Eén foutje, oké, maar vijf keer cijfergedoe?

Het leenstelsel gaat studenten meer kosten dan het kabinet zegt Het is niet de eerste keer dat de Haagse berekeningen niet kloppen

Er is al jaren kritiek op het rekenonderwijs in Nederland. Maar slordig, onaf of fout rekenwerk beperkt zich niet tot de schoolbankjes. De kabinetten-Rutte kenden de afgelopen anderhalf jaar de volgende rekenincidenten:

Noodsteun

(‘50 miljard’)

Augustus 2011: Premier Rutte biedt de Tweede Kamer excuses aan, nadat er door zijn toedoen grote verwarring is ontstaan over de noodsteun aan Griekenland. Een maand eerder namelijk, na afloop van een Europese top over dit onderwerp, spreekt Rutte over een steunpakket van 109 miljard, waaraan de banken 50 miljard zullen meebetalen. Andere regeringsleiders distantiëren zich van de Nederlandse premier: volgens hen komt de 50 miljard bovenop het pakket en gaat het in totaal om 159 miljard euro.

Rutte zegt dat het misverstand is ontstaan doordat er tijdens de eurotop geen goede afspraken zijn gemaakt „over de boodschap die naar buiten komt’’. Bij de rekensom van de Europese Commissie en die van hemzelf zou zijn uitgegaan van verschillende tijdspannes. „Achteraf was het beter geweest als ik de andere benadering had gekozen’’, zegt hij.

Onder de kop ‘Ik niks verstaan’ verschijnt in de Duitse krant Frankfurter Allgemeine Zeitung een stukje over de Nederlandse rekenfoutdiscussie. Ook het Franse dagblad Le Monde schenkt er aandacht aan in zijn kolommen.

Forenzentaks

(‘te lastige rekensom’)

Oktober 2012: De omstreden ‘forenzentaks’ wordt geschrapt. Dit idee, dat het woon-werkverkeer zou moeten belasten, stamt uit het Lenteakkoord, het noodakkoord met 12 miljard euro aan bezuinigingen dat politieke partijen eerder dat jaar sluiten na de val van het eerste kabinet-Rutte.

De forenzentaks beslaat een aanzienlijk deel van het bezuinigingspakket (1,3 miljard euro), maar in de doorrekening van de koopkrachtgevolgen is de maatregel niet meegenomen, met het argument dat de rekensom te moeilijk is: verschillende werknemers reizen verschillende afstanden en de regelingen per bedrijf lopen te zeer uiteen.

Door de onduidelijkheid over het koopkrachtverlies komt een felle lobby op gang van onder meer de ANWB, de NS en de Bovag. Uiteindelijk wordt besloten om de taks te vervangen door een lastenverhoging die niet alleen de forens, maar iedereen treft: hogere belastingen op schadeverzekeringen.

Zorgpremie

(‘koopkrachtdaling’)

November 2012: „Ik heb als VVD-onderhandelaar een fout gemaakt’’, zegt premier Rutte. „Ik bied mijn verontschuldigingen aan voor alle verwarring die is ontstaan.’’

Aanleiding is het rumoer rondom de inkomensafhankelijke zorgpremie, het vooral door de PvdA gekoesterde plan om burgers naar draagkracht te laten meebetalen aan hun zorgkosten – en op die manier de welvaart te nivelleren. De koopkrachtdaling die dit veroorzaakt, is volgens verschillende media veel groter dan de regering beweert: voor iemand die twee keer modaal verdient (66.000 euro) geen 0,6 procent maar soms wel tien keer zoveel.

Rutte en PvdA-leider Samsom zeggen dat de berekeningen in de media niet kloppen, maar de storm gaat niet liggen. Uiteindelijk wordt het regeerakkoord veranderd: de zorgpremie wordt niet inkomensafhankelijk. Het alternatief? Nivellering via de inkomstenbelasting, wat aanzienlijk minder opvalt en dus ook voor minder ophef zorgt.

Woonakkoord

(‘niet doorberekend’)

Deze maand: Het kabinet komt met nieuwe hypotheekregels om de huizenmarkt in beweging te krijgen: om de maandlasten van starters lager te houden, krijgen zij de mogelijkheid om naast hun hypotheek een tweede lening af te sluiten, zodat ze toch meer kunnen besteden.

Al snel was er enig gedoe rondom het woonakkoord, omdat het kabinet vooraf geen doorberekeningen heeft laten maken van dit plan en omdat het idee is aangeleverd door ondernemersvereniging VNO-NCW. Gisteren stuurde minister Blok overigens verschillende scenario’s van het plan naar de Kamer. Daarin staat dat de rente van de tweede, niet aftrekbare hypotheeklening die starters op hun huis kunnen afsluiten, niet lager mag zijn dat die van hun reguliere hypotheek. Hoe dan ook: bemiddelaarsketen De Hypotheker waarschuwt dat de kosten van een tweede lening erg hoog zijn.

Bij een gewone, gehele aflossing betaalt een huishouden met een inkomen van 50.000 euro en een hypotheek van 200.000 euro circa 60.000 euro méér rente. Minister Blok (Wonen, VVD) erkende gisteren dat dit voor de consument „een verhoogd risico” betekent, temeer daar de tweede lening niet onder de Nationale Hypotheek Garantie valt.

Leenstelsel

(‘te lage rente’)

Gisteren: Nu blijken de berekeningen over het leenstelsel, de vervanger van de huidige basisbeurs, weer niet te kloppen. Minister Bussemaker (Onderwijs, PvdA) ging er bij haar berekeningen vanuit dat de rente over studieleningen zo laag blijft als nu, maar volgens het Nibud (het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) en het Bureau Krediet Registratie is dat helemaal niet zeker.

De oplossing van de minister: vier nieuwe rapporten laten schrijven, om het allemaal opnieuw uit te laten rekenen.