Bij Watson hebben de strijkers meerwaarde

Pop

Cross-Linx Festival. Gehoord: 28/2, Vredenburg, Utrecht. Herh.: 1/3, Eindhoven, 2/3 Amsterdam, 3/3 Rotterdam, 4/3 Groningen. ****

Er zijn de tapijtjes vol wolkige accenten en de onheilspellend binnenrollende vioolgolven. Als pop strijkers ontmoet, laveert het resultaat meestal tussen die twee parameters. De werkelijke kruisbestuiving is het interessantst; als er echt een muzikale verbinding wordt gemaakt tussen band en strijkers. Vaak is dat de verdienste van de arrangeur die de popsong herconstrueerde met een verdiepende laag voor de violen, cello’s en bassen.

Dat verschil in benadering werd goed duidelijk op Cross-Linx: een festival waar de cross over op een voetstuk staat. Het festival, dit jaar in vijf steden, richt zich op ‘ongewone’ samenwerkingen tussen verschillende muziekstijlen. De twee hoofdacts, het Britse triphoptrio Lamb en de Canadese zanger Patrick Watson, gingen aan de slag met strijkorkest Amsterdam Sinfonietta. En dat pakte heel verschillend uit.

Waar de electro van Lamb gepaard aan de strijkers voelde als een gearrangeerd huwelijk, was bij Patrick Watson sprake van warme versmelting. De zanger, die in zijn liedjes sowieso al klassieke invloeden toelaat, was duidelijk uitgedaagd door de rijkdom van twintig strijkers, aangevoerd door de subtiel sturende violiste Candida Thompson.

In de prikkelende arrangementen van Jules Buckley (ook Metropole Orkest) werd Watsons oorstrelende stem en melodische zinnenpracht opgetild door het orkest. Er waren dynamische momenten waarin de melodie heen en weer ging, stevig ritmische tussendelen en momenten waar strijkers wild plukkend aan de haal gingen.

Hoe anders ging het toe bij het trio Lamb, sinds een jaar terug op het podium. De ijle zang van Lou Rhodes op elektronica van Andrew Barlow heeft nog altijd een bedwelmend effect. Maar de strijkers waren hier vooral dienstbaar. De drum-’n-bass overheerst bij Lamb: in de dreunende bas en de blobbende en zagende synthesizerklanken. Zelfs de opwindende oude hit Gorecki (1997), gebaseerd op de Derde symfonie van de gelijknamige componist, kreeg geen echt klassiek karakter; alleen de synthesizer was vervangen door ‘echte’ violen.