Een hele carrière in één shirt: Theo Bos was z’n club uitzonderlijk trouw

Theo Bos (midden) in duel met Patrick Kluivert van Ajax in 1994. Foto ANP / Toussaint Kluiters

Sjaak Swart verdiende de bijnaam ‘Mister Ajax’ door zeventien jaar lang, zijn hele actieve carrière, alleen voor die club uit te komen. Er zijn er meer, maar niet veel, die hun club zo trouw zijn dat ze er van debuut tot afscheid voor voetballen. ‘Mister Vitesse’ was Theo Bos. De Arnhemmers verloren hun icoon gisteren aan alvleesklierkanker. Hij was pas 47 jaar oud.

Er staat een lijst op Wikipedia met ‘one club men’, voetballers die nooit de behoefte voelden een ander shirt te dragen dan dat van hun eerste grote liefde. Het is een zeldzaamheid omdat voetballers ergens anders meer kunnen verdienen, een nieuwe uitdaging zoeken, op jonge leeftijd uitgehuurd worden om ervaring op te doen of juist tegen het einde een stapje terugdoen.

Op basis van het aantal seizoenen staat Paolo Maldini bovenaan: hij speelde 25 jaar voor AC Milan. Van de nog actieve spelers steekt Ryan Giggs boven de rest uit: 23 seizoenen voor Manchester United en vandaag weer bijgetekend. Er staan zestien Nederlanders in de lijst: Ger Senden (‘Mister Roda’ tussen 1989 en 2008) is met 19 seizoenen koploper. Ajax had Sjaak Swart, AZ Michael Buskermolen, De Graafschap Jan Vreman.

Elke voetbalclub hoort een ‘Mister’ te hebben, zou je bijna zeggen. Bij Vitesse maakte verdediger Theo Bos zijn debuut op 31 augustus 1983: 3-0 tegen FC Wageningen in de eerste divisie. Zes seizoenen later promoveerde de club naar het hoogste niveau, waar het sindsdien altijd gevoetbald heeft. Theo Bos was er tot 1998 bij, meestal als onderdeel van de basiself. Toen hij op 25 maart van dat jaar zijn laatste competitiewedstrijd speelde (tegen NAC, 4-1 winst), had hij vijftien seizoenen en 369 wedstrijden voor de club gespeeld. Hij maakte daarin negen doelpunten.

Liefde van de club voor een icoon: Vitesse vernoemde een tribune naar Theo Bos.

Bos had een goede, harde, Hollandse voetballerskop die desondanks veel vriendelijkheid kon uitstralen. Tijdens zijn loopbaan, ook later als trainer (van Vitesse, Den Bosch, Polonia Warschau en FC Dordrecht), leek hij nooit zoveel ouder te worden.

Maar in juli vorig jaar moest hij bij Dordrecht stoppen. In december 2011 was alvleesklierkanker geconstateerd en de ziekte stond hem niet langer toe voor de groep en langs de lijn te staan. Wel zat hij nog wekelijks op de tribune bij de club.

Toen Joep Schreuder van de NOS in december met hem sprak, was het plotseling wél een andere Theo Bos: twintig kilo lichter, aangetast door de zware chemotherapie.

De liefde voor Vitesse was sinds zijn ontslag als trainer in oktober 2010 een beetje afgezwakt. Hij had de club (onder meer door de komst van de Georgische geldschieter Jordania, die hem ontsloeg) ‘kil’ zien worden. Maar, zei hij tegen Schreuder, het was inmiddels weer iets beter. Minder erg dan hij had gevreesd. Als het even kon, was hij aanwezig bij thuiswedstrijden.

Andersom groeide de liefde ook opnieuw aan. Toen het nieuws van Bos’ ziekte een jaar geleden bekend werd, organiseerde Vitesse tijdens de thuiswedstrijd tegen NEC op 22 januari 2012 een ontroerend eerbetoon. Vanaf het moment dat er vier minuten gespeeld waren - want dat was altijd zijn rugnummer.

Gisteren overleed Theo Bos. Hij was ‘een clubman zoals ze vandaag niet meer bestaan’, schrijft Vitesse vandaag op de eigen site.

Verdriet voelde hij voor zijn vrouw en kinderen, die hem zouden kwijtraken. Niet voor zichzelf. ‘Als het zover is’, zei hij, ‘dan is het over en de rest gaat door.’ Geen boosheid. “Dit lichaam heeft me gebracht wie ik ben. Het enige wat dit lichaam nu doet is me een beetje in de steek laten. En dat is wel jammer. Dat had best dertig jaar later mogen gebeuren.”