Moord op linkse politicus vormt keerpunt in Tunesië

De moord op de linkse politicus Chokri Belaïd is een keerpunt in Tunesië. De fundamentalisten die regeren, zijn in het defensief.

Fundamentalistische studenten proberen te verhinderen dat meer seculiere medestudenten aan een taleninstituut in Tunis de ‘Harlem Shake’ uitvoeren, een dansje dat via YouTube een rage is geworden. Foto AFP

Op de Avenue Bourguiba in Tunis klinkt twee jaar na de val van dictator Ben Ali opnieuw „Shaab yourid...”, het volk wil, uit vele kelen. Wat het Tunesische volk deze keer wil weten is wie op 6 februari de linkse politicus Chokri Belaïd heeft vermoord.

„Dit is het startschot”, zegt Chokri Belaïds broer Abdelmajid (58) na afloop van de betoging. „We gaan dit vanaf nu elke woensdag doen, niet alleen in Tunis maar in alle steden van het land. Net zolang tot we weten wie de moord op mijn broer heeft bevolen.”

Ze zijn maar met een duizendtal op woensdag. Maar op 8 februari kwamen liefst 1,5 miljoen Tunesiërs op straat om de 49-jarige Belaïd naar de begraafplaats te begeleiden. „Chokri’s dood heeft de Tunesiërs verenigd tegen Ennahda”, de partij van de Moslimbroederschap, zegt Abdelmajid Belaïd, die net als zijn broer actief is in de Beweging van Patriottische Democraten, een extreem-linkse partij.

Beetje bij beetje begint ook Ennahda, dat bij de verkiezingen in 2011 37 procent van de stemmen behaalde, te beseffen dat de moord op Belaïd een keerpunt is. Twee dagen geleden maakte partijleider Rachid Ghannouchi bekend dat Ennahda zijn claim op de vier belangrijkste ministeries laat vallen: Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken, Justitie en Defensie.

Vlak na de moord had premier Hamadi Jebali, zelf lid van Ennahda, het land willen verenigen door een nieuwe regering van technocraten te vormen. Toen hij werd teruggefloten door zijn eigen partij nam Jebali ontslag. Als Ghannouchi nu terugkrabbelt, zegt Hamadi Redissi, hoogleraar politieke wetenschappen, „is dat omdat de machtsverhoudingen in Tunesië zijn veranderd”.

„Meer dan een miljoen Tunesiërs zijn door de straten getrokken onder het roepen van ‘Ghannouchi, moordenaar’”, zegt Redissi. „Dat kan je niet zomaar negeren. Ghannouchi wordt niet langer gezien als een politiek leider maar als een ordinaire bendeleider.”

Redissi stond ooit mee aan de wieg van Belaïds partij maar hij stapte eruit omdat Belaïd te radicaal links was. Toen Belaïd in 2011 meedeed aan de eerste vrije verkiezingen in Tunesië werd hij niet gekozen. „De salafisten noemden mensen als Chokri de ‘sfir fasel’ (nul komma of minder dan één procent). Ze wilden daarmee zeggen dat zij niet meetelden in het nieuwe Tunesië”, zegt Redissi.

Maar het afgelopen jaar was Belaïd een symbool geworden van het verzet tegen Ennahda. Redissi: „Chokri deed geen enkele concessie in zijn afwijzing van Ennahda. Hij woog zijn woorden niet. En dat wierp vruchten af: plotseling zaten de bijeenkomsten van extreem-links afgeladen vol. Chokri was de man van het moment. Daarom moest hij uitgeschakeld worden.”

Deze week maakte de nieuwe premier Ali Larayedh bekend dat vier leden van een „radicale religieuze groepering” zijn gearresteerd in verband met de moord op Belaïd. De dader zelf is geïdentificeerd maar is nog voortvluchtig. Hij zou een ex-politieagent zijn uit de stad Jendouba.

De salafisten, ultraconservatieve moslims, zijn de ideale kandidaat voor de moord op Belaïd. Radicale imams hebben in fatwa’s, islamitische decreten, opgeroepen tot de dood van Belaïd en andere politici van links. Ook Hamadi Redissi staat op zo’n lijst, die in de kranten is uitgelekt.

Anders dan in Egypte staan de salafisten in Tunesië buiten het politiek proces. Zij doen zich daarom vooral gelden op straat, bijvoorbeeld door bars en drankwinkels kort en klein te slaan. Ennahda wordt verweten dat het niet optreedt tegen gewelddadige salafisten.

Maar er wordt ook gewezen naar de Liga voor de Bescherming van de Revolutie, een beweging die is ontstaan uit de burgerwachten die vlak na de revolutie spontaan zijn opgericht in de wijken. Sindsdien zouden de liga’s de stoottroepen van Ennahda zijn geworden.

Voor veel Tunesiërs zijn Rachid Ghannouchi en Ennahda op zijn minst politiek verantwoordelijk voor de moord op Belaïd. Zij hebben het klimaat gecreëerd waarin de moord mogelijk werd. Iedereen herinnert zich hoe de aanhangers en verkozenen van Ennahda, op straat en in het parlement, de oppositie als ongelovigen hebben afgeschilderd. Dat deden ze bij voorkeur met een citaat uit de Koran: Sterf uit wrok.

Chokri Belaïds familie gaat een stap verder: zij houdt Ennahda rechtstreeks verantwoordelijk. Voor Abdelmajid Belaïd maakt het zelfs niet uit wie zijn broer heeft vermoord.

„We weten nu al dat ze ons straks verdachten gaan presenteren die niets met Ennahda te maken zullen hebben. Wie de daders waren is niet belangrijk. Wat wij willen weten is wie de opdrachtgevers waren. Tot dan rusten wij niet.”