Vrolijke mix van het mannelijke en vrouwelijke

In de prêt-à-porterweek presenteerde H&M met designermerken als Dries Van Noten en Balenciaga een deel van de dames-collectie najaar 2013.

Eindelijk wist modemerk H&M zondag door te dringen tot het bolwerk van sterrendom en haute couture: actrice Helen Hunt droeg tijdens de Oscar-uitreiking een lange, zijden H&M-jurk die speciaal voor haar was gemaakt.

Drie dagen later dook de Zweedse winkelketen op in dat andere bolwerk van designermode: de Parijse prêt-à-porterweek, waar het, ingeklemd tussen de shows van designermerken als Dries Van Noten en Balenciaga, een deel van de vrouwencollectie voor najaar 2013 liet zien.

In de tuin van het Musée Rodin, waar ook Dior en Yves Saint Laurent shows hebben gegeven, was een enorme tent opgetrokken. H&M had het ingericht als een decadent huis in jarenzeventigstijl. Er waren een keuken, een eetkamer, een serre, een gigantische bibliotheek, een kinderkamer, een psychedelische tv-kamer, etcetera. Gasten zaten aan de eettafel, op stoelen en kussens; de (top)modellen liepen van kamer naar kamer. Chanel staat erom bekend miljoenen uit te geven aan één show, maar budgetketen H&M was duidelijk ook niet zuinig geweest.

Een collectie moet veel in huis hebben om tegen zo’n decor op te kunnen. Hier bleek het getoonde daartoe te beperkt – zo’n dertig outfits – en niet bijzonder genoeg. Maar H&M maakte wel een punt. Het aanbod in de winkels leunt vaak op de collecties van bekende merken. Maar hier liet men met onder meer fluwelen capes, harige jassen en transparante jurken met zilverborduursel en veertjes zien dat men ook een modieuze collectie neer kan zetten zonder de trends van de toonaangevende modehuizen af te wachten.

De combinatie van ijle jurken en stevige jasjes was ook een hoofdthema bij Ann Demeulemeester. De jurken waren transparant en vaak lang, jassen zwaar van stof met kenmerkende negentiende-eeuwse, militaire snit. Er waren rijglaarzen tot op de knie en brede riemen en korsetten van stevig leer. Aan de hals van jurken hingen zijden draden, gedeeltelijk zwart gemaakt. Een serene, romantische show; Demeulemeester op haar best.

Ook de collectie van de Brit Gareth Pugh had dankzij lange, wijd uitstaande rokken een negentiende-eeuwse sfeer. Maar de overslagjassen en op T-shirts gebaseerde tops verwezen naar de inspiratiebron achter de collectie: de Asgarda, een 21ste-eeuwse vrouwenstam die leeft in de Karpaten en zich bezighoudt met vechtsporten. Pughs show begon met witte outfits met goudgeborduurde takken en luxe lamsleren jassen. Maar het leukst waren de monumentale stukken waarmee de show eindigde. Die waren geweven uit repen vuilniszak of bezet met ontelbare kleine stukjes donkergrijs plastic; een prachtige vorm van upcycling.

Klassieke mannenstukken brengen voor vrouwen is een van de grote thema’s in de vrouwenmode, maar Dries Van Noten weet er een nieuwe invulling aan te geven. De geklede, nonchalante collectie was gebaseerd op Fred Astaire en Ginger Rogers in de film Top Hat (1935), waarin zij dansen op het nummer Cheek to cheek– zij in een jurk met wapperende veren.

Archetypische mannelijke en supervrouwelijke elementen waren steeds vrolijk met elkaar in de weer. Een jurk met een rok uit drie lagen was gemaakt van wol in een krijtstreep en werd gedragen over een klassieke grijze flanellen pantalon. Op oversized mannenjassen zaten veertjes, stenen of borduursels. Wollen rokken waren bezet met veren en werden gedragen met witte overhemden en platte veterschoenen. In hooggehakte dansschoenen kwamen wollen sokken, over broeken kwamen rokken die eerder op mannenrokken leken dan op vrouwenrokken. En voor wie het liever zonder masculiene elementen doet, waren er verenjurken in zuurstoktinten. Een feest om naar te kijken, en ongetwijfeld een feest om te dragen.