Rutte moet vooruitrijder worden, ons hoop geven

De goede politicus is degene die kennis met hoop weet te verbinden. Premier Rutte is charmant, maar hij kijkt teveel achterom, aldus Frank Ankersmit.

Stel, u komt in de trein voor een langere reis, het is er rustig en u kunt gaan zitten waar u wilt. Kiest u dan voor vooruit- of voor achteruitrijden? Ik wil wedden voor het eerste.

Waarom eigenlijk? In de trein word je niet misselijk van achteruitrijden. En wat je van het landschap ziet als je vooruitrijdt, krijg je ook te zien als je achteruitrijdt. Alleen een klein beetje later. Het zit hem daarom in iets anders, denk ik. Vooruitrijden is gewoon logischer. Omdat onze ogen nu eenmaal aan de voorkant van ons hoofd zitten, kijken we van nature vooruit. Het vooruitrijden in de trein stemt daarmee overeen. Kies je daarentegen voor achteruitrijden, dan zal het landschap zich aan je ontvouwen op een manier die 180 graden verschilt met je eigen blikrichting. Dat heeft iets ongemakkelijks, zo niet tegennatuurlijks.

Welnu, in de politiek zijn wij van vooruitkijkers achteruitkijkers geworden, als Daniel Innerarity gelijk heeft in zijn vorig jaar verschenen, en bijzonder aardige The Future and its Enemies. In Defense of Political Hope. Van vrienden van de toekomst zijn wij er de vijanden van geworden; wij zitten nu met de rug naar onze collectieve toekomst, aldus Innerarity.

Dat kan je voor een goed deel op het conto schrijven van de usual suspects, zoals het einde van de geschiedenis, de ideologie, de Westerse hegemonie plus het wantrouwen tegen de technocratie en globalisering, het besef van de beperkingen van de politiek, en ga zo maar door.

Al die dingen hebben gemeen dat het daar steeds gaat om het failliet van een of ander gemeenschappelijk toekomstbeeld of een aspect daarvan. Dat wil zeggen, van het met z’n allen ‘vooruitrijden’. Het gaat er dan op lijken dat we wel een gemeenschappelijk verleden, maar geen gemeenschappelijke toekomst hebben. Dat bracht ons ertoe, zoals Innerarity het niet onaardig uitdrukt, om de toekomst te gaan ‘privatiseren’ – wat op zijn beurt weer leidde tot het bekende „met mij gaat het goed, maar met ons gaat het slecht”.

Innerarity is zo verstandig om daar begrip voor te hebben. Want we hebben in de vorige eeuw gemerkt tot wat voor onvoorstelbare rampen die bevlogen collectieve toekomstbeelden kunnen leiden. Wat dat betreft mogen we blij zijn te leven in een post heroic society. Dus alsjeblieft geen politieke helden meer! En ook de staat moet die heldenrol niet meer ambiëren.

In plaats daarvan bepleit Innerarity een politiek die steeds ‘leerbereid’ is – en die dus ook bereid is om de marktideologie als onnuttig te laten vallen als de harde feiten uitwijzen dat die contraproductief is. Zoals in de zorg. In onze post heroic society is ook geen ruimte voor de markt als nieuwe held. Maar vooral is nodig de erkenning dat mensen zowel individueel als collectief ‘vooruitkijkers’ zijn en dat er dus iets mis moet zijn met een politiek die de mensen ertoe noopt om de toekomst te ‘privatiseren’. Dat is even onnatuurlijk als het achteruitrijden in de trein.

Maar, ja, hoe doe je dat, die ‘ont-privatisering’ van de toekomst? Innerarity doet hier een begrip op de ‘hoop’. Op het eerste gezicht een nogal machteloos gebaar. Wat kun je daar in hemelsnaam mee beginnen? Is dat begrip hoop niet bij uitstek hopeloos? Maar dat valt wel mee. Denk die categorie van de hoop maar eens weg uit je eigen leven. Dan blijft er niet veel over. Het zou je leven in ieder geval flink veranderen.

Belangrijker nog, hoop is niet alleen maar een irrationeel gevoel of een primitief optimisme. Nee, hoop is juist de verwachting dat je in staat zult zijn het goede te doen, als je alles geleerd hebt van wat er te leren valt van wat misging in het verleden. In die zin is er een nauwe en directe band tussen hoop en kennis. De cynicus is iemand die hoop door kennis vervangt, de dromer vervangt kennis door hoop. En de goede politicus is degene die kennis met hoop weet te verbinden.

Met Innerarity’s boek in de hand kun je een paar zinnige dingen zegge over de manier van politiek bedrijven van premier Rutte. Allereerst, dat zijn marktfundamentalisme nog iets ideologisch heeft. Anderzijds, na de gang van zaken bij de laatste kabinetsformatie zullen velen hem eerder een teveel dan een tekort aan ideologische souplesse verwijten.

Bovendien, hij is aardig en charmant, geestig en ad rem, komt uitstekend over, is als spreker en debater een onvoorstelbare vooruitgang op zijn voorganger en hij kent zijn zaken als geen ander. Bovenal straalt hij altijd een onverwoestbaar optimisme uit.

Maar dat optimisme stimuleert gek genoeg geen hoop op de toekomst. Dat komt omdat het iets leegs en gemakzuchtigs heeft, en eerder een trekje van de persoon dan van de politicus Rutte lijkt te zijn. Want die is net zo’n achteruitrijder als wij allemaal. Hij heeft het wel altijd over waar we vroeger in de fout gingen maar nooit over de beloftes van de toekomst. Je zal hem bijvoorbeeld nooit horen zeggen dat het nu weliswaar met Europa kommer en kwel is, maar dat er toch ook reden voor hoop op een betere toekomst is, mits we doen wat de ratio aanbeveelt.

Pas als Rutte dat gaat doen, kan hij ons transformeren van een natie van achteruitrijders in een natie van vooruitrijders, in een natie die bereid is tot investeringen in de toekomst, die vertrouwen heeft in de economie, in zonneschijn na regen en, vooral, in zichzelf.

Frank Ankersmit is emeritus hoogleraar intellectuele geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen.