Minder griep bij vochtige binnenlucht

Vochtiger lucht in huizen en kantoren kan de overdracht van griepvirussen van mens tot mens drastisch beperken. Bij een relatieve luchtvochtigheid van 23 procent of lager behouden uitgehoeste virusdeeltjes na een uur ruim 70 procent van hun besmettelijkheid, maar bij een relatieve luchtvochtigheid van 43 procent of hoger was dat slechts 15 tot 22 procent. Dat schrijven Amerikaanse onderzoekers van de Centers for Disease Control and Prevention in het wetenschappelijke blad PLOS ONE.

De Amerikanen deden een proef in een afgesloten kamer met twee paspoppen als ‘proefpersonen’. De ene ‘hoestte’, waarbij griepvirussen via een vernevelaar in de lucht werden gebracht, de ander ‘ademde’ op twee meter afstand de lucht in, waarbij de virusdeeltjes op een filter verzameld werden. De robots werden zo afgesteld dat de ene inademde precies op het moment dat de ander hoestte. Per hoest kwamen 100 miljoen griepvirusdeeltjes vrij.

De griepvirussen bleken in het eerste kwartier na de hoest al het meeste van hun activiteit te verliezen. Dat gebeurde het eerst in grote druppeltjes (groter dan vier micrometer, vier duizendste millimeter), maar in druppeltjes kleiner dan een micrometer, die bij inademing ook nog eens diep in de longen terecht kunnen komen, bleef het virus langer gevaarlijk. Het goede nieuws is dat een hoge relatieve luchtvochtigheid ook de virussen in deze kleine druppeltjes snel onschadelijk maakt.

De afstelling van het binnenklimaat in ziekenhuizen is nu gebaseerd op comfort, schrijven de onderzoekers, maar uit de resultaten van de huidige studie blijkt dat het verstandig kan zijn de lucht te bevochtigen. Vooral in de winter is de luchtvochtigheid in gebouwen laag. In het stookseizoen daalt de relatieve luchtvochtigheid in een op de twintig Nederlandse huizen tot onder de 30 procent, aldus een RIVM-rapport uit 2008. De lucht in nieuwbouwwoningen is het droogst.