'BP wilde per se boren in de helleput'

Twee jaar na de grootste Amerikaanse olieramp ooit is de rechtszaak tegen BP begonnen. En daarmee het elkaar aanwijzen als schuldige. „Boren is een teamsport.”

Een legertje van 46 advocaten bezette deze week de banken van een kleine rechtszaal in New Orleans. Tientallen andere advocaten zaten in drie nabijgelegen zalen. Bezoekers en journalisten, tussen de druk notulerende advocaten gepropt, kon het belang van de zaak nauwelijks ontgaan. Hier staan miljarden dollars op het spel.

Oliebedrijf BP is aangeklaagd door benadeelde partijen van de olieramp in de Golf van Mexico, twee jaar geleden: de Verenigde Staten, de zuidelijke staten Louisiana en Alabama, en een groep individuen en bedrijven. Als BP deze zaak verliest, zeggen de klagers, kan de federale rechter een schadevergoeding toewijzen die zou kunnen oplopen tot vijftig miljard dollar. Alleen al de staat Louisiana heeft voor 24 miljoen juridische bijstand ingekocht.

De eerste week van dit monsterproces, dat tot het najaar kan duren, ging over meer dan alleen de ramp die in april 2010 elf mensen het leven kostte op olieplatform Deepwater Horizon. Een milieuramp ontstond toen het olielek niet gedicht kon worden en er naar schatting voor 4,9 miljoen vaten aan olie de Golf van Mexico instroomde. De zittingsdagen werden een zelden vertoond, en voor BP rampzalig, inkijkje in een olieindustrie die kostenbesparing tot het uiterste doordrijft.

De klagers voerden tientallen documenten, brieven en getuigenverhoren aan, waarmee ze wilden aantonen dat de ramp niet op zichzelf stond. Advocaat Michael Underhill, die namens het Amerikaanse ministerie van Justitie sprak, zei dat er sprake was van een „chronisch probleem”: BP heeft het financieel moeilijk, zoals veel oliebedrijven. Het bedrijf had zich laten opjagen door kritische aandeelhouders, had personeel gedwongen onverantwoorde risico’s te nemen.

Bij BP, en bij partners als Halliburton en Transocean, is een cultuur ontstaan waarbij kortetermijnwinst centraal staat. „De sfeer bij BP was er een van chaos”, zei advocaat Buddy Caldwell namens Louisiana. „Er heerste een cultuur van verwaarlozing. Deze ramp was te voorzien, en te voorkomen.”

Volgens Michael Underhill, advocaat namens het Amerikaanse ministerie van Justitie, nam BP een bewust risico door te boren in een „well from hell”, een helleput. Hij citeerde de leidinggevende namens BP op het olieplatform, die zijn superieuren aan wal waarschuwde dat boren rampzalig zou kunnen aflopen. De medewerker zei dat het personeel werkte in een sfeer van „chaos, paranoia en gekte”.

Op veiligheidspersoneel en professioneel onderhoud heeft BP structureel bezuinigd, zei Underhill. Het bedrijf moest destijds zeven miljard dollar dividend betalen aan aandeelhouders, en spoorde het personeel aan sneller en efficiënter te boren. De advocaten wezen ook naar andere partijen, die evengoed gefaald hadden: Transocean, eigenaar van het platform, en Halliburton, dat het cement leverde dat het lek had moeten dichten.

Voor BP valt met de zaak weinig te winnen. Het bedrijf heeft al schuld erkend op belangrijke onderdelen, en rechter Carl Barbier moet alleen nog vaststellen hoe ver de nalatigheid ging. De advocaat die namens BP optrad, Mike Brock, probeerde de schuld te spreiden over alle betrokken partijen – het enige verweer dat het bedrijf kan geven.

Transocean had net zo goed fouten gemaakt, zei Brock, en „boren is een teamsport”. De klacht van de BP-manager op het platform was een impulsieve uiting van frustratie over een logistieke kwestie, geen klacht over de bedrijfscultuur.

Centraal in de rechtszaak staat een telefoongesprek tussen twee BP-werknemers op 20 april 2010. Het gesprek wordt door Transocean aangehaald als bewijs dat BP nalatig is geweest, en dat de andere partijen niets te verwijten valt. BP-manager Donald Vidrine belde met het kantoor in Houston omdat een proefboring niet goed was gelukt. Een BP-ingenieur in Houston drong er volgens het gespreksverslag op aan toch door te gaan met boren. Vidrine gaf hierop zijn personeel opdracht de negatieve testresultaten te negeren. Een uur later explodeerde het platform, en vielen er elf doden. „Negen van de elf mannen werkten voor ons”, zei de advocaat van Transocean, Jim Roy.

Er kan natuurlijk altijd geschikt worden. Maar anders zal BP’s bedrijfscultuur de komende maanden het middelpunt van de rechtszaak zijn. De klagers houden BP niet alleen aansprakelijk voor gelede schade, maar ook voor mogelijke toekomstige schade. De staten zeggen dat de gevolgen van de ramp nog altijd niet te overzien zijn, moerasgebieden kunnen nog jaren vergiftigd zijn. Er ligt nog altijd een gigantische hoeveelheid olie op de bodem van de Golf van Mexico.