Vloeibaar aardgas: handig maar duur

Ondanks de economische crisis boekt Vopak met de opslag van olie en chemische producten stabiele winsten. Vloeibaar aardgas, LNG, gaat een steeds grotere rol spelen. Het Rotterdamse opslagbedrijf wacht geduldig op zijn kans.

Niets wijst erop dat zich op de wereldwijde gasmarkt een revolutie aan het voltrekken is. En dat vloeibaar aardgas, LNG, daarbij een belangrijke rol speelt. Op de Gate Terminal van Vopak en Gasunie is het opvallend stil. Drie enorme betonnen opslagtanks wachten geduldig in de grijze mist tot de revolutie Rotterdam aandoet.

LNG opent nieuwe wegen en nieuwe markten. Door het aardgas te koelen tot een temperatuur van min 162 graden wordt het vloeibaar en 600 keer minder omvangrijk. Ideaal om per schip van afgelegen wingebieden naar alle mogelijke afnemers te vervoeren.

De handel in gas wordt zo flexibeler en de gasmarkt toegankelijker voor nieuwe spelers. In tien jaar tijd is de LNG-markt verdubbeld. Grote energiespelers als Shell en Exxon-Mobil zetten steeds meer in op het vloeibare aardgas.

En waar handel is, is opslag nodig. Daarom hebben Vopak en Gasunie samen de eerste Nederlandse LNG-terminal neergezet in een uithoek van de Maasvlakte, vlakbij de Nieuwe Waterweg. Het LNG zou ook een extra dimensie kunnen geven aan de gasrotonde: de ambitie om ook als de Nederlandse bronnen leeg zijn, een belangrijke importeur en exporteur van aardgas te blijven.

„LNG was de laatste vloeistof die we nog niet in portefeuille hadden”, legt Dirk van Slooten uit. Hij is directeur LNG bij Vopak, dat wereldwijd meer dan tachtig opslagterminals runt met de meest uiteenlopende olie- en gasproducten.

Het productieproces om van LNG gas te maken is van een verbluffende eenvoud. Om het onderkoelde, vloeibare gas terug te brengen tot aardgas wordt warm afvalwater gebruikt uit de even verderop gelegen elektriciteitscentrale van Eon. Het warme water wordt langs grote radiatoren geleid waar het vloeibare gas in zit, dat vervolgens uitzet en zijn oorspronkelijk omvang aanneemt. Het verwarmde gas wordt onder druk in het aardgasnet gebracht; het afgekoelde water gaat rechtstreeks de haven in.

De terminal die in 2011 in werking trad heeft in principe genoeg capaciteit om aan een kwart van de Nederlandse gasbehoefte te voldoen. Maar die wordt op dit moment bij lange na niet gebruikt: in plaats van de geplande 180 LNG-tankers zijn er in 2012 slechts tien afgemeerd in Rotterdam.

„Een ongelukkige samenloop van omstandigheden”, legt Dick Meurs uit, directeur van de terminal. Want precies op het moment dat Rotterdam ‘open ging’ zette Japan de LNG-markt op zijn kop. Na de aardbeving en de kernramp in Fukushima in 2011 ging het land massaal over op LNG. De LNG-vloot zette vanuit de hele wereld koers naar Japan. De markt werd krap en de prijs van LNG schoot omhoog.

Volgens Dirk van Slooten maakt het gebrek aan bedrijvigheid op de terminal voor Vopak zelf weinig uit. De grote afnemers zoals elektriciteitscentrales hadden al posities verworven: langjarige contracten om de capaciteit te kunnen gebruiken.

Maar inmiddels is de markt opnieuw in beroering. Ditmaal door de schaliegasrevolutie in de Verenigde Staten. Van Slooten en Meurs verwachten dat steeds meer goedkoop Amerikaans schaliegas omgezet zal worden in LNG, wat een nieuwe, goedkopere gasstroom op gang zal brengen; niet alleen naar Azië – vooral Japan en China – maar ook naar Europa.

Intussen bereidt de Gate Terminal zich voor op een tweede productie-activiteit. Naast aardgas voor het aardgasnet, wil de terminal ook LNG voor transport gaan leveren, met name voor de scheepvaart. Vloeibaar aardgas in plaats van vervuilende bunkerolie. Nog dit jaar hopen Vopak en Gasunie een besluit te nemen over een nieuwe bunkerterminal naast het huidige complex. Vopak heeft uitgerekend dat een substantieel deel van de bunkermarkt in Noordwest-Europa door het veel duurzamere LNG zou kunnen worden vervangen.

De LNG-markt gaat steeds meer lijken op de oliemarkt, zegt Van Slooten, de LNG-man van Vopak. Hij vergelijkt de ontwikkeling met het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw, toen de grote olieconcerns gedwongen werden de markt te delen met nieuwe spelers. De gasmarkt is altijd gekenmerkt door grote stromen en langetermijncontracten. De oliemarkt is al een tijd breder en makkelijker toegankelijk. „Maar naarmate er meer LNG beschikbaar komt op meer plaatsen in de wereld, wordt de gasmarkt ook flexibeler”, aldus Van Slooten.

Er zal steeds meer gas beschikbaar komen waarvan de prijs niet meer direct is gekoppeld aan de olieprijs. Langetermijncontracten in Europa koppelen de gasprijs in de regel nog aan de olieprijs. In de Verenigde Staten is die koppeling al enige tijd losgelaten, waardoor het veel goedkoper gas kan leveren. Van Slooten: „Als die stroom eenmaal Rotterdam weet te vinden, zal het een geduchte concurrent worden op de Europese gasmarkt waar op dit moment nog maar een beperkt aantal producerende landen actief zijn: Rusland, Noorwegen en Nederland.”