Regeerakkoord: een brug die op instorten staat

Rutte en de zijnen kunnen niet rekenen. Complexe projecten schatten ze verkeerd in. Zo gaat dat met het primaat van de grote bek, volgens Leo Prick.

Bruggen slaan, zo heette het Regeerakkoord dat Rutte en Samson vier maanden geleden breed lachend presenteerden. Twee weken later stonden ze er weer, niet langer lachend, om te bekennen dat de eerste pijler onder de brug het had begeven. De financiële gevolgen van de inkomensafhankelijke zorgpremie bleken anders dan gedacht. Daarna zou ook de pijler van het woonakkoord het begeven, en inmiddels is duidelijk dat het leenstelsel voor studenten waarschijnlijk ongunstiger uitpakt dan werd voorgesteld. Het Regeerakkoord heeft niet langer het karakter van een brug die verbindt, maar van een brug die op instorten staat.

Al veel eerder was duidelijk dat Rutte moeite heeft met rekenen. Zo vergaloppeerde hij zich met de noodhulp voor Griekenland en de forenzentaks. Met een ingenieur aan zijn zijde zou je verwachten dat hij zijn sommen beter was gaan maken, maar het tegendeel blijkt het geval. Dat roept de vraag op: is het wel een kwestie van rekenkunde?

Zodra het gaat om complexe projecten blijkt dat niet alleen op financieel gebied zwaarwegende inschattingsfouten worden gemaakt. Werkzaamheden blijken niet op elkaar te zijn afgestemd, er is onduidelijkheid over wie waar verantwoordelijk voor is en het gaat ook nog eens meer kosten en langer duren dan gepland. Andere landen zoals bijvoorbeeld Frankrijk slagen er wel in ingewikkelde projecten volgens planning uit te voeren.

Daar wordt nauwkeurig voorspeld dat de eerste proefrit op de nieuwe hoge snelheidslijn over drie jaar en zes weken zal plaatsvinden. Het kan dus wel, en dat het bij ons op alle fronten telkens weer mis gaat is, zo mag je concluderen, een kwestie van cultuur, van de wijze waarop besluiten worden genomen.

Wie ervaring heeft met internationale samenwerking weet dat de gemiddelde Nederlander niet gebukt gaat onder bescheidenheid. Onze landgenoten vallen op door veel te lachen, kwinken te slaan en slecht te luisteren. Wie zich niet duidelijk manifesteert, wordt niet gehoord. Wie in een vergadering kritiek uit en daarmee een voorstel dreigt te torpederen wordt al gauw gezien als een spelbreker die de sfeer verpest. Het enthousiasme over de grote plannen mag niet worden verstoord.

Dit primaat van de grote bek zien we dagelijks aan het werk in de politiek. Samson die bij Pauw en Witteman ongegeneerd een politiek bepleit waar hij tot voor kort kritiek op had. Plasterk die blijmoedig het landsbestuur op de schop denkt te gaan nemen alsof de huidige economische ontwikkelingen het leven niet al ingewikkeld genoeg maken. Onvoorbereid, ondoordacht, met als argumenten dezelfde kretologie als die waar in de zorg en in het onderwijs ten gevolge van fusies allerlei instellingen aan kapot zijn gegaan: dat grote organisaties efficiënter werken en meer taken aankunnen. Alsof andere vormen van samenwerken niet even vruchtbaar kunnen zijn.

Gewoon op de winkel passen tot tevredenheid van de burgers is een veel te bescheiden doelstelling. Het primaat van de grote bek maakt dat er talloze plannen worden opgesteld die achteraf onuitvoerbaar blijken te zijn.

Saai is het nooit, maar het blijft jammer dat we onze energie niet beter en prettiger besteden.

Leo Prick is medewerker van NRC Handelsblad.