Nu wel in een vijfsterrenhotel

Nederland verdedigt vanaf morgen zijn wereldtitel Het grote verschil met het oude WK is dat er nu profs uit de Major League meedoen Daardoor heeft het toernooi veel meer aanzien

Redacteur Honkbal

Wat zijn de overeenkomsten tussen het WK van 2011 en de World Baseball Classic 2013?

De winnaar van beide toernooien mag zich wereldkampioen noemen, maar voor de rest zijn er vooral verschillen. Nederland pakte anderhalf jaar geleden middenin een Panamese nacht voor een handjevol toeschouwers de wereldtitel honkbal. Een perschef kon de bond niet betalen. En zelfs technisch directeur Robert Eenhoorn ontbrak bij hét hoogtepunt. Reden: de hotelkamer in Panama was te duur. Het WK leverde behalve prestige geen cent op. „Nee, sterker nog”, zegt Eenhoorn nu in Taiwan. „Daar moest destijds nog geld bij.”

Hoe anders zijn nu de omstandigheden bij de World Baseball Classic. De Nederlandse ploeg vloog businessclass op kosten van de Amerikaanse Major League naar de Taiwanese stad Taichung, waar het vanaf morgen strijdt om een plek in de volgende ronde. Nederland verblijft in een vijfsterrenhotel, voor de deur staan steevast handtekeningenjagers en behalve de eer staat nu een echte hoofdprijs op het spel: de winnaar van de Classic krijgt naar verluidt 3,5 miljoen dollar. „Alles is op het niveau van de Major League”, legt Eenhoorn, oud-speler van de New York Yankees, uit.

Het grootste verschil tussen het oude WK – dat in oktober 2011 voor de laatste keer werd georganiseerd – en de WBC is dat er nu profs uit de Major League om de nieuwe World Cup strijden. Zo honkballen de komende weken de wereldsterren in het shirt van hun land, daar waar ze in Panama nog uitgesloten van deelname waren.

Waar is Brian Farley?

Nederland heeft een heel ander gezicht dan de ploeg die in 2011 werd verkozen tot de sportploeg van het jaar. Tal van spelers uit de Nederlandse hoofdklasse hebben plaatsgemaakt voor profspelers, die in de VS hun geld verdienen. Honkballers met namen als Dashenko Ricardo, Randolph Oduber en Mark Pawelek maken voor het eerst hun opwachting bij Nederland.

Zelfs coach van het jaar Brian Farley moest plaatsmaken voor een profcoach uit het hoogste niveau. Oud-prof Hensley Meulens staat tijdens de Classic als manager aan het hoofd van de technische staf.

De gedaanteverandering van de Nederlandse ploeg verliep niet makkelijk. Farley legde zich in aanloop naar het toernooi aanvankelijk neer bij zijn degradatie tot bench coach, maar vertrok vorige week plotseling naar Nederland en keert niet meer terug naar Taiwan. Voormalig bondscoach Eenhoorn heeft de plaats van Farley overgenomen. Met de levende honkballegende Bert Blyleven als pitching coach is de staf van Nederland op topniveau.

Het hoofdstuk Farley is direct gesloten. Voor emoties is kort voor het openingsduel morgen tegen Zuid-Korea geen plaats. De kans dat Farley aanblijft als bondscoach lijkt nihil. Volgens Eenhoorn zou het gaan om „persoonlijke redenen”. „Ik wil daar op dit moment verder niets op zeggen”, zegt Eenhoorn. Farley laat zelf per sms weten „de telefoon niet op te nemen”. „Enjoy the games.” Wereldkampioenen als Berrie van Driel, Kalian Sams en Bas Nooij zeggen de aanleiding voor zijn opstappen niet te kennen. „Maar het is heel jammer dat het zo heeft moeten lopen”, zegt Sams.

Weinig erkenning

Nederland moet verder, ook zonder Farley. De 28-koppige selectie van Nederland leeft in Taichung als een team uit de Amerikaanse Major League. Voor Roger Bernadina (Washington Nationals), Andruw Jones (vorig jaar actief bij de New York Yankees) en Andrelton Simmons (Atlanta Braves) is het de normaalste zaak van de wereld dat alles tot in de puntjes is verzorgd. Maar catcher Bas Nooij (Amsterdam Pirates) leeft als „Sjakie in de chocoladefabriek” met ruimhartige dagvergoedingen om te eten, de speciaal ontworpen kleding en de status van een sterhonkballer.

Het steekt Eenhoorn dat het Nederlandse honkbal de erkenning voor de prestaties vooral in het buitenland moet zoeken. Nederlandse profs als Bernadina zijn in Taichung vele malen bekender dan in Amsterdam. „Honkbal heeft in Nederland na het gewonnen WK van 2011 even de aandacht gekregen die het verdiende. Vorig jaar zaten we niet eens meer in het jaaroverzicht van de NOS”, zegt Eenhoorn. „Maar nu staat Nederland voor het oog van de internationale honkbalwereld weer volop in de schijnwerpers. Ik heb vier Olympische Spelen meegemaakt als speler en als coach. Schitterend. Maar voor een honkballer is de Classic veel groter. Dit is met recht het nieuwe WK.”