Vingerdrummen met literair criticus James Wood

Brits literair criticus James Wood (1965), professor in literaire kritiek aan Harvard, kennen we van zijn sterke recensies in weekbladen als The New Yorker en de Londen Review of Books. Hij blijkt nog een talent te hebben: vingerdrummen.

Degene die wijst op het talent van Wood is Dickens-biograaf Robert Douglas-Fairhurst. Douglas-Fairhurst, jurylid van de Man Booker Prize 2013, begint zijn recensie van Woods essaybundel The Fun Stuff in The Guardian door te verwijzen naar een incident in 2008, toen hij per toeval op YouTube Wood zag vingerdrummen op zijn keukentafel. Douglas-Fairhurst wist zich toen geen raad met het filmpje. Vijf jaar later wel en kon hij een recensie van Woods nieuwe bundel ermee openen:

‘Tucked into a quiet corner of YouTube, away from the heavy traffic of skateboarding nuns and slapstick cats, there is a short film of the New Yorker critic James Wood finger-drumming on a kitchen table. He’s very good. His palms produce a thudding bass, his fingers tap out a fiddly syncopated tattoo, and his nails rattle a coffee mug into life as an improvised cymbal. Like all good drum solos, it is both measured and gleefully anarchic. No wonder it provokes a child off-camera into gurgles of delight.’

Het filmpje van een vingerdrummende Wood staat tot op de huidige dag op YouTube:

James Wood is een toonaangevend literair criticus. Wood was tussen 1991 en 1995 de belangrijkste literair criticus van de Britse dagkrant The Guardian, waar hij in 1990 als journalist begon. In 1995 vertrok hij naar Amerika om te werken voor het tijdschrift The New Republic. In 2007 kwam hij vast in dienst bij het Amerikaans opiniërend weekblad The New Yorker. Zijn stukken staan geregeld in The New York Review of Books en de London Review of Books.