Banken hebben bonusregels aan zichzelf te wijten

De regulering van de bonussen in Europa is een onwelkome mijlpaal in de financiële hervormingen die na de crisis zijn doorgevoerd. Wetgevers van de Europese Unie hebben donderdag uiteindelijk regels goedgekeurd die de bankiersbonussen aan een maximum binden. Reguleren omwille van de mededinging of van de financiële stabiliteit is één ding, maar ingrijpen in de manier waarop mensen worden betaald is iets heel anders.

De volledige details van de voorstellen moeten nog naar buiten komen. In algemene zin zullen alle Europese banken en alle buitenlandse banken die in de lidstaten actief zijn nog slechts bonussen van meer dan 100 procent van het basissalaris mogen betalen als ze de steun hebben van 66 procent van de aandeelhouders. Er geldt een maximum van tweeënhalf maal het basissalaris, en banken moeten een deel van die bonus betalen in de vorm van uitgestelde of voorwaardelijke aandelen.

Een van de nadelen van de plannen is dat de banken op deze manier niet langer in de pas lopen met andere sectoren. Neem mijnbouwbedrijf Rio Tinto. Op het moment dat de beperking van de bankiersbonussen bekend werd gemaakt stelde dat concern een nieuwe financieel directeur aan, voor een basissalaris van 800.000 pond. Maar de jaarlijkse en uitgestelde bonussen zijn samen wel 3,3 maal dat basissalaris waard.

Europa hoopt met deze regulering de bankiersbonussen omlaag te brengen. Dat zou kunnen lukken. Maar de realiteit is dat het antwoord van de arbeidsmarkt het stellen van hogere salariseisen is. De concurrentiedruk maakt het voor banken lastig om hier weerstand aan te bieden. Het verhogen van het vaste salaris in de beloningsstructuur van bankiers ondermijnt alle goede prikkels die besloten liggen in korte- en langetermijnbonussen: goede prestaties worden beloond en bij wangedrag kunnen bonussen worden teruggevorderd. Dit beleid zou de aandeelhouders wel eens meer pijn zou kunnen doen dan de werknemers.

Zowel bankbesturen als beleggers moeten zich afvragen hoe deze situatie heeft kunnen ontstaan. De sector is er niet in geslaagd zichzelf effectief te reguleren. Het bankwezen heeft een echt probleem in de vorm van buitensporige vergoedingen en het nemen van buitensporige risico’s. Maar de banken en de bankiers hebben dit pas heel laat ingezien en waren traag met het verzinnen van oplossingen. Topman Anshu Jain van Deutsche Bank maakte van lagere beloningen weliswaar een sleutelelement in zijn herziening van de bedrijfsstrategie, maar dat was pas in september vorig jaar. Intussen bulkt de sector nog steeds van de provocatieve salarisafspraken.

De banken hadden veel eerder de noodzaak van veranderingen moeten inzien en eigen voorstellen moeten doen om een groter deel van hun winsten ten goede te laten komen aan hun kapitaalpositie, hun aandeelhouders en de belastingbetalers. Ontoereikende zelfregulering leidt uiteindelijk altijd tot ongewenste ‘top-down’-regulering.

Breakingviews is een dagelijks financieel commentaar uit het buitenland. Vertaling Menno Grootveld.