Moord, omkoping en machtspolitiek

Binnen twee weken begint het conclaaf voor de pausverkiezing. In de vroege middeleeuwen ging dat vaak gepaard met een schaamteloze machtsstrijd. Pausen werden afgezet of zelfs vermoord. En er werd flink met de geldbuidel gezwaaid.

Benedictus XVI trad gisteravond om acht uur terug als paus. Daarmee begonnen voor de Rooms-Katholieke Kerk enkele pausloze dagen, in afwachting van het conclaaf waarin de stemgerechtigde kardinalen – die van onder de tachtig – een nieuwe paus zullen kiezen. Het zal een bijzonder conclaaf zijn, alleen al omdat de vorige paus nog leeft. In zijn zomerverblijf in Castel Gandolfo, op zo’n dertig kilometer afstand van de Sixtijnse Kapel, zal hij, net als miljoenen mensen in de wereld, wachten op de witte rook.

Toen er nog geen conclaaf was

Een nieuwe paus wordt pas sinds de elfde eeuw door de kardinalen gekozen en pas sinds de dertiende eeuw in een zitting achter gesloten deuren. In de eerste eeuwen van het christendom werd de bisschop van Rome gekozen door de geestelijkheid en de gelovigen van de stad. Vanaf de vierde eeuw gingen andere partijen proberen de pausverkiezing naar hun hand te zetten, vooral de keizer en de aristocratische families van Rome. Rijkspolitiek en familiebelangen gingen een grote rol spelen. Innocentius I, die in 401 zijn vader Anastasius I opvolgde, was de eerste van drie pausen bij wie het pausschap van vader op zoon overging. Het pausschap werd in de vroege middeleeuwen voorwerp van schaamteloze machtspolitiek. In de negende en tiende eeuw werden maar liefst twaalf pausen vermoord, drie werden afgezet en twee traden zelf terug. Paus Stephanus VI presteerde het in 896 zijn voorganger Formosus uit het graf te laten halen en postuum terecht te laten staan. Paus Benedictus IX keerde in de eerste helft van de twaalfde eeuw twee keer terug als paus, na zijn ambt eerst aan de hoogstbiedende te hebben verkocht.

Om aan dit soort toestanden een einde te maken en om de vrijheid van de kerk te beschermen tegen keizerlijke en familiale machtspolitiek werd in 1059 tijdens een vergadering van zo’n honderd bisschoppen in Rome besloten dat de bisschop van die stad voortaan gekozen zou worden door de priesters van de belangrijkste kerken van de stad en de omgeving, de kardinalen (cardo = scharnier, spil). Die verkiezing moest plaatsvinden op de plaats waar de vorige paus was overleden. Dat kon ook gemakkelijk omdat de meeste kardinalen behoorden tot het hof van de paus en dus met hem meetrokken. Zo overleed paus Innocentius III, de machtigste paus die de middeleeuwen gekend hebben, in 1216 in de stad Perugia. Omdat het gepeupel zijn lijk wilde schenden, sloten de inwoners van de stad de kerk waar de paus opgebaard lag en waar de kardinalen een opvolger moesten kiezen, van de buitenwereld af. Perugia beroept er zich dan ook nog steeds op de uitvinder van het conclaaf te zijn. Het woord conclaaf is namelijk afgeleid van het Latijnse cum clave, met de sleutel.

Het eerste conclaaf

Toch heeft het conclaaf zijn eigenlijk vorm van kardinalenvergadering achter gesloten deuren pas ruim een halve eeuw later gekregen, in de stad Viterbo. Daar, zo’n negentig kilometer ten noordoosten van Rome, verbleven de pausen vaak in de zomermaanden, en verschillende pausen zijn er ook overleden. Een van hen was Clemens IV, gestorven in 1268. De zeventien kardinalen die er toen waren, konden maar niet tot een keuze komen. Zij wilden namelijk zowel de Franse koning als de Italiaanse vorsten en steden te vriend houden. Zij bleven maar treuzelen. De inwoners van Viterbo, die geacht werden de kardinalen te onderhouden, werden het moe. Na twee jaar besloten ze de kardinalen resoluut van de buitenwereld af te sluiten. Toen dat nog niet hielp, liet de burgemeester van Viterbo het dak van de kerk afhalen, zodat de kardinalen aan zon en regen werden blootgesteld, en de heren kregen alleen nog een rantsoen van water en brood.

In september 1271 kwamen ze eindelijk tot een keuze: de Luikse aartsdiaken Tebaldo Visconti, die nog niet eens priester was en zijn verkiezing vernam terwijl hij op kruistocht in het Heilig Land was. Hij werd paus Gregorius X. Het had slechter gekund: Gregorius belegde een algemeen concilie in Lyon, verbood het tegen hun wil dopen van joden en legde in 1274 de regels voor een conclaaf vast. De stemprocedure ontleende hij deels aan die voor de verkiezing van magistraten in de Italiaanse steden. Hij bepaalde dat de kardinalen hermetisch van de buitenwereld afgesloten moesten worden, met niemand contact mochten hebben tijdens het conclaaf en ook geen betalingen in ontvangst mochten nemen. Kwamen ze er na een aantal dagen niet uit, dan werden ze op rantsoen gezet, met uiteindelijk alleen nog maar brood, water en wijn. De conclaafregels van Gregorius X zijn in grote lijnen tot de dag van vandaag van kracht gebleven. Op punten hebben verschillende pausen wel aanpassingen aangebracht. Zo bepaalde paus Paulus VI in 1970 dat alleen kardinalen jonger dan tachtig jaar nog actief stemrecht hebben. In 1996 verbood paus Johannes Paulus II mobiele telefoons en andere communicatiemiddelen mee te nemen naar het conclaaf. En ook de dieetregels zijn milder geworden.

Het langste en het kortste conclaaf

Ondanks de conclaafregels bleef machtspolitiek een grote rol spelen bij de pausverkiezing. Dat zorgde zowel voor het langste als voor het kortste conclaaf inn de kerkgeschiedenis. Het langste is dat van 1314-1316, dat 829 dagen duurde. Het was tegelijk het eerste dat buiten Italië plaatsvond. De Franse koning had in de veertiende eeuw een sterke greep op de Kerk, zodat paus Clemens V zijn hof had verplaatst naar Avignon. De pauselijke curie zetelde in het nabije Carpentras. Daar overleed paus Clemens in 1314. In de vijf jaar van zijn pausschap had hij 24 nieuwe kardinalen benoemd, van wie er 23 Fransman waren en negen familie van hem. Maar er waren ook nog zeven Italiaanse kardinalen. En enkele Franse kardinalen wilden weer de Engelse koning te vriend houden. Een impasse dus: er werd geen tweederde meerderheid bereikt. Nadat het gepeupel onder de leuze ‘Dood aan de Italianen’ de conclaafruimte in Carpentras was binnengedrongen, vluchtten de Italiaanse kardinalen naar Avignon. Onder druk van de Franse koning werd het conclaaf naar Lyon verplaatst. Daar kwamen de achttien nog overgebleven kardinalen in augustus 1316 tot een keuze: een Fransman, gewezen aartsbisschop van Avignon, die de Italianen had weten te paaien door te suggereren dat hij misschien wel naar Rome zou terugkeren. Maar dat deed Johannes XXII uiteindelijk niet; hij stuurde alleen een leger naar Rome om zijn gezag over de pauselijke staat te herstellen. En om zijn inkomsten veilig te stellen.

Het kortste conclaaf was dat van 31 oktober 1503, waarin paus Julius II, telg van de familie Della Rovere, werd gekozen. Het duurde maar enkele uren. Julius had namelijk alle kardinalen omgekocht. Door zijn oom Sixtus IV tot bisschop en kardinaal benoemd, wilde hij ook graag als paus in zijn voetsporen treden. Drie conclaven na elkaar mislukte dat, de vierde keer lukte het, dankzij de geldbuidel.

Het meest unanieme conclaaf

Sinds 1846 hebben de conclaven nooit langer geduurd dan vijf dagen. Het kortste conclaaf van de laatste anderhalve eeuw was dat van 1939, waarin paus Pius XII werd gekozen. Het duurde, net als het conclaaf van 2005 waarin Benedictus XVI werd gekozen, maar twee dagen en er waren maar drie stemrondes nodig, één minder dan in 2005. En eigenlijk waren er zelfs maar twee stemrondes nodig geweest, want bij de tweede stemming had kardinaal Eugenio Pacelli al tweederde van de stemmen vergaard. Maar hij stond erop dat er nog een derde ronde gehouden werd. De uitslag was wat hij gewild had: unaniem. Dat wil zeggen: 61 van de 62 stemmen, want een paus-kandidaat mag niet op zichzelf stemmen. Het was een mooi verjaardagscadeau voor Pacelli, die op die dag 63 jaar werd. De uitslag paste bij wat hij als paus wilde: strikte loyaliteit en gehoorzaamheid. Het conclaaf werd het begin van het meest autocratische pontificaat van de laatste eeuw.

Peter Nissen is hoogleraar Spiritualiteitsstudies aan de Radboud Universiteit Nijmegen