O ja, het is ook haar brood

Ik probeer een column over een writer’s block te schrijven maar het lukt niet. Ik had wel wat willing suspension of disbelief nodig voor het writer’s block van Renate Dorrestein. Want ze had er wel heel snel een boek over geschreven. En hoewel er in 2012 geen nieuwe Dorresteinroman verscheen, gebeurde dat in 2001, 2003, 2004, 2006, 2007, 2009, 2010 en 2011 wel – hoe erg kon het zijn? Maar Dorrestein had geen interviewblokkade en stond vorige week in alle cultuurrubrieken. In het lunchinterview dat in de bijlage Lux van deze krant stond, leek ze het de hele tijd koud te hebben – dat leek geen pose.

Dus toch De blokkade gelezen – en dat blijkt een fascinerend boek. Dorrestein legt haar schrijverschap onder de loep; in psychologische zin (een oeuvre op de vlucht voor het boek over de gevolgen van zelfmoord, dat ze niet durft te schrijven), maar ook zakelijk. ‘Schrijven is mijn broodwinning. Ja, ook dat nog.’ Waarna ze haar eigen stremming verbindt met de tanende belangstelling voor romans. Die is ‘geringer dan sinds mensenheugenis het geval was […] Ik betrap me erop dat ik, heel kinderachtig, denk: is het gek dat ik er op deze manier geen zin meer in heb?’ Je krijgt het er inderdaad koud van.

De paradox is dat – zie de media-aandacht – juist dit boek van Dorrestein wèl is waar wij allemaal op zitten te wachten. Méér in elk geval dan op alweer een roman. Onlangs had ik het met iemand die bij de televisie werkt over Pauw & Witteman, waar men eigenlijk alleen nog non-fictieschrijvers uitnodigt. Een schrijver die praat over verzinsels levert nu eenmaal zelden goede televisie op, en al helemaal niet aan een drukke talkshowtafel.

Misschien is de verkoopcrisis van (bijna alle) Nederlandse romans wel zo eenvoudig. Ze leveren geen goede televisie op. En wat geen geen goede tv oplevert, wordt niet opgemerkt.

Andersom levert tv soms literatuur op. Coen Peppelenbos van Tzum.info tikte het hele DWDD-gesprek over de door het boekverkoperspanel van dat programma uitverkoren dichtbundel van Micha Hamel uit. Het was wennen, poëzie. Het gesprek bestond voornamelijk uit zinnetjes als ‘Het is voor het eerst inderdaad’, ‘poëzie is zo duur, dat is het dus niet, hè’, ‘En over worteltjes gesproken, er zitten ook heel veel konijntjes in het boek’. En de uitsmijter van de ankerman: ‘Heel goed, poëzie, prachtig.’

Het is geen onwil.