Proefspelen achter het zwarte gordijn

Nieuwe musici werft het Concertgebouworkest via anoniem proefspel. Kandidaten auditeren achter gesloten gordijn voor een commissie waarin de stem van een orkestlid net zo zwaar telt als die van de chef-dirigent.

„Bent u gereed? Kandidaat nr. 242!” Foto’s Bram Budel

Middenin de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw hangt een enorm gordijn. Het is zeker twaalf meter hoog, de zijkanten raken net niet de balkons. Van het podium en de trappen daarnaartoe is vanuit de zaal niets te zien. Achterin zitten wat leden van het Concertgebouworkest. Een man achter het gordijn zegt met enige stemverheffing „kandidaat nr. 1”. Dan klinkt een klarinettist. Hij speelt een stukje Brahms-sonate en wat weemoedige flarden uit Tsjaikovski’s Zesde symfonie. Binnen vijf minuten is het voorbij. „Dank u wel, thank you”, roept Joel Ethan Fried, de adjunct-directeur artistieke zaken. „Kandidaat nr 2.” Zo gaat het door.

Het Koninklijk Concertgebouworkest zoekt twee klarinettisten. Andreas Sundén is na vijf jaar naar Zweden teruggegaan, omdat zijn vrouw geen passende carrière in Nederland kon vinden. En eerste klarinettist Jacques Meertens gaat met pensioen. Het orkest plaatste in binnen- en buitenland advertenties met de vacatures. Geselecteerde kandidaten laten nu hun kunnen horen tijdens een proefspel. Anoniem, onzichtbaar voor de jury van orkestleden. Achter dat gordijn klinken de muzikale sollicitaties als gepassioneerde serenades van klarinettisten, die smoorverliefd zijn op het Concertgebouworkest.

Op deze vrijdagmorgen in januari komen er meer dan twintig naar het Concertgebouw. Tegelijkertijd is er een parallelle sessie in het Muziekgebouw aan ’t IJ. Er hadden zich 242 sollicitanten aangemeld, een extreem groot aantal. Op maandag vindt de tweede ronde plaats in de Kleine Zaal van het Concertgebouw en opnieuw in het Muziekgebouw. Dinsdag is de finale in de Kleine Zaal. Zonder het gordijn, dat daar volgens een van de toehoorders het geluid te weinig doorlaat. Want men wil uiteindelijk toch ook iets zien van fysieke uitstraling, hoe iemand speelt, wat voor soort collega hij of zij zou zijn.

Tijdens een pauze ontstaat een stevige discussie met Joel Ethan Fried over de gang van zaken. Een van de orkestleden vindt de beschikbare tijd van vijf minuten voor elke sollicitant veel te kort. Ze komen vaak van heel ver. „Ik kan net zo goed naar huis toe gaan.” Aan de andere kant vindt hij vijf minuten soms ook te lang. „Al na tien seconden weet je genoeg over de muzikaliteit, de klank, de omgang met het riet. Als het niks is: afkappen!” De discussie leidt op dat moment tot niets.

De belangrijkste sollicitanten komen rechtstreeks in de tweede ronde. In de eerste ronde zitten veel studenten. Want er zal er maar een tussen zitten van absoluut wereldniveau. Die mag je als toporkest niet missen. Van de 44 kandidaten komen er 7 uit Nederland, 37 uit 13 andere landen. Onder hen 7 vrouwen. Net als bij andere proefspelen zijn er de laatste tijd relatief meer Nederlanders dan voorheen, door de ontslagen in de muzieksector als gevolg van de bezuinigingen.

De stress voor de kandidaten is groot. „Het is een ratrace”, zegt een van de commissieleden. In vijf minuten moet je laten horen dat je juist ook onder druk op absoluut topniveau kunt spelen. In de tweede ronde is er tien minuten speeltijd voor solistische stukjes uit het Klarinetconcert van Mozart en flardjes Beethoven, Strauss, Ravel en Rossini. In de slotronde krijgt elk van de zes klarinettisten die het halen een half uurtje voor o.a. Mendelssohn, Kodaly en Ravels Daphnis et Chloé. Een geslaagd proefspel bij het Concertgebouworkest is beslissend voor de rest van je leven. Je komt bij een wereldberoemd orkest en dan is echt alles anders. Maar als het niet lukt, kan de toekomst zelfs zinloos lijken.

Legendarisch is het tragische geval van de hoornist Jan Harshagen, die lange tijd als een gewaardeerd vervanger in het Concertgebouworkest meespeelde. Toen er een plaats vrijkwam, wilde hij een vaste baan en moest hij proefspelen. Hij haalde het net niet. In de tv-documentaire die Roel van Dalen in 1996 maakte over het Concertgebouworkest, was op hartverscheurende wijze te zien hoe Harshagens wereld instortte. In het proefspel was hij nooit goed geweest, maar had hij niet jarenlang bewezen prima in het orkest te passen? Twee recente proefspelen voor hoornisten hebben geen benoeming opgeleverd.

Onder de belangstellenden is George Pieterson, jarenlang de fameuze en geliefde soloklarinettist van het Concertgebouworkest. Sinds zeven jaar is hij met pensioen. „Het niveau is heel hoog, ook omdat het internationaal is.” Pieterson is bezeten van klarinetten. Hij heeft er veertig thuis, de oudste uit de tijd van Mozart, toen het instrument in Anton Stadler de eerste virtuoze bespeler kreeg. Hij wil zelf goede, redelijk geprijsde klarinetten gaan bouwen. Hij heeft er al een in elkaar gezet met onderdelen van verschillende instrumenten. „Aardig, al zeg ik het zelf.”

Pieterson houdt een lofzang op de klarinet. „Een van de mooiste blaasinstrumenten, qua omvang het grootste met vier octaven. Het is een mannelijk instrument, als je stevig speelt kun je een gigantische herrie maken. Maar ook vrouwelijk, je kunt ook heel mooi zacht spelen.” Hij vertelt over de verschillende scholen in het klarinetspel. „De Franse, bijvoorbeeld, met instrumenten van Buffet Crampon en Leblanc. Heel goed, erg precies in intonatie. Geweldige vingers en die jongens kunnen blazen. De Hollandse klarinetschool gebruikt instrumenten van Leitner-Kraus en Wurlitzer, met meer focus, kleur en reserves. Je hoeft minder tot de grens te gaan, zoals de Fransen.”

Voor orkestdirecteur Jan Raes is het personeelsbeleid op basis van het proefspel het fundament onder de internationaal geroemde topkwaliteit van het Amsterdamse orkest. Sinds hij eind 2008 aantrad, minder dan vierenhalf jaar geleden, zijn er 27 nieuwe musici aangenomen, meer dan eenvijfde van het orkest. „Er is een golf van verjonging, maar de orkestcultuur blijft in stand. De musici kiezen elkaar, ze moeten met elkaar spelen.”

Als een musicus wordt aangenomen, volgt een proefperiode van een jaar, die met een jaar kan worden verlengd, in uitzonderingsgevallen zelf tot drie jaar. Volgens Raes kun je in de proefperiode pas een oordeel krijgen over waar het werkelijk op aan komt. „Hebben ze een 360 graden-radar, om te horen wat er om hen heen gebeurt? Juist spelen bestaat niet, het is vooral elkaar vinden, reageren op de medespelers. Hoe is de interactie met de dirigent, het sociale contact met de collega’s, hoe ga je om met stress, met veel concerten spelen. Elk concert is dan in wezen een proefspel, er zijn tussentijds nog evaluaties.”

Op de laatste dag is ook chef-dirigent Mariss Jansons aanwezig. Hij heeft, net als de orkestleden, slechts één stem. „Heel Nederlands”, volgens de Vlaming Raes. Na het laatste proefspel van de Franse klarinettist Olivier Patey – strak, geconcentreerd, virtuoos, intens en met een fraaie toon – worden de stembriefjes ingenomen en geteld. Er is één winnaar, Olivier Patey. Voor een tweede benoeming, de opvolger van Meertens, verwierf geen enkele klarinettist voldoende steun, daarvoor komt een nieuw proefspel. De zes finalisten zitten samen in een kamer en krijgen daar het nieuws. Geleidelijk aan komt iedereen naar buiten, behalve Patey. „Hij heeft bijna een kwartier gehuild, van blijdschap.”

Patey (31) komt uit Lille, werd daar opgeleid op het Conservatorium en studeerde in Parijs bij Michel Arrignon. In 2003 won hij het prestigieuze concours van de Duitse omroep ARD. Hij speelt bij het Gustav Mahler Chamber Orchestra en het Festivalorkest van Luzern van Claudio Abbado. Daarnaast is hij nu soloklarinettist bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Daar komt dus weer een proefspel voor zijn opvolger.

Als Olivier Patey eindelijk verschijnt, zijn de emoties nog lang niet voorbij. „Gefeliciteerd! Hoe blij ben je?” Hij barst opnieuw in snikken uit en herpakt zich met moeite. Is het beslissend voor de rest van je leven? „Ja, er zijn weinig dagen in je leven, zoals deze. Ik leef voor de klarinet. Ik kwam naar Nederland, nadat ik mijn vrouw had ontmoet, Diet Tilanus. Ze is violiste en valt vaak in bij het Concertgebouworkest. Dat heb ik altijd bewonderd en de laatste twee jaar vaak gehoord. De klank is heel bijzonder, de strijkers als kristal, de blazers heel speciaal, een perfecte combinatie. En nu krijg ik deze baan, vlakbij huis. Ik kan het niet geloven. Incroyable.”

    • Kasper Jansen