‘We mogen groener én roder zijn’

Wat gaat u veranderen?

„Ik word niet de grote partij-ideoloog ofzo. Maar ik vind wel dat we kleurrijker, idealistischer mogen zijn: groener én roder. We moeten niet bang zijn onze eigen kiezers te bedienen. Zodat 20 procent van de mensen voor ons kiest, en die overige 80 procent onze standpunten ook echt niks vindt.

„En onze unieke boodschap is toch groen: wij zijn dé groene partij van Nederland. Dat hebben wijzelf lang als vanzelfsprekend gezien, maar dat is het niet.”

Hoe moet GroenLinks oppositie voeren?

„Volgens mij is de les van afgelopen jaren dat we niet te eager moeten zijn. Bij voorbaat nee zeggen is niet onze stijl, daar zijn andere partijen voor, maar we hebben wel een flink lijstje eisen. Verder vind ik dat de fractie met in het oog springende eigen punten moet komen. Over duurzaam voedsel bijvoorbeeld, of over de financiële markten. We mogen best fundamentelere systeemkritiek leveren, laten zien dat de bonuscultuur nog bestaat, dat er nog veel anders moet in de bankwereld.”

Zijn de gemeenteraadsverkiezingen in 2014 een verloren missie?

„Ik zeg niet dat het gemakkelijk wordt, zeker niet. In Utrecht zijn we nu de grootste, maar het is totaal niet vanzelfsprekend dat we dat blijven. Dat wordt hard werken.

„Toch heb ik er vertrouwen in, ook omdat ik zie dat veel mensen wel met GroenLinks-idealen bezig zijn. Er zijn wel honderdduizend Nederlanders lid van organisaties als Oxfam Novib of Milieudefensie. Dat zijn dan misschien geen GroenLinks-leden of -kiezers, maar al die mensen delen onze ideeën wel.”