Jan van Kilsdonk

Kort achter elkaar verschenen er twee boeken over pater Jan van Kilsdonk (1917-2008), vooral bekend geworden als studentenpastor in Amsterdam.

Het laatst verschenen boek, dat ik nog niet gelezen heb, bevat zijn herinneringen, het andere boek biedt zijn toespraken bij de dood van homoseksuele mannen en heet Dag jongen van licht.

Van Kilsdonk was een hoogst opmerkelijke figuur in de Katholieke Kerk van Nederland. Hij trok zich niets aan van Vaticaanse banvloeken over homoseksualiteit en bleef talloze homoseksuele mannen bijstaan tijdens hun ziekte en stervensproces.

Bij de presentatie van dit door pastor Pierre Valkering bezorgde boek zei journalist Rex Brico: „Zolang er in driekwart van de wereld nog zendelingen en missionarissen rondlopen die homofobie tot een christelijke deugd of zelfs een goddelijke wet verheffen, is het nodig dat verlichte profeten als Van Kilsdonk opnieuw tot leven worden gewekt.”

Brico merkte ook op dat Van Kilsdonk aan al die sterfbedden niet over hemel, hel of God zat te preken, hij bood geestelijke bijstand door er eenvoudig te zijn, eventueel zwijgend. Hij vond dat hij als pastor deel uitmaakte van de ‘immoral minority’, een minderheid van mensen die maatschappelijk uitgestoten werden: scheidende echtgenoten, abortusplegende vrouwen, homo’s, hoeren, sommige studenten. Uitgestoten bijvoorbeeld door de zich ‘moral majority’ noemende puriteinse christenen in de Verenigde Staten.

In eigen land werd soms meesmuilend over Van Kilsdonk gesproken. Was hij niet zelf homo? So what, dacht ik als ik zoiets hoorde, zou het de stervenden wat kunnen schelen? Beter één hand op je hoofd dan tien in de lucht.

Zelf heeft Van Kilsdonk herhaaldelijk tegengesproken dat hij homoseksueel was. Op de vraag of hij nooit verliefd was geweest, zei hij: „Jawel. Verschillende keren. Maar nooit op een jongen.” In een ingezonden brief schreef hij: „Zelf mis ik, tot mijn spijt, het talent om door mannen erotisch ontroerd te worden.” Hij heeft er ook wel eens op gewezen dat zielzorg voor homoseksuelen niet zijn specialisme was: „Ik heb ook zo’n 400 huwelijken ingezegend.”

Dat hij vooral als zielzorger voor homo’s de geschiedenis zal ingaan, komt ook door de aidsepidemie die hij van nabij meemaakte. Veel van zijn studenten en oud-studenten werden ernstig ziek. Hij bezocht ze geregeld, thuis of in ziekenhuizen. Dag jongen van licht bevat dertig van zijn toespraken bij de dood van deze mannen. Schrijfster Margriet de Moor heeft het boek ‘een document en een monument’ genoemd: „De toespraken: troostvol, bijna op het onmogelijke af, en verheffend.”

De meeste toespraken zijn geanonimiseerd, afgezien van die voor enkele bekende personen, zoals Frans Kellendonk. Het is geen grote literatuur, Van Kilsdonk was eerder een spreker dan een schrijver, maar toch weet hij je ook als lezer te raken met zijn barokke bevlogenheid.

Bij de dood van IJsbrand Galama schreef hij: „Voor IJsbrand die schoonheid en vitaliteit nooit kon missen, was het een zegen dat zijn aangezicht tot op het laatste ogenblik ongedeerd bleef. De trekken verpuurden alleen, net zo ongewoon als op een fresco van Fra Angelico. Vooral toen hij de veelzeggende woorden herhaalde: het is volbracht. Ach, een engel van een jongen. Zij het een zeer ingewikkelde engel. Ingewikkelder dan zo’n fresco. Onvergetelijk tot aan onze laatste snik. En daarna? Daarna zien we wel verder.”