Verbod op 'slechte seks met slechte vrouwen' zal averechts werken

Kan vrouwenhandel worden bestreden door een bordeelverbod? Nee, schrijft Marjan Wijers. Zo’n stigma zorgt juist voor meer geweld en minder hulp.

Ruim twaalf jaar na de opheffing van het bordeelverbod bestaat vrouwenhandel nog steeds. Reden voor Kamerleden Myrthe Hylkens (PvdA) en Gert Jan Zegers (CU) om een bezoek aan Zweden af te leggen. Daar hebben ze de klanten van prostituees strafbaar gesteld. Is dat niet ook een goed idee voor Nederland?

De kernvraag is natuurlijk: helpt het om vrouwenhandel te bestrijden? Wanneer ik iets geleerd heb in de twaalf jaar dat ik bij de Stichting Tegen Vrouwenhandel werkte is het dat stigma en rechteloosheid de voedingsbodem zijn van vrouwenhandel. Eens een hoer, altijd een hoer, who cares? Dat is wat handelaren hun slachtoffers vertellen. Het is een machtig wapen om ervoor te zorgen dat zij geen uitweg zien en er geen vertrouwen in hebben om naar de politie te gaan of hulp te vragen. Want wie zou hen geloven? In veel landen is dat, helaas, nog steeds waar. Het idee dat de beschermenswaardigheid van vrouwen bepaald wordt door hun (seksuele) onschuld is diep verankerd in al onze samenlevingen: ‘goede’ vrouwen verdienen bescherming, ‘slechte’ vrouwen kan je straffeloos misbruiken.

Nederland heeft geprobeerd dat aan te pakken door het bordeelverbod op te heffen en prostituees rechten toe te kennen. Hoeveel kritiek je ook op de uitvoering kan hebben, het heeft er wel voor gezorgd dat prostituees – of ze nu gedwongen in de prostitutie terecht zijn gekomen of zelf die keuze hebben gemaakt – veilig naar de politie kunnen gaan als zij slachtoffer zijn van geweld of vrouwenhandel en serieus en fatsoenlijk behandeld worden. Daar mogen we trots op zijn, want dat is in veel landen anders. Daar is de politie vaak een van de belangrijkste bronnen van geweld tegen prostituees.

Dat is dan ook precies de reden om diep bezorgd zijn over het Zweedse model. Daarin wordt versterking van het stigma op prostitutie juist als een positief effect gezien. Doel van de Zweedse wetgeving is immers om de morele boodschap uit te zenden dat prostitutie slecht is. Het probleem is dat je niet kan zeggen dat prostitutie slecht is en dat mannen die prostituees bezoeken slecht zijn zonder ook te zeggen dat prostituees slecht zijn. Een Zweedse publiekspoll uit 2008 laat dan ook zien dat 50 procent van de respondenten niet alleen de klanten, maar ook prostituees zelf strafbaar wil maken.

In Zweden nemen ze de negatieve effecten voor lief: meer geweld en discriminatie tegen prostituees, minder toegang tot hulpverlening en gezondheidszorg, meer onveilige seks omdat het bezit van condooms als bewijs van prostitutie wordt gebruikt, en meer pooiers omdat het moeilijker is zelfstandig te werken en klanten te werven. Kern van het Zweedse beleid is immers niet het bestrijden van vrouwenhandel, maar het bestrijden van prostitutie. Geparafraseerd: ‘Er is goede seks met goede vrouwen en slechte seks met slechte vrouwen. Wij gaan ervoor zorgen dat onze mannen alleen maar goede seks met goede vrouwen hebben.’

De vraag is of we in Nederland die negatieve effecten ook voor lief willen nemen – ongeacht wat je van prostitutie vindt – en wat de kern van ons beleid moet zijn: het bestrijden van prostitutie of het beschermen van het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen en het bestrijden van dwang, geweld en uitbuiting in de prostitutie.

Dat de opheffing van het bordeelverbod geen wondermiddel is, mag niet verbazen. We hebben al ruim dertig jaar beleid tegen huiselijk geweld, maar het bestaat nog steeds en er gaan in Nederland nog steeds meer vrouwen dood door huiselijk geweld dan door vrouwenhandel. Toch is dat geen reden om alle getrouwde vrouwen als slachtoffer te behandelen, het huwelijk te verbieden of alle getrouwde mannen op voorhand strafbaar te stellen.

Intussen wordt de regeling die buitenlandse slachtoffers een tijdelijke verblijfsvergunning en hulp en bescherming biedt afgekalfd. Terwijl de afgelopen 25 jaar de inzet vooral was om te zorgen dat meer slachtoffers aangifte deden en de aangiftedrempel zo laag mogelijk te maken, lijkt de aandacht nu te zijn verschoven naar het voorkomen van ‘misbruik’ van de regeling – overigens zonder enige onderbouwing door cijfers. Dat is pas echt een reden tot zorg. En daar kunnen we ook per direct wat aan doen.