Gevoelige nederlaag voor Britse Tories

De Britse Conservatieve Partij van premier David Cameron heeft een gevoelige nederlaag geleden bij tussentijdse verkiezingen in Eastleigh, een kiesdistrict in het zuiden van Engeland. De kandidaat van de Tories eindigde als derde achter de LibDems en de anti-Europa en anti-immigratie partij UK Independence Party (UKIP).

De winst van LibDem-kandidaat Mike Thornton kwam niet helemaal onverwachts. Al bestond bij de liberale coalitiepartner van de Conservatieven de vrees dat het gedwongen vertrek van hun minister Chris Huhne, die voor de rechter loog over een bekeuring, en een schandaal over een partijgenoot die werd beschuldigd van handtastelijkheden, roet in het eten zouden kunnen gooien. Maar ondanks een verlies van meer dan 14 procentpunten bleef Thornton de andere kandidaten voor.

Het meest opvallend is de winst van UKIP. De partij behaalde bijna een kwart meer stemmen dan bij de vorige verkiezingen en kwam uit op bijna 28 procent, een van de beste uitslagen die de partij ooit heeft gehaald. Diane James, de UKIP-kandidaat in Eastleigh, sprak van „een reusachtige politieke schok”.

Maar de voorzitter van de Conservatieven, Grant Shapps, ontkende dat sprake was van „een crisis” bij de Tories. Volgens hem is het voor een regerende partij vrijwel onmogelijk om een tussentijdse verkiezing te winnen. Hij beschouwt de stemmen op UKIP als proteststemmen. De meeste Conservatieven benadrukten gisteren dat de uitslag in Eastleigh geen aanleiding moet zijn om op te schuiven naar rechts en zo UKIP wind uit de zeilen te nemen.

UKIP-leider Nigel Farage legde de uitslag uit als een ommekeer. „Mensen hebben genoeg van drie sociaal-democratische partijen die nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn”, zei hij. „Als je de immigratiepolitiek beheersbaar wilt houden, kun je niet in de Europese Unie blijven.” Hij voorspelde dat in het Britse debat over de EU immigratie en grenscontroles het sleutelwoord zullen worden. (Reuters, AP, BBC)