De Fyra, verhaal van een schitterende mislukking

Er zijn twee universele uitgangspunten. Als er een probleem is, los je dat op. Dat is het eerste. We zijn mensen, met rede begiftigde wezens, en ons verstand zal ons altijd in staat stellen om iets te bedenken om ongunstige omstandigheden te overwinnen. We geloven in de vooruitgang. We worden met de dag slimmer en daardoor zullen we de wereld om ons heen elke dag een beetje beter maken.

Het tweede uitgangspunt is dat er niets op te lossen valt als er geen probleem is. If it ain’t broke, don’t fix it. Mijn goede vriend Zoran vertelde mij een keer over de brommer die hij vroeger had. „Hij deed het altijd, behalve wanneer ik hem ging repareren.”

Politici en andere bestuurders zouden dit in hun oren moeten knopen. Het meeste wat er misgaat in het openbaar bestuur gaat mis doordat de verantwoordelijken uit een misplaatst soort dadendrang hun stempel willen drukken op het beleid en dingen veranderen die nooit eerder een probleem zijn geweest. Ook de gezondheidszorg zou zich vaker bewust moeten zijn van dit uitgangspunt. Veel patiënten lijken op de brommer van Zoran. Een ziekenhuis heet ziekenhuis omdat je er zieker uit komt dan je was toen je er naar binnen ging.

Wanneer beide uitgangspunten tegelijk worden overtreden, levert dat de schitterendste, puurste voorbeelden op van menselijk falen. Natuurlijk heb ik het over de Fyra.

Ooit hadden we de Beneluxlijn, een intercity die ieder uur van de dag via Den Haag op en neer reed tussen Amsterdam en Brussel. Ik heb daar persoonlijk talloze keren gebruik van gemaakt. Het was een uitstekende verbinding, snel, comfortabel, overzichtelijk en betrouwbaar.

Maar iets wat het doet bij het oude laten, dat kan natuurlijk niet. Dat is geen vooruitgang. Daarom werd er bedacht dat er een betere verbinding moest komen. Na vele jaren en torenhoge investeringen is die beoogde verbetering uitgelopen op een totaal fiasco. De gloednieuwe, peperdure hogesnelheidslijn blijft onbenut. De nieuwe hogesnelheidstreinen doen het niet. En in plaats van een trein per uur rijden er nu twee per dag.

Eerst hadden we geen probleem, maar door dat niet bestaande probleem toch op te willen lossen, hebben we nu echt een probleem. En voor dat probleem is er geen oplossing. Het is gewoon mislukt. De treinen kunnen niet gerepareerd worden. We kunnen ze weggooien. We krijgen ons geld niet terug. En we hebben ook geen geld om andere treinen te kopen. Dat was het. Einde verhaal.

Ik vind het op een bepaalde manier een erg troostrijk verhaal, een welkom tegengif tegen het alomtegenwoordige positivisme. Soms mislukken dingen gewoon.

Ilja Pfeijffer is schrijver en columnist van nrc.next. Elke vrijdag schrijft hij op deze plek over politiek en actualiteit.