in mijn maag. Ik krijg de vanzelfsprekendheid van het gemak niet in de vingers. Ik voel me opgelaten in die pauselijke achterzetel met het handgestikte Bentley-logo uit rood garen, in Engeland genaaid door een vrouw die een week zoet is met de stiksels voor één Bentley. Die naaister heeft nut, maar wat kan ik? De bijvrouw bellen? Heb ik niet. Een zakenpartner mailen dat ik laat ben? Helaas.

Lingo

Dan maar televisie kijken. In de hoofdsteunen zitten 8-inchschermen die je ook in grauwe middenklassers aantreft, maar dit is andere koek. Ik graai de draadloze afstandsbediening uit een ambachtelijk vervaardigd opbergvak tussen de voorstoelen en doe wat huisvrouwen in Volendam ook doen. Op de rechterbaan van de A1 richting Deventer kijk ik op een vrijdagochtend naar Lingo. Ik vind er niets aan. Het beeld is haarscherp. Het is jammerlijk absurd. Ik kijk tv omdat er tv is.

Mijn angst voor inkijk blijkt gelukkig ongegrond. De Bentley heeft gordijntjes achter en opzij. Ik ben volstrekt onzichtbaar in mijn glitterhol.

Op de terugweg draai ik Beethoven met Bernard Haitink, die op zijn oude dag voortreffelijk begrijpt hoe negen symfonieën moeten klinken, daar laat de Naim-stereo met 2200 watt geen misverstand over bestaan. Luid en duidelijk.

Mijn eenzaamheid schept ruimte voor reflectie. Wat heeft de Mulsanne in zijn mars dat hij zo veel moet kosten? De doorsnee bankzitter merkt geen verschil met een Mercedes S-klasse, Audi A8 of BMW 7-serie, alledrie het hoogste van het hoogste. De Bentley-rijder weet het wel: dat zijn maar auto’s van het schap, geen handgemaakte unicaten met verhalen over naaisters die een week lang voor je zwoegen.

Zulke verhalen zijn er ook over het leer. Een rundergenocide: zeventien koeien voor één Bentley. Gefokt in weiden zonder prikkeldraadomheining, tegen prikgaten in de Met Zorg Geselecteerde Huiden. Uniek!

Ik haal het asbakje in het deurpaneel uit de houder. Van staal, loodzwaar, geen plastic. Er zal één man bestaan die Bentley-asbakjes verchroomt zoals geen man het kan en anders vinden ze hem uit. Kosten noch moeite zijn gespaard bij deze Bentley. Alles aan deze auto is verhaal, en de som van die verhalen is de prijs.