Architect van een legendarische roof werd berooid oud

Bruce Reynolds leefde na zijn vrijlating op giften van ‘andere oude boeven’. De 150.000 pond die hij aan de treinroof overhield, was snel op.

Een half jaar voor de vijftigste verjaardag van The Great Train Robbery, is het brein achter deze spectaculaire treinroof op 81-jarige leeftijd in Londen overleden.

Bruce Reynolds, toen 31 jaar oud, was een van de vijftien mannen die in de ochtend van 8 augustus 1963 in Buckinghamshire de trein tussen Glasgow en Londen tot stoppen dwongen (door een sein op rood te zetten), de wagon van de Royal Mail openbraken en er met 2.631.684 Britse ponden aan gebruikte bankbiljetten vandoor gingen – de huidige waarde zou ongeveer 46 miljoen euro zijn.

De roof sprak tot de verbeelding. Kranten hielden niet op erover te schrijven. Dat wakkerde het fanatisme van de politie aan om de rovers te pakken en van rechters om ze achter de tralies te krijgen.

De meesten werden binnen enkele maanden gearresteerd, maar Reynolds wist aanvankelijk uit handen van de politie te blijven. Hij woonde met zijn vrouw in de Londense wijk Kensington, waar hij zich door vrienden dozen met de duurste champagne van Harrods liet bezorgen. Geschrokken van de hoge straffen die zijn mederovers kregen, vluchtte hij negen maanden later naar Mexico, waar hij zijn dure levensstijl voortzette. De 150.000 pond die hij aan de overval had overgehouden raakte snel op. Een paar jaar later belandde Reynolds via Montreal, Vancouver en Londen in Torquay in Zuid-Engeland. Daar werd hij in november 1968 alsnog gearresteerd.

Reynolds werd veroordeeld tot 25 jaar cel. Een zware straf, vonden ook de commentatoren in kranten. Bij de roof was amper geweld gebruikt en er werd geen schot gelost. Maar rechter Edmund Davies wilde een signaal geven. Hij vond de treinroof een misdaad die „in zijn schaamteloosheid en grootheid” de eerste in zijn soort was in Groot-Brittannië. „Ik zal alles doen wat in mijn macht ligt om te zorgen dat het ook de laatste is.” Niemand moest denken dat dit een romantisch avontuur was.

Na tien jaar kwam Reynolds vrij, gescheiden, zonder opleiding en zonder werk. Hij voelde zich niet thuis in de veranderde maatschappij en teerde op vroegere vrienden en kennissen uit de gevangenis.

„Ik was een oude boef die leefde van giften van andere oude boeven”, schreef hij in zijn in 1995 verschenen The Autobiography of a Thief. Met dat boek, een eerlijk en spannend relaas van zijn leven, keerde Reynolds terug in de publiciteit. In interviews zei hij nooit spijt te hebben gehad van de roof. „Het bijzondere aan een dief zijn was, dat je iedere week het eldorado zou kunnen vinden.”