‘Fout hout is niet netjes afgezaagd’

Maandag treedt een wet in werking die de import van en handel in illegaal hout verbiedt. In de strijd tegen fout hout loopt Nederland in Europa voorop.

Illustratie Roland Blokhuizen

In de immense hal van houtbedrijf Dekker in Warmond is van alles te vinden voor de tuin: houten picknicktafels, plantenbakken, palen om een schutting aan te bevestigen, houten terrastegels. Directeur Robbert Jan Dekker wijst op een sticker op een plank: „Kijk, hier staat op waar het hout vandaan komt en wie de producten heeft gecontroleerd. Bij wijze van spreken kun je achterhalen uit welke boom deze plank komt.” Een eindje verder liggen damwandprofielen, bestemd voor de weg- en waterbouw. „Dit is FSC-azobéhout uit Kameroen”, vertelt Dekker. „Ik ken de fabrikant, het bos en de zagerij. Absoluut betrouwbaar.” Ook bij Dekker zelf wordt duurzaam gedacht: is een balk niet genoeg voor een kozijn, dan wordt-ie niet weggegooid, maar verwerkt in bijvoorbeeld houten tuintegels.

Per jaar importeert Dekker, een van de grootste houthandels in Nederland, zo’n 75.000 kubieke meter hout, vrijwel alles van buiten Europa. De voorraad bestaat voor 80 procent uit hout met het FSC-keurmerk, wat wil zeggen dat het duurzaam is geproduceerd. Illegaal hout heeft Dekker niet. „Dat is al tien jaar nagenoeg niet meer verkrijgbaar in Nederland.”

Toch treedt op 3 maart een wet in werking die de import van en handel in illegaal hout verbiedt. Die stelt het importeren en verhandelen van hout afkomstig van illegaal gekapte bomen strafbaar. Alle hout en houtproducten die in de EU worden geïmporteerd of verhandeld, moet traceerbaar zijn: in importdocumenten moeten onder andere de handelsnaam en houtsoort staan, het land van herkomst, het bos waar het hout is gekapt, de verhandelde hoeveelheid, naam en adres van de leveranciers en van de afnemers. Ook zijn documenten vereist waaruit blijkt dat bij de kap, het transport, de verwerking en de handel is voldaan aan de geldende wet- en regelgeving in het land van herkomst.

Paul van den Heuvel, directeur van de Koninklijke Vereniging Van Nederlandse Houtondernemingen (VVNH), is blij met het verbod. „Tot nu toe hebben we alleen twee keurmerken voor duurzaam hout. Maar die houden geen enkele verplichting in. De nieuwe wet zorgt ervoor dat iedere houtimporteur in Europa uitsluitend legaal hout mag invoeren. Importeurs die zich daar niet aan houden, kunnen een taakstraf krijgen, een boete van maximaal 78.000 euro of een gevangenisstraf van maximaal twee jaar. De handhaving komt weer te liggen waar zij hoort, namelijk bij de overheden.”

De handhaving van wetten en regels in sommige hout producerende landen is echter vaak een probleem. Het lukt die overheden niet altijd om de eigen duurzaamheidswetten en -regels te controleren, bijvoorbeeld door corruptie, maar ook door de omvang van het land. Ook het feit dat er in bijvoorbeeld Indonesië wel duizend verschillende wetten en regels zijn voor houtproductie bemoeilijkt de handhaving. Al hebben de steeds strengere eisen vanuit Europa wel resultaat gehad: uit Indonesië bijvoorbeeld komt nu geen illegaal hout meer. Zelfs in de probleemregio Borneo, waar het bos zienderogen slonk, vindt nu herbeplanting plaats. Wat overigens niet wil zeggen dat er op de binnenlandse markt in Indonesië geen illegaal hout wordt gebruikt. Die roep om strengere eisen heeft geleid tot de wet die volgende week van kracht wordt.

Voor houthandel Dekker verandert er in de praktijk niets door de nieuwe wet, zegt directeur Robbert Jan Dekker. Het bedrijf, met diverse productiebedrijven in Nederland, stelt naar eigen zeggen al jaren hoge eisen aan zijn houtproducenten. De houthandel heeft eigen bossen, zagerijen en werknemers in hout producerende landen. Bovendien is al het FSC-gecertificeerde hout afkomstig uit bossen die op satellietfoto’s zijn vastgelegd en die geïnventariseerd en beschreven zijn. „Dan kan er niks meer misgaan”, aldus de directeur. „En als we hout inkopen uit andere bossen, dan houden we daar ook toezicht op.” Het bedrijf zegt ook de arbeidsomstandigheden te controleren: of de bosbouwers een helm dragen, of hun onderkomen voldoet aan de eisen, of er geen sprake is van kinderarbeid, et cetera.

„Per land hebben we voor onszelf een gedragscode opgesteld: in Indonesië bijvoorbeeld zijn we aangesloten op het computersysteem van het ministerie van Bosbouw. Daarin staat onder meer hoeveel hout er waar is gekapt en welke transportdocumenten er zijn afgegeven. We kopen alleen hout bij leveranciers die de hele keten in eigen hand hebben en die gecertificeerd zijn. Veel leveranciers vinden onze eisen te zwaar en daardoor valt er helaas wel eens één af.”

Dekker zegt illegaal gekapt hout meestal moeiteloos te herkennen. „Het is vaak niet netjes recht afgezaagd, omdat de kap met eenvoudige kettingzagen geschiedt. Ter plekke wordt de stam ontdaan van zijn rondingen: dat vergemakkelijkt het vervoer, maar levert heel veel afvalhout op waar niets mee wordt gedaan. Ten slotte hebben de stammen de lengte van een kleine vrachtwagen, langere stukken kunnen ze niet meenemen.” Boosdoeners bevinden zich vooral in Azië en Latijns-Amerika. In Afrika doen zich iets minder excessen voor. „Dat komt doordat veel bosbouw daar in handen is van Europese fabrikanten, die wel de regels naleven”, legt Dekker uit.

Hoe herkent de consument illegaal hout? „In Nederland hoef je nauwelijks meer bang te zijn dat je illegaal hout koopt, mits je het koopt bij een houthandel die is aangesloten bij de branchevereniging”, zegt Dekker. „Maar let er wel op dat je om hout met het FSC- of PEFC-keurmerk vraagt.”

En daar zit nu net een probleem voor de deugdzame houtondernemingen in Nederland: de vraag naar gecertificeerd hout blijft achter bij het aanbod. „Door de crisis in de bouw is de vraag sterk afgenomen, aldus Dekker, die zelf ook te maken heeft met een terugval in de omzet van zo’n 30 procent. „De vraag naar gecertificeerd hout moet niet terug- of wegvallen, anders worden de goede leveranciers ontmoedigd en vervalt op termijn het duurzame en gecertificeerde beheer van de bossen. Dan zijn we terug bij af.”

De crisis herbergt ook het gevaar in zich dat illegaal en dus goedkoop hout aantrekkelijk blijft voor bepaalde partijen. Elke illegale plank die wordt geïmporteerd is er „één te veel”, aldus Paul van den Heuvel van de VVNH, de Koninklijke Vereniging Van Nederlandse Houtondernemingen. Niet alle Nederlandse houtondernemingen zijn bij de branchevereniging aangesloten. „Deze bedrijven zijn niet gebonden aan een gedragscode en hebben zich ook niet gecommitteerd aan het beleid om bij voorkeur duurzaam geproduceerd hout te importeren en te verhandelen. „Zeker in crisistijd is goedkoop hout dan verleidelijk. Dat wordt nu tegengegaan door de nieuwe wet.”

Volgens de VVNH zijn er maar een paar landen in Europa die zich druk maken over de herkomst van hout. Nederland loopt daarbij samen met enkele West-Europese landen voorop. Van den Heuvel: „Nederland vindt duurzaamheid belangrijk. Maar ik verwacht dat het nog wel tien jaar duurt voordat Zuid-Europa net zo ver is als Nederland nu.”