Een koningshart tussen madeliefjes

In het kistje met het ruim 800 jaar oude hart van Richard Leeuwenhart, zitten vooral resten van balsemmateriaal: kwik, munt en gebluste kalk.

Het hart van koning Richard Leeuwenhart van Engeland (1157-1199) is gebalsemd met behulp van kwik, geblust kalk, mirte, munt en madeliefjes. Het hart wordt al ruim 800 jaar bewaard in een loden kistje in de kathedraal van Rouen. Het hart zelf is inmiddels geheel vergaan tot stof, maar daarin konden nog wel menselijke spiereiwitten worden aangetoond, zo schrijft een team van forensische artsen gisteren in Scientific Reports.

Richard, die tien jaar regeerde, is een van de beroemdste middeleeuwse koningen van Engeland. Zijn bijnaam dankte hij aan zijn strijdlust op toernooien en op het slagveld.

De balsemtechniek past in wat bekend is van middeleeuwse technieken. Kwik wordt genoemd in de dertiende eeuw en in een tombe uit de vijftiende eeuw werden de resten van de hertog van Bedford later zelfs badend in het kwik aangetroffen. De bloemen werden waarschijnlijk gebruikt als vulmiddel.

In het kistje werden ook resten gevonden van wierook (olibanum), creosoot (een teerverbinding), een linnen doek en ingewaaide pollen van planten die bloeien in april, de maand dat Richard stierf: eik, weegbree, campanula. De wierook moest een ‘heilige geur’ creëren. Dat het hart nu vrijwel geheel vergaan is betekent overigens niet dat het balsemen indertijd mislukt is, schrijven de doktoren.

Een DNA-test mocht niet worden verricht van de Franse museumautoriteiten. Volgens de onderzoekers omdat het oudheidkundige museum geen enkele twijfel had aan de authenticiteit van het hart, maar in een Engelse krant zei een woordvoerder van het museum dat ze DNA-testen op het hart al jarenlang weigeren omdat ze gek worden van mensen die daarmee willen bewijzen dat ze familie zijn van Richard.

Richard stierf na een schot met kruisboog in zijn schouder bij een belegering van het kleine plaatsje Chalus in de Limoges op een moment dat hij geen harnas droeg – een verwijtbare nalatigheid volgens sommige historici. Na een week stierf hij aan wondinfectie. Op zijn sterfbed zou hij volgens middeleeuwse kronieken nog de schutter van het dodelijke schot hebben vergeven en met 100 shilling weggestuurd.

In de aanloop van het onderzoek werd door de artsen gemeld dat het onderzoek mogelijk nieuw licht kon werpen op de precieze infectie waaraan Richard stierf, maar zonder DNA-test lukt dat niet.

Richard stierf in de armen van zijn moeder, de door troubadours bezongen Eleonora van Aquitanië. Richard’s ingewanden werden in Chulus begraven, zijn hart ging naar Rouen en de rest werd in het klooster Fontevraud in Anjou begraven. Die verdeling over verschillende bezittingen was niet ongebruikelijk, al is het vreemd dat niets naar Engeland ging.

Onder historici woedt al decennia een fel debat over de kwaliteiten van Richard. Hij zorgde niet voor wettig nageslacht (een vrij ernstige fout voor een koning) en door zijn vele oorlogen in Frankrijk (waar hij onder meer hertog van Normandië en Aquitanië en graaf van Anjou was) en zijn langdurige kruistocht verbleef hij als koning nauwelijks in Engeland. Zijn impulsieve beslissingen en vreemde aarzelingen in het heilige land zouden de Derde Kruistocht hebben laten mislukken. Op de terugtocht naar Engeland werd hij langdurig gevangen gezet door de hertog van Oostenrijk – óók niet handig. Maar Richard lijkt werkelijk populair te zijn geweest bij zijn soldaten en zijn onderdanen. Hij gold als een voorbeeld voor iedere ridder.