Slovenië deed het ooit zo goed

De economische crisis bracht woensdag de Sloveense regering ten val Premier Jansa treuzelde met hervormingen én wordt beschuldigd van corruptie Burgers protesteren massaal

Correspondent Oost-Europa

De economische crisis in Europa heeft opnieuw tot de val van een regering geleid. Nadat vorige week de Bulgaarse regering moest aftreden, moest woensdag ook de Sloveense opstappen. Oppositieleider Alenka Bratusek krijgt twee weken om een nieuwe regering te vormen.

Die moet snel een grote schoonmaak houden in de financiële sector. Sloveense banken behoren tot de zwakste in de eurozone. Lukt dat niet, dan is de kans groot dat Slovenië nog voor de zomer de eurolanden om een noodlening moet vragen om de banken overeind te houden. Volgens schattingen heeft het land vijf miljard euro nodig.

Bratusek beloofde woensdag om ‘een Grieks scenario’ van bezuinigen onder zware internationale druk te vermijden. De Slovenen zijn de afgelopen twee maanden massaal de straat opgegaan tegen de regering. Net als burgers in Bulgarije en Griekenland zijn ze ontevreden over de economie én kwaad over gebrekkig bestuur en corruptie.

Begin januari publiceerde de anti-corruptiewaakhond van Slovenië, een overheidsorgaan, een vernietigend rapport over zowel de sociaal-democratische premier Janez Jansa als de links-liberale oppositieleider Zoran Jankovic. Jansa zou ruim 200.000 euro aan bezittingen hebben waarvan hij de herkomst niet kan verklaren. Het parlement dwong hem woensdag tot aftreden.

Tegen Jankovic, burgemeester van de hoofdstad Ljubljana, zijn vergelijkbare aantijgingen gedaan. Hij is tijdelijk geschorst als leider van zijn partij Positief Slovenië en vervangen door Bratusek, mogelijk binnen een paar weken de eerste vrouwelijke premier van het land.

Afgegleden modelland

Het voorbeeld van Slovenië, een ex-Joegoslavische republiek met twee miljoen inwoners, laat zien hoe genadeloos de crisis is voor regeringen die treuzelen met hervormen. Slovenië gold lang als voorbeeld in de regio. Een exporteconomie die er ook nog eens in slaagde de arbeidsvoorwaarden op een redelijk niveau te houden. Regeringen bestaan er meestal uit meerdere partijen en er is dialoog met de sterke vakbeweging.

De transitie van socialisme naar markteconomie ging stap voor stap. Zonder snelle privatiseringen en zonder armoedeval voor een groot deel van de bevolking. Slovenië trad in 2007 toe tot de eurozone, als eerste ‘nieuwe’ lidstaat. De economie groeide dat jaar met zeven procent.

De afgelopen jaren kantelde het positieve beeld razendsnel. De buitenlandse vraag viel sterk terug, waardoor de handelsbalans verslechterde. In 2009 was de krimp bijna acht procent. De staatsschuld stijgt snel en is nu 48,2 procent.

Belangrijke hervormingen, zoals van het pensioenstelsel en de arbeidsmarkt, liggen stil door massale vakbondsprotesten en referenda. De werkloosheid steeg naar tien procent.

In het kleine land kent de elite elkaar goed en houdt elkaar de hand boven het hoofd. Dat leidt tot corruptie. Banken hebben te veel leningen verstrekt op basis van niet-zakelijke criteria, bijvoorbeeld aan (politieke) vrienden.

Ook als het Bratusek lukt snel een nieuwe regering te vormen, zijn de gevaren voor Slovenië niet geweken. Het is nog de vraag of zij de radicale hervormer is die het land nodig heeft.

Het versplinterde politieke landschap maakt krachtdadig bestuur bovendien moeilijk. En daar komt de instabiliteit in buurland Italië nog bovenop. Het gevaar bestaat dat onrust op de markten over Italië overslaat naar de kleine buur.