De chartreuse die Charlotte heet

‘Chartreuses aux pommes’, dat klinkt toch chiquer dan ‘broodpuddinkjes met appel’. De Franse pâtissier Lenôtre knoopt er ook nog eens een mooie gastronomische geschiedenis aan vast die ontspringt in een Frans kartuizer klooster waar de monniken zich onderwerpen aan de leefregels van Sint Benedictus. Is er een passender gerecht denkbaar om stil te staan bij de eerste pausloze dag? Nou ja, iets met Beierse worst misschien.

Chartreuse is een ongebruikelijk naam voor het gerecht dat elders bekend staat als charlotte. Een zoete charlotte wordt gemaakt in een met repen brood of met lange vingers beklede vorm. De vulling bestaat uit vruchtenmoes, pudding, bavarois of ijs. Het kan gaan om warme of koude bereidingen. Met Franse kartuizer kloosters hebben de charlottes weinig uit te staan, ze komen uit Engeland. Als ze dan in Normandië aanlanden ligt een appelvulling voor de hand. In het recept zijn stukjes Jonagold gebruikt, die bij verhitting hun vorm behouden. Gebruikt u een moesappel, zorg dan voor een stevige appelmoes. Met te vochtige moes zakken de charlottes in na het storten.

Snijd de gedroogde abrikozen in dunne reepjes. Schil de appels, verwijder het klokhuis en snijd ze in kleine blokjes. Breng de blokjes appel met de reepjes abrikoos, het water (of de wijn), twee eetlepels suiker, 50 gram boter en eventueel een scheutje calvados of sinaasappellikeur aan de kook. Laat op een zeer laag vuurtje een minuut of twintig pruttelen tot de appel zacht is en het vocht grotendeels verdampt. Proef of de balans tussen zoet en zuur in orde is en corrigeer die zo nodig met wat suiker of citroensap.

Snijd uit acht sneden brood vier rondjes die op de bodem van de soufflépotjes passen en vier rondjes die als deksels gaan dienen. Ontkorst de vier resterende sneden brood, snijd ze middendoor en daarna in drieën zodat elke snee in zes rechthoeken is verdeeld.

Laat 125 gram boter smelten met twee eetlepels suiker. Haal het brood door de suikerboter. Leg op de bodem van elk potje een broodrondje. Bekleed de wanden met de rechthoekjes. Zorg dat ze elkaar iets overlappen en druk stevig aan. Verdeel het appel-abrikozenmengsel over de potjes. Sluit ze af met een rondje brood.

Verwarm ondertussen de oven voor op 180 graden. Bak de charlottes in ongeveer 30 minuten goudbruin. Haal ze uit de oven, laat ze iets afkoelen en stort ze vlak voor het serveren. Lauwwarm zijn ze heerlijk, bestoven met wat poedersuiker. Er mag een bolletje ijs bij. Of vanillesaus, maar ook zonder dat zal de paus emeritus ze best weten te waarderen.