Mannen die roeien en raggen

John Flanagan: Broederband 2: De indringers. Vert. Wybrand Scheffer. Gottmer, 450 blz. € 16,95. 12+ ***

Wees muisstil. Beweeg je niet. En vooral: zorg dat je benedenwinds zit. Al ruim 16.000 jongens van een jaar of twaalf hebben de afgelopen twee weken deze onontbeerlijke kennis over succesvolle konijnenjacht opgedaan. Ze leerden daarnaast dat een zwaard maar een klein stukje in een lichaam hoeft te prikken om dodelijk te zijn; spietsen is niet nodig. Fijne weetjes voor jongens die over ruigemannenlevens dromen en daarom massaal Broederband 2: De indringers van John Flanagan lezen.

De boeken van Flanagan raken een snaar. Zijn Grijze Jager-serie telde elf succesvolle delen en het nieuwe Broederband, met net iets andere ingrediënten, lijkt een even onweerstaanbare reeks te worden. De ridders van Araluen zijn vervangen door de zeevaarders van Skandia, een nieuwe uithoek van Flanagans historische fantasie-Europa, maar de ridderlijke mannendeugden zijn er minstens zo belangrijk. Het verschil vormen de roeiriemen, ra’s en reefknuttels die hier welig tieren.

De vijftienjarige Hal en zijn vrienden – pardon: broeders – zijn in het eerste, introducerende deel De outsiders opgeleid tot ‘broederband’ en in het nieuwe De indringers passen ze hun opleiding toe in de praktijk. De piraat Zavac heeft een kostbare edelsteen gestolen, die de jongens terug gaan halen. Behalve een wat onwennige broederbandleider is Hal ook een vindingrijk scheepsbouwer, dus weet hij met een innovatieve constructie zijn scheepje steeds weer wendbaarder te maken. Ze worden bijgestaan door Thorn, die Flanagan graag aanduidt met het epitheton ‘de oude zeewolf’.

De jacht op een schat, technische foefjes en de wijze mentor – tja, het is wat eendimensionaal, maar Flanagan is een begenadigd verhalenverteller. Met Thea Beckman deelt hij een voorliefde voor historische details (en voor weldadige uiteenzettingen over scheepsbouw en vechtkunst), maar hij vertelt erover op zo’n enthousiast-gretige toon dat het verhaal vaart houdt. De wervelende actie doet bovendien niet onder voor de Pirates of the Caribbean- films: je blijft geboeid, ondanks dat je wel iets beters te doen hebt. En Flanagan mag dan soms archaïsch of uitgekauwd uit de hoek komen, je vliegt door het boek heen.

Bovenal is het een onvervalst jongensboek, dat ademt dat mannen horen te roeien, raggen en rammen. Er komt welgeteld één meisje voor in De indringers – Lydia, de enige vrouwspersoon in de wijde omtrek die zich niet druk maakt om ‘de zachtheid van haar handen’. Haar rol, tijdens het grote gevecht dat de finale van dit avontuur vormt, lijkt beperkt tot pijlen aangeven. Maar ze blijkt zelf ook raak te kunnen schieten, dus vinden de mannen haar een ‘pittige tante’ en mag ze uiteindelijk mee op het schip. Op naar een nieuw avontuur, dat achter een volgende horizon op hen wacht.