Harde liefde

Je leeg maken, in het hier en nu zijn, aan niets denken, alleen ademhalen – zulke aanbevelingen lees en hoor je veel. Ze horen bij een spirituele opvatting over hoe te leven, hoe gelukkiger en tevredener te worden. Hele groepen mensen zoeken de stilte, niet alleen als afwezigheid van geluid zozeer, maar vooral als een spirituele dimensie. Het moet stil zijn binnen in je.

Het zal wel ergens goed voor zijn, ja, het is soms heel heilzaam om niet te piekeren en malen. Soms, als je een lang eind loopt, is het op een gegeven moment alsof je niet meer loopt, de benen en de voeten doen wat ze moeten doen en je hoofd is vrij. Niet om allerlei agendapunten door te nemen maar gewoon om eenvoudige gedachten te denken. Het is dan zoals Herman Gorter ooit schreef: „Ik liep het aan te zien,/ bang en tevreden,/ mijn voeten als goede lien/ liepen beneden.” Ik denk daar vaak aan, aan die goede lieden daar beneden die lopen – net of je zelf niets met ze te maken hebt. Dat is precies wat zo prettig is.

Toch is er iets bevreemdends aan de enorme aantrekkingskracht van juist dit type ervaring, van stilte, aanwezigheid in het nu, het opheffen van het zelfbewustzijn. Alsof het heden niet vaak leeg genoeg is. Er zieden stromen van onzin om ons heen, van onzinnieuws, onzindiscussies, onzinspullen, en wij willen onszelf ‘leeg’ maken.

Waarom niet juist vol? Maar dan vol met iets anders, met iets echts, niet met prietpraat, niet met het verlangen naar gadgets en ook niet met zinloze concentratie op iets dat niets is of betekent.

De mantra ‘in het heden zijn’, lijkt me zo langzamerhand een tikje onbevredigend. Wanneer ben je ‘in het heden’? Als je nergens anders aan denkt?

Wie heel boos is of heel verdrietig is compleet in het heden. Ik vrees dat jongens die iemand in elkaar trappen, geheel in het heden zijn. Net als het slachtoffer. Maar ook net als de vrouw die een nieuwe jurk past of iemand die merkt dat-ie teveel heeft betaald in de supermarkt. We zijn natuurlijk vaak genoeg in het heden. Maar zo bedoelen we het eigenlijk niet.

Ook bedoelt niemand dat je helemaal geen plannen meer moet maken of je niets moet herinneren. Het is alleen niet goed voornamelijk in het verleden te leven, zoals het niet goed is om altijd maar naar iets toe te leven, naar wat nog gaat komen, dan moet er steeds iets komen en is het nooit.

Precies dat laatste gevoel geeft zo’n heimwee naar het heden.

Maar wat is het heden? Liever geen complete leegte. Al kun je wel eens jaloers zijn op de kat in de zon, de herkauwende koe, het in zijn spel verdiepte kind – allemaal toonbeelden van opgaan in het nu – toch wil je zo niet leven. Dan was je er als het ware niet meer. Om te voelen hoe gelukzalig die momenten zijn van gedachteloos welbehagen heb je reflectie nodig, afstand. We kunnen noch willen helemaal zijn als de dieren of de kinderen.

Onlangs las ik – eindelijk, het boek staat al tijden in de top tiens van de betere boekhandels – Stoner van John Williams. Dat is zo’n boek waarvan je als je het leest denkt dat jij als enige te weten bent gekomen wat schrijver en personages bewoog en bezielde. Een boek dat op een of andere manier jezelf uitdrukt. En dat laatste heeft iets te maken met concentratie. Het leven van William Stoner is bepaald niet makkelijk, maar het is toch geen slecht leven. Dat dankt hij aan zijn hartstocht voor zijn werk, hij is docent Engels aan een universiteit, zelfs al wordt het werk hem soms tamelijk saai of onmogelijk gemaakt. Zijn leven bestaat, op een harde manier, uit liefde. Liefde voor alles waaraan hij zich volledig wijdt, zonder dat hij dat nu zelf liefde noemt. „[Die liefde] was noch een passie van de geest, noch van het vlees. Het was eerder een kracht die deze allebei omvatte.”

Misschien is dat wel wat er bedoeld wordt met al dat leegmaken. Leeg van behoeftebevrediging, open naar wat buiten je is. Stoner is een keiharde werker die leeft van, voor en door wat hij doet. Zijn gelukkigste jaren zijn die vlak na de oorlog, als er tijdelijk een ander soort studenten komt. Ze „benaderden hun studie zoals Stoner hoopte dat een student zou doen: alsof die studie het leven zelf was en niet een middel om een doel te bereiken”. Ja, zo hoop je meer dingen te doen. En al is het misschien goed om ook het plakken van een fietsband zo op te vatten, nog bevredigender is het als je helemaal verdwijnt in dat wat je diep belang inboezemt. Concentratie. Volheid. Er is niets dat gelukkiger maakt.

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC Handelsblad