En de bouw heeft het al zo zwaar

Het kabinet wil 6,4 miljard bezuinigen op infrastructuur Voor bouwbedrijven, die nu al veel last hebben van de crisis, is dit een extra klap Private financiering kan een oplossing zijn

redacteur economie

Vanaf 2020 moeten er minder files zijn tussen Diemen en Almere dankzij acht banken uit Duitsland, Japan, Frankrijk en Italië. De financiering van de wegverbreding en het onderhoud van dit stukje van de A1 en A6 van 1 miljard euro is deze week rond gekomen, meldde opdrachtgever Rijkswaterstaat.

Het is een voorbeeld van de publiek-private samenwerking (‘pps’) op het gebied van infrastructuur, waar het kabinet op inzet. Geld van buiten is hard nodig, want het overheidsbudget voor wegen, spoor en vaarwegen slinkt.

Het is een „duidelijke switch” in beleid, zegt topman Bert van der Els van Heijmans, het twee na grootste bouwbedrijf van Nederland (na BAM en VolkerWessels) dat vanochtend de jaarcijfers publiceerde. „De overheid trekt zich meer terug.”

Tussen 2014 en 2028 wil het kabinet 6,4 miljard euro bezuinigen op infrastructuur. Minister Schultz van Haegen (VVD) heeft de pijn als een echte ondernemer vooruitgeschoven. Ze heeft niet bezuinigd op onderhoud, slechts een paar projecten zijn definitief geschrapt (voor 670 miljoen euro), maar veel werk is uitgesteld. Jaarlijks blijft zo circa 5,4 miljard over voor investeringen.

Dieptepunt

Voor bouwbedrijven komen de bezuinigingen op ‘infra’ als een extra klap. De woningbouwproductie zit op een dieptepunt: het aantal huizen dat Heijmans opleverde, daalde in een jaar tijd verder van 1.250 naar 1.080.

Of de geschrapte projecten definitief geschrapt zijn, is nog niet zeker. Het bezuinigingsvoorstel van de minister wordt nog in de Tweede Kamer behandeld; provincies en de bouwsector zullen waarschijnlijk protesteren.

Het ene bouwbedrijf zal wel meer geraakt worden dan een ander. KWS Infra is marktleider wegenbouw in Nederland, maar het moederbedrijf van KWS, VolkerWessels, heeft zijn bedrijfsrisico gespreid over meerdere landen (Groot-Brittannië en Canada) en activiteiten. Bij Heijmans daarentegen, hoofdzakelijk actief in Nederland, vormt infrastructuur 32 procent van de omzet en is het de voornaamste inkomstenbron.

De publiek-private samenwerking in de Nederlandse infrastructuur is daarbij nog beperkt, zeker van institutionele beleggers van eigen bodem. De verbreding en het onderhoud van de N33 tussen Assen en Zuidbroek is vooralsnog het enige proefproject waarbij pensioenfondsen (ABP en Zorg en Welzijn) van meet af aan financieren.

Grote Nederlandse vermogensbeheerders als APG (goed voor 325 miljard euro) en PGGM (133 miljard euro) beleggen slechts een fractie van hun kapitaal in het wegennet. „Nederlandse projecten zijn vaak te klein om rendabel te zijn”, zegt APG-woordvoerder Harmen Geers. Terwijl publiek-private samenwerking wel voordelen biedt, volgens Henk Huizing, hoofd infrastructuur bij PGGM: „De overheid hoeft zulke projecten niet voor te financieren en kan veel besparen tijdens de looptijd van het contract. Er wordt scherper gerekend, er is meer financiële discipline en dus zijn er minder tijd- en kostenoverschrijdingen.”

Er blijft uiteindelijk wel een markt voor grote infrastructurele projecten, verwacht Van der Els van Heijmans. „Waar ik me nu vooral zorgen om maak zijn juist lokale projecten. Gemeenten moeten sterk bezuinigen op infrastructuur. Lokaal neemt de concurrentie toe en staan winstmarges onder druk.”

Mede om de crisis door te komen, zet Heijmans in op innovatie, vertelt De Waal, concerndirecteur wegen. Het concept van de ‘slimme snelweg’, met oplichtende belijning en vorstsignalen, heeft belangstelling gewekt van Panama tot Aruba, zegt De Waal. „Ik verwacht niet dat we onze asfalteermachines gaan inschepen om in verre landen wegen aan te leggen, maar ik verwacht wel dat we daar kennis gaan verkopen.”