Doen wat je leuk vindt, is hard werken

Brigit Kooijman interviewt vormgever Lucas Maassen die wordt geroemd om zijn eigenzinnige werk, zoals een zingende stoel.

De directrice van de STRP-Biënnale, het kunst-, muziek- en technologiefestival dat vrijdag in Eindhoven begint, noemt hem een van de interessantste jonge vormgevers van dit moment. Collega’s roemen zijn snelle brein en zijn ironische, bijna anarchistische kijk op vormgeving.

Lucas Maassen (37) heeft zijn atelier in een oud Augustijnen-gymnasium in het centrum van zijn geboortestad Eindhoven. In het oog springt de Brainwave Sofa, de bank waarvan de vormen gedicteerd zijn door Maassens eigen grillige hersengolven. De sofa is mooi en aaibaar, erop zitten kun je niet. Maassen bedacht ook de Singing Chair, die evenmin bedoeld is om op te zitten maar een wereldwijde hit werd, tot in het Museum of Modern Art in New York. Hij brak in 2003 door met zijn ‘zittende stoelen’. Ze werden tentoongesteld in Parijs, Milaan, Hamburg, New York. Toen kenden ze hem in Eindhoven ook ineens.

Hoe hij de wetten van de vormgeving ook tart met zijn wilde ideeën, hij blijft een kind van de Design Academy, een vormgever. Materie inspireert hem. Een tijd geleden bedacht hij dat hij weleens iets met meteoriet wilde doen. „Een materiaal dat vanuit de ruimte komt, het leek me te gek om daar iets van te maken. Maar het bleek erg duur te zijn.” Misschien, zegt hij, is de prijs nu wat gezakt doordat er in Rusland zoveel gevallen is.

„Er zijn al genoeg spullen op de wereld. De levensstandaard wordt steeds hoger, er komen steeds meer mensen en die moeten steeds meer dingen hebben. Op een gegeven moment moet het toch vol zijn, zou je denken. Als je daarover doordenkt, is dat geen mooi scenario. Ik heb gestudeerd aan de Design Academy hier in Eindhoven. In mijn derde jaar besloot ik te kijken of ik in plaats van nieuwe producten te maken bestaande dingen kon veranderen. De realiteit uitdeuken, zeg maar. Als afstudeerproject bedacht ik de stoel die zelf kon zitten, een stoel zonder achterpoten die op een andere, grotere stoel zit. De stoel neemt zijn eigen functie over, zodat niemand er meer op kan zitten. Zo gaf ik vorm aan mijn kritiek op de overdaad in de maatschappij in het algemeen en die van stoelen in het bijzonder.

„Nog steeds kan ik er niet goed van worden dat er zoveel rommel geproduceerd wordt. De andere kant is dat ik als vormgever voortdurend leef in een materiële wereld. Ik denk na over materialen en constructies. En materie kan ook poëtisch worden en diepgang krijgen, zoals een mooi geschaafde, lekker ruikende plank bij de houthandel.”

„Familie is belangrijk. Mijn werk houdt me erg bezig. Ik heb altijd een hoofd vol ideeën waardoor ik soms de neiging heb om mijn directe omgeving te weinig aandacht te geven. Dat is dom, want uiteindelijk is je familie het belangrijkste wat er is. Maar dat besef je meestal pas als er echt iets gebeurt. Na jaren van vooral vormgevingsexperimenten kreeg ik een ongemakkelijk gevoel. Een vormgever moet toch weleens iets produceren, dacht ik, dingen maken die de mensen kunnen kopen en gebruiken, anders wordt het wel erg vreemd. Zo kreeg ik het romantische idee om met mijn drie zoons een familiebedrijf te beginnen. Ik maak stoelen van hout en zij schilderen ze. Elke vrijdagmiddag haal ik ze uit school en dan gaan we werken. Julian en Maris zijn acht, Thijme is elf. Ze krijgen een euro per stoel. Ik vond het vanuit de vormgeving interessant om met kinderen te werken, én vanuit mijn vaderschap. Ik wil mijn kinderen graag een arbeidsethos aanleren. Ze steken er veel van op. Niet alleen praktische zaken als zagen en verven, maar ook over de wereld van de vormgeving.

„We geven weleens liveperformances. Een galerie in New York weigerde mijn werk toen men hoorde dat er een optreden van mijn schilderende zoons bij hoorde. Ze vonden het niet kunnen. Kinderarbeid. Terwijl de winkels daar vol liggen met spullen die door kinderen in China of waar dan ook gemaakt zijn. Ik zie alleen maar voordelen van de samenwerking met mijn kinderen. Maassen & Sons is een manier om werk en privé een beetje in elkaar te laten vloeien. Het levert soms onverwachte situaties op, zoals laatst bij de opening van een expositie in het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam. Normaal is dat een gelegenheid waar je je werk laat zien en met allerlei mensen praat. Maar nu was ik daar met m’n kinderen en kwam ik in een spagaat terecht: ga ik netwerken of ga ik lol trappen met de jongens, een beetje rondlopen en mensen met rare designbrillen uitlachen? Dat laatste hebben we uiteindelijk gedaan.”

„Ik ben geen kunstenaar. Of misschien toch wel. Het verschil tussen kunst en vormgeving heeft me nooit zo geïnteresseerd. Ik ben geen klassieke vormgever, maar ik werk wel vanuit de wetten van de vormgeving. Wat ik maak is interessant als vormgeving, maar als het kunst zou zijn, was het slechte kunst. Te weinig filosofisch, te weinig persoonlijk. Maar met Valerie, My Crystal Sister [een kristallen kroonluchter die op het STRP-festival te zien is] ben ik toch wel een soort grens overgegaan. Daar zat een zeer persoonlijke laag in, die in de vormgeving eigenlijk niet kan. Het was confronterend en soms ongemakkelijk, maar ook heel interessant om te ontdekken hoe je het persoonlijke kan inzetten als een soort gereedschap.

„De stukjes kristal waar de luchter van gemaakt is, zijn uitvergrote versies van DNA-moleculen van mijn ouders. Ze wisten niet waar ze aan begonnen denk ik, toen ik ze vroeg om mee te werken. Ik heb niet alleen hun DNA gebruikt, maar hen ook geïnterviewd over hun relatie. Ze vertelden hoe ze elkaar leerden kennen, trouwden, een gezin stichtten, uit elkaar groeiden en scheidden. Daarmee wilde ik – door fragmenten van het interview met mijn ouders af te wisselen met praatjes van wetenschappers in een laboratorium – de parallellen laten zien met de manier waarop moleculen ontstaan en weer afsterven. Mijn ouders hebben de lamp in het Vitra Design Museum in Duitsland samen in elkaar gezet. De lamp heet Valerie, dat is de naam die ik gehad zou hebben als ik een meisje was geweest. Dus eigenlijk ben ik het zelf. ”

„Doen wat je leuk vindt, is hard werken. Ik vind het een zegen dat ik kan doen wat ik wil. Dat ik zelf kan besluiten om met mijn kinderen te gaan werken, of een stoel te laten zingen. Dat ik me niet hoef te conformeren aan geld of aan een systeem, en zelfs niet aan de wereld van de vormgeving – dat is mijn rijkdom. Ik kan iedereen aanraden om te doen wat je wilt doen, maar het is niet de makkelijkste weg. Ik geef anderhalve dag les aan de kunstacademie in Tilburg. Ik zou daar fulltime kunnen werken, dan zou ik meer geld hebben en meer vakantie, en ik vind dat lesgeven nog hartstikke leuk ook. Nu is mijn leven veel ingewikkelder. Omdat ik dingen maak die niet als zoete broodjes over de toonbank gaan, moet ik veel regelen, netwerken, internationaal bezig zijn, anders zet het niet genoeg zoden aan de dijk.”

„Eindhoven zal altijd een provinciestad blijven. Die aandacht voor Eindhoven als dé stad waar het allemaal gebeurt in Nederland is een hype, het waait wel weer over. Je kunt wel doen alsof Eindhoven hip is, maar lang kun je de wereld niet voor de gek houden. Er worden in Eindhoven dan misschien veel dingen bedacht en gemaakt, maar ze worden hier niet verkocht. De gemiddelde Eindhovenaar is niet cultureel geïnteresseerd.

„Maar ik ben hier geboren en opgegroeid, en ik ga niet meer weg. Ik voel me hier prettig, de mensen zijn gemoedelijk. Er is geen culturele ballast zoals in Amsterdam, je hoeft je nergens toe te verhouden en daardoor ben je vrij. Iedereen is hier gewoon lekker aan het werk, zonder de drang om iemand te zijn.”

Het STRP-festival is van 1 t/m 10 maart in Eindhoven. Vanavond is er ook van 21.30 tot 22.00 uur een optreden van zijn ‘Singing Chair’, met danseres.