Juweeltjes van prentkunst uit New York

Hendrick Avercamp (1585-1634): Vissers op en aan het water met Kampen in de verte. Zwart krijt, pen in donkerbruine en zwarte inkt, waterverf. Collectie Clement C. Moore

Hollandse meesters uit New York; de collectie Clement C. Moore. Teylers Museum, Haarlem. T/m 12/05. Inl: www.teylersmuseum.eu

Ruim vijftig Nederlandse tekeningen uit de zestiende en zeventiende eeuw zijn de komende tijd te zien in Teylers Museum in Haarlem. Ze komen uit de privécollectie van de Amerikaanse verzamelaar Clement C. Moore en worden voor het eerst in deze samenhang in Europa getoond. Grote namen als Ferdinand Bol, Jan van Goyen en Rembrandt, en de hoge kwaliteit van de werken zelf verraden dat de verzamelaar een goede neus voor die oude tekeningen moet hebben. En zonder twijfel ook een goed gevulde beurs. Zeker als in aanmerking wordt genomen dat de verzameling grotendeels in de afgelopen twee decennia tot stand is gekomen, moet hij er een fortuin aan hebben besteed.

Clement ‘Chips’ Moore stamt dan ook uit een zeer welgestelde familie en richt zich als rentenier op het verzamelen van kunst en het bevorderen van onderzoek daarnaar. Hij heeft het voornemen op termijn zijn tekeningencollectie te schenken aan de Morgan Library in New York. Vanuit een persoonlijke belangstelling voor de natuur zegt Moore zich in het verzamelen van tekeningen op de Hollandse Gouden Eeuw te hebben gericht. Zo kocht hij zes tekeningen van Esaias van de Velde – de helft van een reeks voorstellingen die verwijzen naar de maanden. Juweeltjes van tekenkunst zijn het, deze uitgewerkte, gekleurde tekeningen. Zoals een riviergezicht met vissers en bootjes en op de achtergrond een gezicht op Kampen, de geboortestad van de maker, Hendrick Avercamp. En Moore’s dierenliefde uit zich in een mooie tekening van twee koeien aan de waterkant door Cornelis Saftleven.

De verzamelaar sluit daarmee aan bij een inmiddels wat conservatieve belangstelling voor genres die lang als typisch zijn beschouwd voor de Gouden Eeuw: voorstellingen uit het dagelijks leven, landschappen, zeegezichten. Van Herman Saftleven bezit Moore bijvoorbeeld verschillende tekeningen. Een ervan toont een deels ingestort huis na de tornado die Utrecht trof in 1674. In een ander blad heeft de kunstenaar in zwart krijt een dicht boslandschap weergegeven in verschillende gradaties van contrast.

De verzamelaar is duidelijk bijzonder gesteld op het natuurgetrouw en gedetailleerd weergeven van de werkelijkheid. Een ander voorbeeld daarvan is de tekening van een Vismarkt van de hand van de Rotterdamse schilder Willem Buytewech: een voorstelling van enkele elegant geklede dames die, vergezeld van dienaren en knechtjes, een keuze maken uit een vangst van die dag.

In een tekst in een oudere catalogus stelt Moore laconiek dat hij, op het moment dat hij dit blad in 2002 bemachtigde, besloot een ‘eersteklas collectie’ bijeen te brengen waarin alleen nog ‘heel goede en heel interessante tekeningen’ een plaats verdienden. Pas daarna kocht hij de eerste van niet minder dan vier, schier onbetaalbare, bladen van Rembrandt.

De verzamelaar doet zijn ontboezemingen in het voorwoord van de catalogus bij een expositie van een veel ruimere keuze uit de collectie die vorig jaar te zien was in de Morgan Library in New York. In Teylers moeten de tekeningen het op eigen kracht doen. Wat betreft artistieke kwaliteit en gevarieerdheid van thema’s en technieken, zijn ze daar uitstekend toe in staat. Maar door het ontbreken van een catalogus of andere achtergrondinformatie krijgt de mooie expositie een willekeurig en vrijblijvend karakter.