Wat weerhoudt Boogerd ervan te biechten?

Oud-wielrenner Michael Boogerd komt steeds verder in het nauw door publicaties over doping. Waarom zou hij niet bekennen? Reacties van deskundigen.

Marjan Olfers, advocate en hoogleraar sport en recht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, zat in de commissie die onderzoek deed naar de gang van zaken rond oud-Raborenner Michael Rasmussen: „Vanuit maatschappelijk belang zeg ik: beken, Michael. We moeten tegen dopinggebruik zijn, want het is slecht voor een mens. Maar tegelijkertijd moeten we niet vergeten dat we het hier over mensen hebben, die uit een wereld komen waar dopinggebruik systematisch was. Wat willen we nu eigenlijk? Willen we dat Boogerd op tv zijn verhaal vertelt en in huilen uitbarst? Maakt dat ons gelukkiger? Laten we de menselijke maat alsjeblieft niet uit het oog verliezen.”

„Het is voor actieve wielrenners nog steeds onduidelijk wat nu precies de strafmaat is bij een dopingbiecht. Is dat een half jaar of een jaar? We weten het niet. En het betekent nogal wat als een wielrenner alle voorjaarsklassiekers en de Tour de France mist. Wie gaat dat betalen? En als je niet gebruikt hebt maar wel hebt gehandeld in doping, dan word je niet gestraft maar kun je wel strafrechtelijk vervolgd worden. Kortom, er is nog veel onduidelijk. Voor Michael Boogerd ligt het natuurlijk anders. Hij is al gestopt. Wat hem van een dopingbiecht kan weerhouden, is dat ook voor hem onduidelijk is wat zijn straf precies zal zijn als hij dopinggebruik bekent. Als het betekent dat hij al zijn sponsorgelden bijvoorbeeld moet terugbetalen, dan heeft dat nogal wat consequenties.”

Michel Wuyts, commentator voor de Belgische televisie: „Wat mij frappeert is de drang van de Nederlanders om alles tot op de bodem uit te diepen – van datgene wat je eigenlijk al lang wist. Moet Michael Boogerd nu aan de hoogste boom hangen? Zo heb ik ook geruchten opgevangen dat er druk is uitgeoefend op de voormalige leiding van Rabobank om Erik Dekker voor eind mei te laten sneuvelen, omdat anders de toelage voor Blanco [nieuwe naam van voormalige Rabopoeg] zou stoppen. Op zichzelf is het niet slecht om als journalist dingen uit te zoeken. Maar ik vraag mij af of jullie daarin niet te ver gaan. Boogerd was net bezig met een tv-carrière. En laten we de feiten op een rijtje zetten: tussen – pak ‘m beet – 1991, het jaar dat epo op de markt kwam, en 2001, het jaar dat er een sluitende epotest was, is het middel grootschalig gebruikt. Sterker nog: de internationale wielerunie UCI heeft in 1996 besloten dat renners een hematocrietwaarde van vijftig mochten hebben, wat in feite een vrijgave is voor het gebruik van doping. Wie niet meedeed, stond stil. Hoe getalenteerd je ook was.”

Mart Smeets, commentator voor de NOS: „Ik wil me hier niet over uitlaten. Hiervoor wil ik u graag doorverwijzen naar de leiding van de NOS.”

Danny Nelissen, oud-renner en wielercommentator deed eerder dit jaar zijn dopingbiecht: „Wat moet ik hier nog van vinden? Ik heb mijn zegje al gedaan op tv, en ik heb daarin ook gezegd dat iedereen voor zichzelf moeten weten wanneer hij iets wil vertellen – als hij al iets te vertellen heeft.”

Marcel Wintels, voorzitter van de Koninklijke Nederlandsche Wielren Unie (KNWU): „Ons beleid is dat we niet over individuele gevallen in de publiciteit treden. In algemene zin kan ik zeggen dat we staan voor een schone sport. Daarom vragen we ook aan renners en ploegleiders openheid van zaken te geven. Dat er jarenlang op grote schaal doping is gebruikt in het peloton, is geen nieuws meer. Ik kijk liever naar hoe we de wielersport weer geloofwaardig kunnen maken. Renners en ploegleiders kunnen bij ons – zonder sancties – hun verhaal doen. En zeker de boegbeelden van de laatste tien jaar kunnen van grote waarde zijn om de wielersport zijn geloofwaardigheid weer te laten herwinnen.”